Artikel

Klimaatverandering & natuurbescherming

Tussen doen en laten: Klimaatverandering en natuurbescherming.

De natuur is in beweging. De mens is in beweging. Dat heeft alles met elkaar te maken. Net als met een politiek die nog in beweging moet komen. Maar daar waar de politiek meer in beweging moet komen, kunnen we de natuur beter redden door niet te veel te bewegen, bijvoorbeeld door minder te reizen. Maar dan moet er ook dichtbij huis wel het gevoel bestaan dat je als bezoeker helemaal weg bent.


Door Tom Bade – Triple E (www.tripleee.nl, i.s.m. Natuurpunt
i.h.v. het project “op weg naar natuur, op weg naar Kyoto”
met de steun van de Minister van Mobiliteit Renaat Landuyt.




'Zonder meedoogen, onafwendbaar, komt de storm over de onwetenden.

Maar soms over de landen en de windrige heuvelen,
nadert een teeken tot aan den voet onzer muren en den drempel onzer poorten.'




De bomen vlogen letterlijk door de lucht op National Geographic tijdens een programma over zware stormen waar ik recent in verzeild raakte. Daarbij werd ook fijntjes opgemerkt dat als gevolg van de klimaatverandering het aantal van dergelijke stormen alleen nog maar zal toenemen. Goed voor National Geographic en Discovery. Immers, waar onze 'natuurzenders' vroeger nog grossierden in documentaires kunnen ze tegenwoordig beter worden omgedoopt tot 'rampenzenders'. Neerstortende vliegtuigen, oude scheepswrakken, levensgevaarlijke vulkanen en nietsontziende aardbevingen vullen het avondprogramma. En natuurlijk blijkt daarbij het weer ook altijd weer een belangrijke bron van inspiratie. En aldus zien we overstromingen, sneeuwstormen, modderstromen en dus rondvliegende bomen op ons scherm voorbijkomen.

Gelukkig hebben wij in onze regionen nog geen last van zware stormen. Wij hebben tegenwoordig gewoon een moesson in het voorjaar, droogtes in de zomer en een prachtige herfst in de winter. Maar dat alles van een omvang dat de klimaatverandering nog kan worden ontkend. Maar toch, deze veranderingen zijn al wel groot genoeg om het tegenwoordig onder de koffie niet meer alleen te hebben over het weer, maar ook over het klimaat. 'Hevige hoosbuien met vuistdikke druppels die je tussen de auto en de voordeur letterlijk en figuurlijk overvallen en drijfnat doen binnenstappen, die hadden we in mijn jeugd niet' , merkt de een op. 'En dat we konden schaatsen op natuurijs is ook al weer tien jaar geleden', weet de ander. Daarbij zit de echte les 'm natuurlijk in de termijnen die hier door de sprekers worden aangehouden. Die zijn toch wel heel kort. Klimaatveranderingen zijn van alle tijden, maar hebben ze ooit plaatsgevonden binnen de termijn van een mensenleven? Waarschijnlijk wel, maar dan stortten er kometen op onze aarde neer. En dat kan toch niet onze referentie zijn?

De TV is al wel in beeld als het gaat om klimaatverandering, maar politiek nog niet. Onze politci hielden zich tot enkele maanden terug opvallend stil. Daar zou een ecologische verklaring voor kunnen zijn. Het is in de natuur namelijk goed gebruik dat je als organisme zo zuinig mogelijk met je energie omgaat. De meeste organismen staan daarom stil, of laten zich meevoeren door de wind of het water. Hoe anders zijn wij mensen. Wij smijten met energie. Zwetend op de loopband, maar aan de andere kant met de auto rijdend naar de videohandel op de hoek en met onze winkels midden in de winter volledig open tarten we alle natuurwetten.

Zelfs als we het rustig aan willen doen, kost ons dat veel energie. Neem onze vakanties. We willen het natuurlijk tot onszelf komen in onze vakantie, en daarom gaan we ver weg. Dus massief bepakt, nemen we de auto naar het vliegtuig en eenmaal aangekomen de taxi naar het hotel. Daar stappen we van de kamer met airco in het verwarmde zwembad, drinken dan weer ijskoud gekoeld water bij een veel te heet maal om vervolgens tot laat aan de bar te hangen. Hoe rustiger wij het aandoen, des te meer energie het kost. Menig bureauslaaf verbruikt op een gemiddelde werkdag minder energie dan op een gemiddelde vakantiedag. Zelfs onze politici gaan zeer veel problemen met grote energie te lijf … alleen het milieuprobleem nog niet.

