Artikel

Uithongerbeleid

Uithongerbeleid in de Oostvaardersplassen?







Dit artikel is op 06-04-2018 geplaatst.



Lezersvraag (geanonimiseerd)
Heel graag wil ik jullie opinie over de manier waarop bijvoorbeeld Het Utrechts Landschap een van hun gebieden beheert door de inzet van grote grazers. Er is op dit moment grote commotie ontstaan over het beheer in de Oostvaardersplassen vanwege de grote aantallen grazers die niet passen bij de draagkracht van het gebied. Ik woon bij de Amerongse Bovenpolder, een gebied in beheer bij Het Utrechts Landschap. De problemen daar komen overeen met die in de Oostvaardersplassen. Ook omdat in de Amerongse Bovenpolder geen eventuele verbinding met nabij gelegen gebieden mogelijk is. Ook in de Oostvaardersplassen blijven de grazers opgesloten en hier wordt het hongermodel toegepast, maar ook afschot. Allemaal erg onduidelijk en ondanks dat ik voor natuurlijke ontwikkelingen ben stuit het hongerbeleid/afschot mij erg tegen de borst. Ook al die sites met wildvleespakketten vind ik dubieus. Is het wellicht een winstgevende business om grazers als zogenaamde natuurontwikkelaars te hebben? Ik zie overal wildvlees sites....Jammer dat de wolf het probleem niet kan oplossen. Is er een diervriendelijke manier om de grazers te handhaven in het omheinde besloten gebied, zonder afschot(wildvleespakketten)? Wat is het alternatief voor grote grazers? Bedankt alvast voor jullie eventuele antwoord.


Antwoord
Natuurlijke begrazing is in onze streken een normaal onderdeel van de al duizenden jaren werkzame natuurlijke ecosysteemprocessen. Tal van planten en dieren kunnen alleen bestaan in relatie met natuurlijke begrazing. Wie natuurlijke begrazing uitschakelt, dat gebeurt bijvoorbeeld al door de dieren te voeren, onderbreekt de natuurlijke processen en maakt zo de natuur stuk.

Hoe de vigerende praktijk op de Amerongse Bovenpolder door Het Utrechts Landschap wordt uitgevoerd weten wij niet. Een vergelijk met de Oostvaardersplassen is echter niet zonder meer mogelijk. Er zijn immers fundamentele verschillen tussen beide gebieden. De dieren op de Oostvaardersplassen hebben de wettelijke status van wilde dieren. Zo gedragen zij zich daar ook, en zo zijn ze ook functioneel actief in dat ecosysteem. U schrijft: “Er is op dit moment grote commotie ontstaan over het beheer in de Oostvaardersplassen vanwege de grote aantallen grazers die niet passen bij de draagkracht van het gebied.” Dat is nu net het verschil met de meeste andere gebieden zoals bijvoorbeeld de Amerongse Bovenpolder. In de Oostvaardersplassen verkeren vrij levende wilde dieren, in de Amerongse Bovenpolder zijn het huisdieren. Strikt genomen is dus uw formulering onjuist, immers de draagkracht wordt in natuurgebieden door de natuur bepaald en dat werkt niet alleen uitstekend, maar is ook onmisbaar voor een samenhangend natuurlijk verloop van de ecosysteemprocessen. In de schommelende primaire productie - de totale bijgroei aan eetbare planten en dieren - heerst een natuurlijk evenwicht met de grote grazers. Maar die primaire productie is juist wèl veranderlijk. Er zijn immers veel eetbare planten beschikbaar in het zomerhalfjaar, maar minder in het winterhalfjaar. Dit natuurlijke en veranderlijke mechanisme is onafwendbaar en altijd werkzaam in alle natuurgebieden. En dat is maar goed ook! In onze achtertuin komen elk jaar wel twee broedsels van tweemaal acht mezenjongen groot. Toch is er volgend jaar maar weer plaats voor slechts één paartje mezen. De overige mezen blijken het volgend voorjaar te zijn verhuisd, opgegeten of wellicht gestorven door ziekte of ander kommer en kwel. Zo is het ook in de Oostvaardersplassen. Met alle dieren daar overigens, maar dus niet in de Amerongse Bovenpolder voor wat de grote grazers betreft. De Amerongse Bovenpolder is dan ook strikt genomen geen natuurgebied in de ecologische betekenis van het woord. Wie daar als grote grazer te kort komt, kan daar uit een bakje eten. De beheerder zorgt daar ongetwijfeld voor. Dat is hij terecht wettelijk verplicht. Nu begrijpen wij ook wel dat bij een gebrek aan voedsel in de Oostvaardersplassen de commotie opwelt. Het belang en natuurbesef van ecosysteemprocessen wordt echter helaas onvoldoende begrepen. Hoe je het ook wendt of keert, die processen - of zo u wilt ‘natuurwetten’ - zijn overal ter wereld in natuurgebieden werkzaam: in de geweldige Afrikaanse natuurgebieden, het Zuid-Amerikaanse oerwoud en in welk ander door de natuur aangestuurd natuurgebied dan ook. Uit dat complex van historische ecosysteemprocessen is ook onze natuur ontstaan. Wensen wij natuurbehoud op de lange termijn, dan moet ook zoveel mogelijk gehoor en ruimte geboden worden aan die aloude ecosysteemprocessen.

