Artikel

Bialowieza en exoten


Het spontane succes van Amerikaanse eik, tamme appel, vederesdoorn en 275 andere houtige gewassen op de grens van Polen en Wit-Rusland.





Door: Frank Verhart

Dit artikel is op 24-02-2112 geplaatst
Dit artikel is eerder in 2003 in Nieuwe Wildernis gepubliceerd






Exoten in het oerbos
De Puszcza Bialowieska geniet steeds grotere bekendheid bij liefhebbers van min of meer ongestoorde ecosystemen en klinkt de lezer van Nieuwe Wildernis beslist bekend in de oren. Het gebied wordt geroemd om haar ongestoorde (bos-) ecosystemen, waarin de wisent leeft in half-natuurlijke omstandigheden samen met vrijwel alle andere er van nature thuishorende medebewoners. De bomen maken ook hier het bos en met name de zomereik, de zomerlinde, de gewone es en de fijnspar bereiken een ontzagwekkende, overigens zeer natuurlijke, omvang, die tot ver buiten de Poolse grenzen bekend is.

Met dit artikel wil ik meer bekendheid geven aan de onnatuurlijke kanten van het ’oerbos’ van Bialowieza, aan de hand van indrukken en feiten die tot mij kwamen tijdens samenwerking met het lokale natuurwetenschappelijk onderzoek gedurende het voorjaar van 2002.

Een romantisch idee: op zo–n 1500 kilometer van de Veluwe ligt nog altijd een uitgestrekt bos dat zich zonder tussenkomst van de mens in stand houdt. Een bos waarin iedere soort van de natuurlijke bevolking, bestaande uit bomen, planten, gewervelde dieren, vogels, insecten, zwammen enzovoorts, haar plekje zelfs tot in de laatste eeuwen heeft behouden. Een bos bovendien dat volledig in laagland ligt en waarvan het lokale klimaat met de nodige flexibiliteit nog enigszins te vergelijken is met dat van onze Veluwe.

Dit beeld wordt als zodanig herhaaldelijk door de media, het natuurtechnisch en bosbouwkundig beroepsonderwijs en met name ook de ecoreisbranche uitgedragen. Helaas moet dit beeld wel worden bijgesteld é het zal menig lezer bekend zijn. Laat ik beginnen met de term Puszcza. Dit Poolse woord voor oerbos wordt ook gebruikt voor andere bossen in Polen, zoals de Puszcza Augustowska en de Puszcza Piszka. Het gaat hier echter om bossen die hun oude naam hebben behouden, terwijl er al lang geen ongerepte hectares meer zijn. Hoewel dit op zich nog niet veel zegt over de Puszca Bialowieska, zegt het toch wel iets. Dichter bij huis bijvoorbeeld verwijst de stad 's-Hertogenbosch in naam immers ook nog altijd naar het Brabantse oerbos waarin hertogen, net als in het bos van Bialowieza, rond 1500 nog jaagden op edelherten.

Versneld uitsterven komt in Bialowieza gewoon voor. De bruine beer en de wisent zijn bekende voorbeelden. De laatste wisent werd kort na WO I geschoten. Minder bekend is bijvoorbeeld het feit dat de Kapjesorchis (Neottianthe cucculata), een uitermate kwetsbaar orchideetje, nu al tien jaar niet meer gezien is. Ze stelt absoluut geen prijs op het kapregime dat klaarblijkelijk aanzienlijk in intensiteit is toegenomen. Ondertussen proberen een paar auerhanen de eer nog hoog te houden.




Oer in het oerbos: een door de gestage regen gitzwarte wisentstier in het oerbos van Bialowieza.

© Stichting Kritisch Bosbeheer (1994)