De natuur aan de andere kant is zuinig met energie. Zelfs dieren die vliegen gaan zuinig om met energie. Albatrossen laten zich meevoeren op de wind en zweven van golf naar golf zonder ook maar met hun vleugels te bewegen. Ook bij de reisbestemming is het in de dierenwereld energiezuinigheid troef. Neem een trekvogel als de brandgans. Als het winter wordt op de toendra's waar hij de zomer heeft doorgebracht, dan trekt hij naar het zuiden, naar warmer oorden. In het Hoge Noorden is dan immers geen voedsel te vinden en aan de andere kant zou het trotseren van de koude te veel energie kosten. Ver weg in het zuiden is nog voedsel. Als in onze contreien echter de dagen lengen en het weer warmer wordt, vliegen de vogels terug naar het noorden waar het voedsel ook weer wakker is geworden. Daar zit logica in.

Dat kan niet worden gezegd van het reisgedrag van de mens. Als het zomer wordt, trekken we naar nog warmer oorden en als het winter is naar nog kouder oorden. Niet alleen kost het dan veel energie om ons zelf koel of warm te houden, ook het klimaat van de omgeving moet worden aangepast. Niet alleen binnenshuis door middel van de airco in de warme contreien en de verwarming in de koude, maar steeds vaker ook buitenshuis. Als de sneeuw niet vanzelf naar beneden komt dwarrelen, dan zetten we zwaar geschut in en bestoken de berghellingen met sneeuwkanonnen. Zongarantie en sneeuwgarantie leiden ons.

En zo zien we anno 2007 een energetische wapenwedloop tussen de mens en de natuur. Moeder natuur kan het allemaal niet meer aan en krijgt het heel warm van ons mensen. Dus maar even geen sneeuw om wat af te koelen. Dat accepteren wij weer niet en schieten daarom de sneeuw de lucht. Maar dat kost weer veel energie, waarmee uitstoot van CO2 gepaard gaat, met als gevolg dat Moeder Natuur het nog warmer krijgt, enz, enz,. De Koude Oorlog was peanuts vergeleken met deze Warme Oorlog.

De parallellen zijn trouwens opvallend. Zowel de Koude Oorlog als de Warme Oorlog zijn een conflict tussen Oost en West. Ging het eerst om een strijd tussen ideologieën, nu is het een strijd tussen haves en have nots, met het rijke Westen in de opvallende rol van 'have not'. Immers, we hebben wel veel energie, maar geen energiebronnen. Het enige verschil is straks alleen nog dat de kernwapens worden vervangen door kernenergie. En dat alles vooral om niet afhankelijk te worden van het Russische gas olie uit instabiele regio's.

Even terug naar onze politiek. Hoe zouden we het politieke klimaat kunnen noemen. Wisselvallig? Onderkoeld? Onbestendig? Misschien is onveranderlijk een betere term. In ieder geval niet dynamisch genoeg om een spannende documentaire van te maken. Want wat is er aan de hand? Nemen we daartoe even een kijkje over de schutting bij de buren. Natuur, milieu en landschap staan in Nederland al jaren met stip onderaan de politieke prioriteitenlijst. Bovenaan staat uiteraard dé economische vooruitgang. Zou er trouwens ook een economische achteruitgang zijn, of een economische nooduitgang? Dat laatste zou zeker handig zijn als het onverhoopt toch de verkeerde kant uitgaat met het klimaat.

Voorlopig moeten we het echter doen met de economische vooruitgang. En die komt tot uitdrukking in wat we noemen 'economische groei'. De indicator daarvoor is de beurs. Niet uw eigen beurs, maar die van een aantal grote bedrijven. Wat nu steeds duidelijker wordt, is dat deze economische groei steeds minder zegt over ons geluk. Sterker nog, economische vooruitgang wordt ons opgedrongen als levertraan. 'Het is niet lekker, maar drink maar op jongen, want dan wordt je later sterk.' Maar we drinken al jaren levertraan en nog steeds zijn we niet groot en sterk genoeg. Nog meer levertraan dus? Nee, van de beleidsmakers moeten we het niet hebben. Die baseren hun beleid steeds meer op rampen en incidenten en niet op visie. Nou die komen wel, zoals de TV ons leert. Maar moeten we daarop wachten?