Een functioneel verschil is echter dat de Oostvaardersplassen door een omheining in grootte beperkt is. De dieren kunnen het gebied niet gemakkelijk verlaten. Toch is het ook daarbuiten winter zoals wij constateerden in het pal naast de Oostvaardersplassen gelegen Hollandse Hout. Daar troffen we een door de winterse voedselsituatie gestorven edelhert aan… Normaal komen hier geen edelherten voor. Waarschijnlijk wist dit hert eerder toch uit de Oostvaardersplassen te ontsnappen. Een in de schoot geworpen natuurlijk experiment! Nu had dit dier zowaar een héél bos voor zich alleen. Geen gebrek aan eten en toch verhongerd? In de Oostvaardersplassen was het winter, maar hier in het Hollandse Hout op steenworp afstand bleek het ook winter.

Verder is het in de discussie over de Oostvaardersplassen natuurlijk een zwaarwegend punt van kritiek dat de provincie Flevoland destijds op het laatste nippertje belet heeft om de Oostvaardersplassen ecologisch te verbinden met de Veluwe. Er was al geld voor de aankoop van gronden gereserveerd, terwijl bovendien de structuur van de verbindingszone naar de Veluwe al was bepaald. Toen wij allen wachtten op de uitvoering, haakte Flevoland plots weer af. Voor de aan de hekken van de Oostvaardersplassen hevig protesterende mensen adviseren wij dan ook om dat niet te doen aan de poorten van de Oostvaardersplassen maar aan de deuren van het ambtenarenkasteel van de provincie Flevoland.

















Niet alleen in de Oostvaardersplassen bleek het winter…. Een heel bos voor zich alleen en toch dood? Jazeker. In dit pal naast de Oostvaardersplassen gelegen Hollandse Hout bleek het ook winter…





Kommer en kwel op de Oostvaardersplassen
De ‘discussie’ is bekend. Wij vinden die meestal ongenuanceerd en soms ook dwingend. Mede natuurlijk door de oplopende emoties. Daar is wel enig begrip voor. Maar de achterliggende natuurlijke processen in natuurgebieden worden soms ook slecht begrepen. Het verwondert ons hoe ver mensen verwijderd kunnen zijn van de natuur. Waarmee wij meteen willen toevoegen dat de Oostvaardersplassen een verkleinde versie is van een groot ecosysteem in het destijds droge Noordzee-bekken. Daar leefden edelherten tot mammoeten in enorme aantallen. Het waren, net als de Oostvaardersplassen, zeer productieve systemen met een enorme primaire productie. Gaat die echter aan het eind van een winter op een spaarvlammetje, dan vallen onontkoombaar de minder aangepasten af. Dat wordt ook wel natuurlijke selectie genoemd, zijnde opnieuw een zeer essentieel natuurlijk proces. Dat maakt dat een giraffe een lange nek heeft en een edelhert hard en langdurig kan hollen. Zo was het, en zo is het nog steeds. De hemel zij dank.

In alle natuurgebieden is de voedselbeschikbaarheid dus altijd de belangrijkste limiterende factor. Met name aan het eind van een winter is die druk vaak groot. Dieren die door verminderde vitaliteit, ouderdom of anderszins op dat moment onvoldoende aangepast zijn aan de natuurlijke omgeving, krijgen het dan moeilijk. Meestal zijn dat de individuen die een hoge leeftijd hebben bereikt of juist heel jonge nog onervaren dieren. Wie op de een of andere manier de concurrentie tussen soortgenoten weet te pareren is gedwongen om voedsel te zoeken op de slechtere plekken. Dan stapelt het ongerief zich op en kan leiden tot verdere vermindering van vitaliteit.

En hoe je het ook bekijkt, ook dieren hebben geen oneindige levensduur. Verzwakte dieren zullen in deze zeer schaarse periode het onderspit delven. Zij sterven een natuurlijke dood. Emoties over ‘hongerende’ dieren helpt de dieren geen steek verder. Met bijvoeren maakt men van natuur een kinderboerderij. Het kunstmatig in leven houden betekent hoogstens een uitgestelde dood en altijd verstoorde natuurlijke processen.