Menselijk ingrijpen
Het vrijwel afwezig zijn van menselijk ingrijpen is een illusie in meer dan 57.000 van de ruim 62.000 Poolse hectare van Bialowieza. Alleen voor het sinds 1932 strikt beschermde deel van het Nationale Park Bialowieza houdt deze opmerking enigszins stand, hoewel ook dit gebied doorsneden wordt door zandwegen, die deels op verbeterd talud liggen, en een deel ervan jaarlijks door zo’n 30.000 liefhebbers wordt aangedaan. Daarbuiten is de situatie vrij dramatisch. Zo wordt uit het in 1996 aan het Nationale Park toegevoegde bosareaal fijnspar vlaktegewijs verwijderd en worden kapvlakten uitgerasterd. In het Landschapspark Szafera worden fijnsparren met een dikte van een meter geveld. De voet van de stam is daarvan vaak voor een derde tot de helft reeds weggerot. Wat er buiten de reservaten gebeurt is ronduit treurig. Het meest positieve nieuws is dat meestal de potentieel natuurlijke vegetatie van zomereik, zomerlinde en haagbeuk wordt aangeplant. In 1986 schreef Falinski dat zo’n 50% van het bos kenmerken had van een oerwoud. Dit percentage moet anno 2002 simpelweg fors naar beneden worden bijgesteld. Dat gegeven heeft uiteraard niets te maken met natuurlijke sterfte, maar alles met commerciële uitbuiting van natuurbos.


Natuurvreemde soorten
Naast uitsterven en menselijk ingrijpen is de opkomst van systeem-vreemde soorten een goede redenen om vraagtekens te zetten bij de term oerbos in de nabijheid van het toponiem Bialowieza. Zo is de Amerikaanse wasbeer al jarenlang een van de vaste bewoners van het gebied. Uit de flora noem ik ter illustratie twee soorten, waarvan de laatste jaren opmerkelijke ontwikkelingen zijn waar te nemen. De van oorsprong Zuid-Europese donkere ooievaarsbek (Geranium phaeum) werd tot voor kort alleen in het talud van de hoofdweg Hajnowka-Bialowieza waargenomen. In 2002 werd ze ontdekt op een andere plek in het bos en een plek in de directe nabijheid van het strikte reservaat, nota bene aan de rand van een voor natuurontwikkeling aangelegde amfibieënpoel. Het klein springzaad (Impatiens parviflora) is veel algemener en kan in grote delen van het gehele bos worden aangetroffen. In het strikte reservaat is ze met succes bestreden. De ontwikkeling van het verspreidingsareaal binnen het bos laat echter geen ruimte voor twijfel. Binnen afzienbare tijd zal de soort zich definitief vestigen in de maagdelijke kern van het bos en zal verdere bestrijding zinloos zijn.

In het bos van Bialowieza, inclusief daarin ingesloten landbouwareaal, aanliggende bebouwing en tuinen en het stadje Hajnowka, is in de laatste jaren het indrukwekkende aantal van 278 verschillende uitheemse bomen en struiken waargenomen. Daarbij zijn ook cultivars van inheemse soorten meegeteld. Dit is een van de feiten uit de in 2002 verschenen Atlas of alien woody species of the Bialowieza Primaeval Forestè van Adamowski, Dvorak & Romanjuk.

Concentratiepunten van uitheemse boomsoorten zijn het stadje Hajnowka en het dorp Bialowieza. In het dorp van Bialowieza zijn met name Paleispark, onderdeel van het oudste Nationale Park van Polen, en het leerbos rondom de regionale bosbouwschool concentratiepunten. Ook rond de ca. 140 overige woongemeenschappen en rondom boswachterijen komen veel uitheemse houtige soorten voor.

Het Paleispark is ooit ontworpen en aangelegd als fraaie achtertuin voor de tsaren. Omwille van variatie is daarbij een groot aantal uitheemse boomsoorten geplant. Vanuit het Paleispark is spontane verspreiding van uitheemse soorten tegenwoordig een reële bedreiging, met name ook richting het strikte oerbosreservaat. Naast de ’goede zaadproductie van veel volwassen bomen is het veranderde grondgebruik daarvoor een reden. De agrarische zone tussen het park en het oerbos wordt nauwelijks meer gebruikt en is bebost en verbost. Het tussenliggend gebied is daardoor geen barrière meer voor uitheems zaad. Er is een ecologische verbinding ontstaan die het menig exoot mogelijk maakt zich te verspreiden vanuit het Paleispark naar het aanliggende oerbosreservaat!

De bij ons zo omstreden Amerikaanse eik is in Bialowieza een van de meest ‘succesvolle’ exoten. Spontane verjonging blijkt geen enkel probleem en zelfs het strikte reservaat blijkt geschikt voor deze agressieve vervanger van natuurbos.