Dat lijkt niet verstandig. In Nederland is de milieubeweging -een prachtige actie gestart onder het motto 'Hier'. Aanpak van de klimaatverandering begint hier op de bank, waar we de thermostaat hier een paar graadjes lager zetten, zodat hier bij de energiecentrale minder stroom hoeft te worden geleverd, waardoor hier minder gas aan de centrale hoeft te worden geleverd, waardoor hier de ijskappen niet smelten, waardoor hier de mensen in veiligheid nabij de zee kunnen wonen. Dus de aanpak van het klimaatbeleid begint hier.

'Hier' is natuurlijk overal. 'Hier' is dus niet 'daar'. 'Hier' is ook niet 'straks' , en 'hier' is zeker niet 'later'. Wat wel typerend is voor de campagne is dat we weer vooral dingen moeten laten. Daar is de milieubeweging altijd wel heel goed in geweest, het voorhouden van een bijna ascetische levensstijl waarbij door de ultieme onthouding het milieu wordt gespaard. Net zoals alleen uit leed kunst wordt geboren, zo wordt een schoon milieu alleen geboren uit afzien. En dus aten we een soort volkorenbrood dat nagenoeg in dezelfde vorm en smaak naar buiten kwam als hij naar binnen was gegaan. En dus kochten we de kleding bij de tweedehands winkel, waardoor de ontdoeners juist de morele ruimte kregen om weer snel nieuwe kleren te kopen en zo met de laatste trend mee te doen. En terwijl we gezellig nog een derde potje thee van onze 'tea for one' trokken, besloten we dat we na al dat afzien wel dat het tijd werd de natuur in de Ngorogoro krater eens met een bezoek te verrijken.

Zonder enig cynisme moeten we vaststellen dat er mensen zijn die een leven leiden waren zij zich geneugten ontzeggen. Dat zijn iconen die ons bewust maken. Maar het is het is geen wenkend perspectief, niet alleen voor de gemiddelde burger, maar uiteindelijk ook niet voor de meeste iconen die op de langere termijn nagenoeg allemaal ook weer van een aantal van de geneugten gaan genieten. Wat dan wel resteert, is dat we 'hier' moeten beginnen. We kunnen dus beter naar televisieprogramma's over stormen kijken, dan naar warme landen reizen.

Maar daar ligt wel de uitdaging voor de natuurbeschermingsorganisaties voor de komende jaren. Want in tegenstelling tot de milieubeweging die niets te bieden heeft en zich dus wel moet richten op het afzien van aardse geneugten, kan de natuurbescherming de mensen juist alle geneugten van de wereld bieden, en wel om de hoek. En daar is ook grote behoefte aan. Het wordt namelijk steeds duidelijker dat natuurbescherming niet alleen een kwestie is van het beschermen van zeldzame planten, dieren en levensgemeenschappen. Bescherming van de natuur is een wezenlijk onderdeel van het behoud en de versterking van onze welvaart. Nu we voorzien zijn in onze primaire levensbehoeften, kunnen we ons natuurlijk wel richten op een nog snellere PC, een grotere televisie in platte vorm, of een nog luxueuzere auto, maar we zitten hier toch wel aan het einde van de curve van de afnemende meeropbrengst. Dat wil zeggen dat de stap van onze laatste TV de plattere TV niet meer zo extra veel genot oplevert, als de stap van radio naar televisie of de stap van zwart-wit naar kleur.

Ondertussen zien we wel dat andere zaken schaars worden. En het zijn niet zozeer de rode lijst soorten die de gemiddelde burger daarbij het eerst in het oog lopen. Nee, het gaat dan om zaken als groene ruimte, stilte, duisternis, ongereptheid en authenticiteit. En dat zijn zaken die de natuur - en dus de natuurbescherming - ons te bieden heeft. Maar als we dat even meer toekomstgericht formuleren, dan houdt het in dat de natuurbescherming zich vooral ook moet richten op meer natuur als voorwaarde voor het vergroten van onze welvaart. Dus niet alleen het openstellen van alle bestaande natuurgebieden, maar vooral ook werken aan meer natuur.

