Artikel

Wisent terug


Alle wisenten helpen

In de kleinste potjes zitten vaak de beste ideeën. Nadat in Nederland de eerste ‘vrij levende’ wisent over de dam was (Kraansvlak, in de duinen bij Zandvoort) volgden er meer. Duitsland herbergt sinds kort ook een bescheiden populatie vrij levende wisenten. Kritisch Bosbeheer was vanaf het eerste moment intensief bij beide initiatieven betrokken. Bij de Duitse groep aanvankelijk in een klein gezelschap, maar al snel groeide het groepje uit tot een menigte die er allemaal ook hun plasje over wilden doen.

Dit artikel is op 04-03-2013 geplaatst



Natuur in de benen helpen is mensenwerk van enkelen
Het is bepaald een wondertje dat deze chaos resulteerde in de terugkeer van de wisent in een natuurgebied, nu zelfs zonder rasters. Er gingen zo’n tien jaar overheen om de belangrijkste hoofden in één richting te krijgen. We kunnen hier zonder meer spreken van een polderend proces van het allerhoogste niveau. Beter zijn wij in het natuurbeschermingswereldje nog niet tegengekomen. Hier past een groot compliment aan de onverwoestbare voortrekker, een slijtvaste sleurder, die ook al eerder liet zien in staat te zijn om in één, twee of drie jaar, nota bene het op één na beste bos van West-Europa, tot Nationaalpark verklaard te krijgen. De kettingzagen waren al aangeslingerd en de jagersgeweren geladen, toen dit voormalige DDR-bos kantjeboord tot strikt reservaat werd veiliggesteld. De rovers en projectontwikkelaars konden nog net op tijd de deur gewezen worden. Chapeau! We durven zijn naam op deze plek niet eens uit te spreken, bang om ons medeplichtig te maken aan het vergrijp dit fragiele polderbouwwerk averij te laten oplopen of erger, de boel misschien zelfs alsnog te laten ineenstorten. Want zo gaat het helaas soms ook in de Grote Mensenwereld. Neem de Oostvaardersplassen. Ons enige natuurgebied op het droge van internationaal allure. Wel schamperen op een omliggend hek, terwijl, als het er er op aankomt, een al 25 jaar klaarliggend en vergevorderd reeds gefinancierd plan om de natuur daar te verbinden met de natuur verderop, op de valreep geniepig de hoofdzekering eruit te draaien. Natuur in Nederland is dan leuk als wandversiering, maar het mag ons geen meter ruimte kosten en vooral geen overlast bezorgen, want dan worden we boos.


Natuur terug
De Natuur is sterker dan de leer zullen we maar zeggen. Maar je moet wel over visionaire eigenschappen beschikken, vasthoudend zijn, en ermee kunnen omgaan dat de eer van jouw werk altijd door anderen wordt weggekaapt. Gelukkig zijn zij er nog, visionaire mensen, die op eigen benen staan en doen wat ze kunnen. Wisenten dus. Na het Nederlandse Kraansvlak is er dus opnieuw een plek bijgekomen waar deze laatste wilde rundersoort in vrijheid zijn goede werk kan voortzetten.




Het nieuwe leefgebied van de wisent in het Duitse Rothargebirge, iets ten oosten van het Roergebied