Tamme appel en tamme peer scoren naar aantal waargenomen standplaatsen het hoogst van alle exoten. Ze komen bovendien op vrij veel plaatsen voor in het strikte reservaat. Daar is de hoofdoorzaak van het voorkomen waarschijnlijk het onachtzaam weggooien van klokhuizen door (recreatieve) bezoekers. Op verschillende plaatsen komen de gecultiveerde vruchtenbomen in grote aantallen spontaan op voormalige landbouwgrond voor, met name ten noorden van het dorp Bialowieza. Hier speelt wild zwijn een belangrijke rol bij de verspreiding. De dieren eten de vruchten van aangeplante appels en peren en nemen pitten of klokhuizen mee terug in het landbouwgebied. Het succes van de soorten op verlaten landbouwgrond wordt ook verklaard door het voorkomen van individuele vruchtdragende exemplaren langs karrensporen. De appel valt in de regel immers niet ver van de boom!


Recreatief onder de voet gelopen
De onnatuurlijke ontwikkelingen in het bos van Bialowieza zijn met een bepaalde bril op terug te zien in de culturele ontwikkeling van de omliggende dorpen, met name in het dorp Bialowieza zelf. Mij drong zich in de loop der weken een soort parallelle ontwikkeling op buiten het oude bos. Sinds het einde van de communistische tijd is het niet meer mogelijk het bos door te reizen met de milieuvriendelijke trein. De automobilist is zich sindsdien gaan toeleggen op West-Europese motorvoertuigen, hetgeen een hogere gemiddelde snelheid veroorzaakte en het contact met het bos dus logischerwijs al reizende is verkleind.

In tegenstelling tot wat wordt beweerd is het toerisme in Bialowieza niet explosief toegenomen, in ieder geval niet in aantallen toeristen. Hoewel het aantal inmiddels tien maal zo groot is als begin jaren 90 is het terug op een niveau dat vergelijkbaar is met de aantallen in de jaren 70. Alleen al uit dit gegeven blijkt een enorme cultuurverandering als je daarbij weet dat er zo’n 10 jaar geleden nauwelijks agrotoeristische boerderijen waren en slechts enkele hotels. Het hele dorp is de laatste jaren volgezet met allerlei reclame-uitingen, een beeld dat in Oost-Polen niet past en voorheen, bijvoorbeeld in de jaren 70, ook niet nodig was! Voorts bleken in 2002 ten opzichte van niet meer dan een jaar eerder twee grote nieuwe hotels te zijn geopend en twee bestaande gerenoveerd en heropend. Een van de winkels werd op een nieuwe locatie in uitgebreide en moderne vorm heropend. In het Paleispark werd het afgelopen jaar puin gedumpt ter voorbereiding van de uitbreiding van een parkeerterrein. Er werd in ieder geval een exoot toegevoegd, namelijk een internetzuil in het Paleispark. Een van de straten werd voorzien van een stoep. De vraag is dan of en zo ja, hoe het onkruid zal worden verwijderd. De chemospuit wordt in ieder geval wel gebruikt. Het zijn vaak kleine ontwikkelingen, die echter wel de oude cultuur veranderen en de lokale bevolking afstand doen nemen van de natuur en dat uitgerekend in Bialowieza! De lokale bevolking gebruikt het bos al lang niet meer om hun eigen huizen mee op te bouwen. Nu is het cynisch te zien dat stenen gevels worden afgewerkt met kunststof schroten, voorzien van nota bene een houtstructuurtje. Dergelijke ontwikkelingen passen niet in mijn beeld van verantwoord en duurzaam ecotoerisme.

Het klinkt cru, maar uiteindelijk is het strikte oerbosreservaat van Bialowieza bij ongewijzigde bescherming simpelweg weer een bloempot. Zij het een zeer gevarieerde, waarin bovendien ruimte is voor twee meter dikke zomereiken en 55 meter hoge fijnsparren!

De auteur van dit artikel droeg bij aan onderzoek naar uitheemse houtige gewassen in het bos van Bialowieza, tijdens een praktijkstage van de HBO-opleiding Bos- en Natuurbeheer.


Literatuur
W. Adamowski, L. Dvorak & I. Ramanjuk, 2002. Atlas of alien woody species of the Bialowieza Primaeval Forest. Phytocoenosis 14, Supplementum Cartographiae Geobotanicae 14. Geobotanisch Station Bialowieza, Warschau-Bialowieza.

J.B. Falinski, 1986. Vegetation dynamics in temperate lowland primeval forests. Ecologicul studies in Bialowieza Forest.