Daarbij zullen nieuwe allianties in het verschiet liggen. Want het klimaat verandert wel, maar het politieke klimaat verandert niet hetzelfde tempo. Dus moeten we zoeken naar nieuwe partners. Als natuur bijdraagt aan onze gezondheid, dan moeten we met gezondheidsinstellingen samenwerken. De eerste allianties die zich richten op het creëren van gezondheidslandgoederen, waarbij de zorginstelling in ruil voor het recht om een kliniek te ontwikkelen, zorg draagt voor het beheer van het landgoed. Parken moeten samen met ziekenhuizen projectontwikkelaars worden neergezet als de groene longen van een stad en aan de ingang moet worden weergegeven hoeveel NOx en fijnstof hier jaarlijks wordt vastgelegd en hoeveel zieken en daarmee gepaard gaande maatschappelijke kosten worden bespaard.

We moeten de samenwerking met recreatieondernemers zoeken die in ruil voor het exploiteren van een pannenkoekenhuis jaarlijks bijdragen aan het beheer van het naast gelegen natuurgebied. Zandwinners, grindwinners, projectontwikkelaars, zorgverzekeraars: dat zijn de partners van de toekomst. Zij zien namelijk dat het gebrek aan groene ruimte het 'woon- en vestigingsklimaat' niet ten goede komt.

Onderdeel van deze nieuwe strategie is dus ook dat natuurbescherming geen belemmering en kostenpost is, maar dat natuurbescherming een bijdrage levert aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken op het gebied van gezondheid, veiligheid, werkgelegenheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Daarbij is - in tegenstelling tot het milieubeleid - niet 'ontkoppeling' het sleutelwoord, maar 'meekoppeling'. Draaide het bij 'ontkoppeling' om het verminderen van de milieudruk terwijl de economische groei voortschreed, bij 'meekoppeling' draait het om de harde bijdrage die natuurbescherming levert aan de economische ontwikkeling.

Dat vereist ook een cultuuromslag binnen de natuurbescherming. Immers, hier hanteerde men altijd het wat zachtere begrip 'welzijn'. Maar dat is een zijspoor waarop de groene jongens en meisjes zich niet meer moeten laten weg rangeren. Het gaat wel degelijk om welvaart. Natuurgebieden zijn dragers van de regionale economie en leveren bijdragen aan de omzetten en winsten van bedrijven en dragen bij tot de regionale economie. Het is juist daarom zo belangrijk dat natuurbeschermingsorganisaties de baten van natuur en landschap inzichtelijk maken: juist om er voor te zorgen dat het geld in evenredige mate terugvloeit naar de bescherming van de natuur.

Is dat nodig? Nou en of! In Nederland wordt slechts 0,2% van de rijksbegroting uitgegeven aan bescherming van natuur en landschap. Dat zal in België niet veel anders zijn. En dat leidt ons tot twee belangrijke lessen. De eerste is dat dit zeer weinig is voor een thema dat de burgers keer op keer hoog op hun prioriteitenlijst zetten. De tweede les is dat een eenzijdige focus op de overheid wat betreft de financiering niet echt snugger is. Het is absoluut noodzakelijk dat ook de private partijen in beeld komen wat betreft de medefinanciering van natuur en landschap. En dat kan ook heel goed, want meer dan de overheid, zien zij vaak wel het directe belang van natuur en landschap in voor hun 'business'.

Maar de lessen voor de natuurbescherming gaan wel verder dan dat. Als het niet alleen gaat om mensen voor de natuur, maar ook om de natuur voor mensen, dan moeten we er ook iets moois van maken. Het concept dat hier het beste bij past is dat van de 'beleveniseconomie'. De visie achter de beleveniseconomie is dat een product zijn toegevoegde waarde niet meer alleen ontleent aan de kwaliteit (geen enkele auto roest tegenwoordig), noch aan de service (alle producten kennen garanties), maar aan de belevenissen die hier om heen worden gecreëerd. En dus organiseren automerken rally's, of kan je in de fabriek komen kijken hoe je eigen auto in elkaar wordt gezet en kan je aan het einde van de dag er zo in wegrijden. De ultieme belevenis voor de autoliefhebber.

Natuurbeschermingsorganisaties hoeven van hun terreinen geen pretparken te maken, hoewel het menig bezoekerscentrum wel een kleine kwaliteitsimpuls kan gebruiken. Te vaak staan kinderen teleurgesteld op knopjes te drukken waarvan de lichtjes niet gaan branden, te vaak doen de video's het niet en te vaak zien we vanuit de nabijgelegen vogelhut de meerkoeten en wilde eenden die we thuis in de vijver brood voeren. Dus hier is nog wel wat werk aan de winkel. Maar belangrijker is dat we de schoonheid van de natuur zelf laten spreken door haar in haar volle rijkdom te tonen en als de druk op de bestaande natuur te groot wordt moeten we dat vooral zien als een stimulans om actief te werken aan nieuwe natuur.