De volgende paragraaf om inzicht te verschaffen in wat er in zo'n dier kan omgaan is niet om dit dwingende maar natuurlijke proces vrij te pleiten van schuld. Zelf bezoeken wij heel veel relatief ongestoorde natuurgebieden om te leren van de natuurlijke processen in die laatste restanten natuurlijke bossen die wij gelukkig nog in Europa hebben. Dan zie je dat ook daar precies hetzelfde gebeurt. Zij het dat dat meer gesloten vegetaties zijn waarbij je vergezichten zoals in de open Oostvaardersplassen moet missen. Maar ook daar gaan de minder aangepaste dieren uiteindelijk dood, aangestuurd door een gebrek aan of onbereikbaar voedsel. Van alles wat wij van deze processen hebben geleerd is dat een dergelijke dood in de natuur welhaast de zachtst denkbare dood is. Met name voor grote herbivoren, dus plantenetende zoogdieren als herten en runderen. De dieren die zo in moeilijkheden komen gaan dan vrijwel altijd voor zover wij dat kunnen waarnemen hun activiteiten op aan lager pitje zetten. Zo hebben we soms herten en elanden dagen zien rusten aan de voet van een boom om energie te sparen. Houdt het voedseltekort aan dan daalt de bloedsuikerspiegel in het lichaam verder. Het bewustzijn van het dier versuft en het dier gaat vrijwel pijnloos een rustige dood in. Een wegglijdende schaal dus naar een vermindert bewustzijn vergelijkbaar met een relatief zachte dood in de slaap. Een zachtere dood is in de natuur niet denkbaar. Om zo’n dier in zijn laatste dagen nog door het aanbieden van kunstmatig voer proberen zijn leven te verlengen, veroorzaakt een slepende en onnodig kwellende dood.

Natuurlijk, in ongestoorde natuurgebieden komen óók roofdieren voor. Die kunnen de verzwakte en versufte dieren in veel minder tijd aan hun einde helpen. Maar heeft u wel eens gezien hoe een wolf de luchtpijp van een hert dichtbijt terwijl anderen al aan de achterzijde van het dier beginnen te eten? Er zijn vele vormen van doodgaan. Die van een dood door gebrek aan voedsel bij verzwakte of onaangepaste dieren is voor zover wij dat kunnen beoordelen veruit de vredigste die we op onze vele natuurtochten hebben kunnen waarnemen.

De beheerders van de Oostvaardersplassen hebben het bij het rechte eind. Stervende dieren is geen mooi gezicht, maar het is niet te ‘verbeteren’. Noch door het aanbieden van kunstmatig voer, noch door het afvuren van een kogel. Het bevredigt alleen wellicht de emoties van de mensen die zich door wringende gevoelens gekweld weten.

Eigenlijk heeft de mens in zo’n treurig geval van stervende dieren maar één ‘oplossing’: het dier dan maar zelf doodmaken. Maar dacht u werkelijk dat een gloeiend hete kogel die je ingewanden aan puin schiet een pretje is? Hij is dan toch tenminste meteen dood? Maar die dood duurt lange minuten. Zag u wel eens een geschoten dier minuten spartelen en stuiptrekkend in een hopeloos doodsgevecht verwikkeld? Doodschieten is helemaal niet prettig. Die paar minuten zijn héél, héél lange minuten.

Vooral om tegemoet te komen aan de emoties worden daarom onder druk van protesterenden in de Oostvaardersplassen desondanks jaarlijks rond 80 tot 85% van de dieren afgeschoten waarvan wordt aangenomen dat ze het einde van de winter niet zullen halen. De overige dieren weet men niet te bereiken of worden niet gevonden. Alleen deze sterven een natuurlijke dood.

















Op de Veluwe - hier Veluwezoom - worden de herten op uiterlijkheden beoordeeld. Een belangrijke afweging is een ‘mooi’ gewei. Als de geweivorming niet bevalt, of zoals waarschijnlijk in dit geval weinig toekomstverwachtingen biedt, dan wordt zo’n dier eenvoudig afgeschoten. Dit nog zeer jonge damhertje is daarom in haast zijn zelfde geboortejaar nog om het leven gebracht. Is natuur bedoeld als landschapsversiering voor mensen? Als we de geromantiseerde natuurbeelden die ons de laatste tijd teisteren bekijken, dan lijkt natuur er inderdaad vooral voor ons plezier te zijn. En als het niet bevalt, dan beheren we het weg? Modern natuurbeheer gaat inderdaad soms tot het gaatje.