Menselijk geknor
De Natuur is inderdaad sterker dan de leer. Dat klinkt mooi, maar is nog waar ook. In de inleiding plaatsten we de woordjes ‘vrij levend’ tussen aanhalingstekens. Want waar een hek omheen staat is immers niet vrij om te gaan en staan? Wij mensen zijn wel eens nieuwsgierig en reizen dan viermaal jaars over de wereld om nieuwe culturen te bezichtigen, op de hoogste bergen te skiën, in de aangenaamste wateren te baden, en de laatste oerwouden te bewonderen. Maar wilde dieren en planten hebben andere wensen dan mensen. Wilde dieren zijn niet gebonden aan andere culturen of gebieden. Landsgrenzen, noch politieke structuren interesseren hen. Een wisent wenst slechts plekken om zich tijdens zijn bestaan van voedsel en water te voorzien, om te rusten, om zich aan het ongerief van concurrenten te kunnen onttrekken en om zijn en haar nageslacht te verwekken en groot te brengen. Als om dit hele stelsel van wensen een hek staat, dan is dat voor zo’n dier van generlei waarde. Alles wat hem behoeft is aanwezig. Als zijn bestaan verder maar niet wordt verziekt door mensen die er zich niet als gast gedragen, maar gaan ingrijpen, bijvoorbeeld door de dieren te gaan voederen of te beschieten, dan kun je ecologisch spreken van vrij levende dieren. Uit onderzoek weten we dat wisenten dan, ook zonder hekken, eeuwenlang in zo’n gebied kunnen verblijven en daarbinnen, al naar gelang het seizoen en de toestand der dingen, in kleinere rondjes in sociaal georganiseerde groepen rondtrekken. Voor wisenten kan zo’n levensplek relatief klein naarmate het gebied ecologisch completer is. Natuurlijk moet er uitwisseling plaatsvinden tussen de groepen, dat dient het onderhoud van de genetische variabiliteit. In de twee hier besproken plekken waar wisenten leven, het Kraansvlak en recent het Rothargebirge, is dat laatste (nog) niet aan de orde omdat er eenvoudig (nog) geen andere groepen zijn. Voor de nabije toekomst is dat voor het Kraansvlak onzeker, voor het Rothargebirge is dat nadrukkelijk de bedoeling, althans na één à twee jaar zullen de daar ingebrachte dieren van hun gewenningsraster worden bevrijd en kunnen ze vrij gaan en staan waar ze dat wensen. Natuurlijk binnen het bos, waarvoor zonder belemmering rond 10.000 ha beschikbaar is. Inclusief de randzone’s, waar ze vooralsnog liever niet gewenst zijn, van ongeveer 20.000 ha. Daarbuiten wonen mensen, waarvan de meesten waarschijnlijk geen prijs stellen op wisenten in hun tuintjes. Afgesproken is dat dat ook niet gewenst is. Want de meeste mensen blijken dan al gauw erg kort aangebonden. Kijk maar hoe wij met wilde zwijnen omgaan. Wij hebben dan wel de Veluwe van 100.000 ha tot beschermd natuurgebied verklaard, maar dat is slechts papier. De wilde zwijnen dienen zich zelfs daarbinnen aan te passen aan onze wensen. 1500 Wilde zwijnen, dat is het uiterst magere maximum dat wij op dat relatief enorme, maar ecologisch sterk verarmd, areaal willen toestaan. Op het grondgebied van de stad Berlijn leven alleen al 5000 wilde zwijnen. En dat is niet eens natuurgebied. Natuurlijk heeft dat ook daar soms gevolgen voor de tulpenbollen in de diverse tuintjes, levert het geknor en gemopper op van mensen. Men is daar toch heel wat inschikkelijker dan wij hier op de Veluwe. Wij zien wilde zwijnen liever vooral als landschapsversiering. Netjes gedragen en geen ‘overlast’, want anders zwaait er wat. Dan spreken we van een ecologisch hek en niet van een vrije maar aan de mens onderworpen natuur: een kenmerk van domesticatie.




Overzichtskaartje van het gebied waar de wisent is geherintroduceerd.





Rothargebirge
Sinds het eerste initiatief ligt al bijna tien jaar achter ons. Het is bijna onvoorstelbaar hoeveel kneed- en masseerwerk er nodig was om alle bedachte bezwaren te pareren. Dat bewaren we maar voor een ander artikel. Het is dan nu eindelijk gelukt en de eerste dieren zijn zojuist vrijgelaten in een gewenningsraster. Het is heel bijzonder dat nadrukkelijk de bedoeling is om dat raster na de eerste daar geboren kalveren weg te halen. Van bijvoeren, dierenartsen als wolf, zal (voorlopig?) evenmin sprake zijn. De eerste plek dus in West-Europa waar deze soort zijn volledige vrijheid weer terugkrijgt. Bialowieza doet al lang niet meer mee. Mooi bos, maar het beheer stagneert en de wisenten staan daar in de winter gewoon op een pak hooi. Dan is er nog de Kaukasus, waar in totaal negen aparte sociaal coherente kudden rondzwierven. Maar sinds het wegvallen van de sovjetgrenzen zijn daar vrijwel zeker alle wisenten door onverlaten gestroopt en in delen in rugzakken van de hellingen naar beneden gesleept. Weg. Stunde null dus voor de Kaukasus. Maar een hoopvol nieuw begin voor het Rothargebirge en natuurlijk Kraansvlak.

Een compleet verslag van deze fascinerende exercitie om weer iets van het complex der natuurlijke processen in ons land in werking te herstellen zou op zijn plaats zijn: Kritisch Bosbeheer lanceerde de eerste concrete herintroductieplannen voor wisenten al in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Bij het scheiden van de markt haakten verantwoordelijke politici onder druk van vooral jagers af. U zou in een inspirerend inkijkje deelgenoot kunnen worden van waar en wanneer het allemaal begon, waar en waarom het mislukte, waar en waarom het nu twee keer wel lukte. Het is nu vooral tijd voor feestvreugde. Wij feliciteren de initiatiefnemer van harte met dit mooie resultaat en wensen hem alle eer toe en drinken er heden avond bij de behaaglijk brandende kachel een extra glas wijn op!