Daarmee creëren we niet alleen meer draagvlak voor onze natuur, maar minstens zo belangrijk is dat we daarmee een gerede poging doen om de volksverhuizing die iedere zomer naar andere delen van de wereld plaatsvindt een klein beetje te verminderen. Natuurlijk moeten we niet denken dat het mogelijk is om alle mensen hun vakantie in het eigen land te laten doorbrengen, dat zou bovendien ook menig regionale economie in andere landen doen instorten. Maar het moet tegen de achtergrond van de klimaatverandering dus weer 'cool' worden om in eigen land op vakantie gaan.

Daarmee kunnen we werken aan de perfecte win-win situatie. Zo lezen we dat we natuurlijke klimaatbuffers moeten aanleggen. Robuuste natuurgebieden die tegen een klimaatstootje kunnen. Niet alleen zijn deze buffers nodig om overstromingen en ander leed te voorkomen. Dat maakt het ook mogelijk dat planten en dieren de klimaatverandering kunnen overleven, maar zelfs dat soorten met de veranderen klimaatzones mee kunnen bewegen. Want het is duidelijk dat soorten uit de zuidelijker landen zich steeds prettiger voelen in onze contreien. Zij bewegen zich noordwaarts, als gevolg van onze bewegingen zuidwaarts. Wat dat betreft hoef je straks noch voor het klimaat, noch voor daar leven de planten en dieren naar het mediterrane deel van Europa: al dat schoons hebben we straks gewoon hier.

Deze natuurlijk buffers zouden nog een impuls kunnen krijgen door het organiseren van 'nul-emissie' vakanties. Dat wil zeggen vakanties waarbij mensen al wandelend en fietsend de schoonheid van het eigen land ervaren. Overdag fietsen en aan het einde van de dag aankomen bij een prachtig robuust natuurgebied, daar een paar dagen verkeren en een keer 's nachts onder leiding van de boswachter naar wild kijken. Maak eens zo'n arrangement, waarbij mensen milieu- en natuurbewust genieten. Maar zo'n klimaatbuffer is ook mogelijk gemaakt door nul-emissie-vakanties van hen die toch het vliegtuig hebben genomen. Zij kunnen hun CO2 compenseren door bomen te laten planten voor de emissies die zij veroorzaken. Maar dan natuurlijk wel in de natuurlijke klimaatbuffer die zich langzaam maar zeker ontwikkelt tot een gebied dat mooier is dan de ver-weg-bestemming die per vliegtuig wordt bezocht.

Op deze manier vliegen de bomen nog steeds door de lucht, maar dan wel op een zodanige manier dat stormen worden voorkomen. Met als prettige bijkomstigheid dat National Geographic haar programmering moet omgooien en weer documentaires gaat maken over de schoonheid van de natuur (lees: onze klimaatbuffers) en wij ofwel aan de buis gekluisterd blijven, ofwel besluiten op vakantie in eigen land te gaan. En daarmee is de cirkel gesloten.

Ach, het is zo makkelijk. Alleen, het roer moet om, ook bij de natuurbescherming. Zij moet een andere toon aanslaan. Want niet alleen ons klimaat verandert, ook het maatschappelijk klimaat verandert. Mensen willen vooral kansen zien en de hoop hebben dat het goed komt. Te lang heeft de natuurbescherming sektarisch gewaarschuwd voor de laatste dag, voor de ondergang van het avondland, voor het uur der wrake. Natuurlijk zijn hierdoor grote rampen vaak voorkomen, maar veel problemen zijn ook zonder geheel opgelost te zijn niet uit de hand gelopen en boven alles hunkeren we naar de hoop dat het goed komt.

Maak er daarom iets moois van. Jaren geleden was er een Belgische hoogleraar in het Nederlandse programma 'Het Lagerhuis' en hij zou de presentatie vooral beoordelen op het feit of ze 'leuk' was. Hoewel het Belgische woord daarvoor 'plesant' is, is de boodschap die ik zou willen meegeven dat natuurbescherming in de toekomst vooral een positieve inslag moet hebben, ook als het gaat om de verandering van ons klimaat. Natuurbescherming moet meer een kwestie zijn van doen dan van laten, meer een kwestie zijn van genieten dan van onthouding. Of je het nu leuk vind of niet.