Artikel

Den Bosch & Galgenberg


A-Locatiebos Den Bosch (Gelderland) en - een beetje - Bosreservaat Galgenberg op de Amerongseberg (Utrecht).

In “Wat is een bosreservaat?” beschreven we eerder hoe het overheidsbeleid er op is gericht om een stelsel van bosreservaten in Nederland te realiseren. De huidige selectie van 60 bosreservaten zijn feitelijk ontstaan uit een privé- initiatief dat aanvankelijk rond begin jaren tachtig een lijst van zogenaamde A-locatiebossen opleverde. Wat zijn nu precies A-locatiebossen en wat Bosreservaten? Om tot een wettelijk beschermd programma bosreservaten te komen is natuurlijk een goed idee, maar wat heeft de exercitie na dertig jaar opgeleverd?




Dit artikel is op 20-02-2012 geplaatst






A-locatie
Door enkele enthousiaste mensen is het idee van de A-locatiebossen gelanceerd. De term duikt in de notulen van SKB-vergaderingen voor het eerst op rond het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Men heeft van potentieel interessante bosgebieden in Nederland een lijst gemaakt en de gebieden meer of minder uitvoerig beschreven. Deze bevindingen zijn vervolgens in diverse deelrapporten gepubliceerd.

Wie de A-locatiebossen nader bestudeert merkt al snel op dat rijp en groen elkaar afwisselen. Er zitten bossen bij die nauwelijks boven een simpel stadspark uitsteken, maar er staan ook bossen op de lijst die beslist een beschermde status verdienen, met een liefst daarop afgestemd beheer, waarbij het bijvoorbeeld mogelijk wordt om bufferzones te creëren. Want hoe je al deze bossen ook bekijkt: bijna altijd gaat het om zeer kleine percelen.

De A-locatiebossen hebben helaas geen enkele formele status, al zouden daarover wel afspraken zijn gemaakt. De beheerder is binnen de normale randvoorwaarden vrij om er te doen en te laten wat hem goeddunkt. Het komt dan ook regelmatig voor dat Stichting Kritisch Bosbeheer vragen of klachten krijgt over het gevoerde beheer. Mensen zijn door de betiteling namelijk over het algemeen geneigd te denken dat een A-locatiebos beschermd is. Zo was er eens een klacht over een A-locatiebos bij Wageningen waar plots de dode bomen door de gemeente werden verwijderd…

Het uitwerken van de lijst van A-locatiebossen is zoals gezegd een initiatief van enkele enthousiaste mensen die daarvoor subsidie van de overheid hebben gekregen. Nadat dat geld op was gebeurde er niets meer met het initiatief. Dat is jammer.


Bosreservaten
Na jaren stilstand kennen we inmiddels ook de zogenaamde Bosreservaten, in het zogenoemde “Programma Bosreservaten”. In 2004 worden namelijk door de rijksoverheid zestig bossen geselecteerd die sindsdien een wettelijk beschermde status kregen. Intern beheer is er niet meer toegestaan. Toch zijn ook hier in grote lijnen dezelfde bezwaren van kracht zoals wij bij de A-locatiebossen hebben genoemd.

Het gaat ook hier bijna altijd om zeer kleine percelen. Intern beheer is er inderdaad niet meer toegestaan, maar bufferzones zijn er meestal niet. Zo is op één van de betere reservaten (Amerongseberg) enkele jaren geleden het bos pal ernaast grootschalig door kaalslag geoogst. Dergelijke rigoureuze ingrepen zijn altijd van invloed op de ontwikkelingen in het reservaat. Voorts omvat de selectie bepaald niet een evenredige indruk van de diverse hier van nature voorkomende bostypen. Op deze bosreservatenlijst staan mooie beschermwaardige bossen, maar eveneens bevat deze bossen die een geringe of geen natuurlijke bosvegetatie weerspiegelen. Denk bijvoorbeeld aan een bosreservaat van aangeplante grove dennen op stuifduintjes zoals de Zwarte Bulten op de Veluwezoom bij Velp. Toch is zo’n aanstelling als bosreservaat wel te verdedigen, bijvoorbeeld voor wetenschappelijke studie en het volgen van parameters in de tijd. Maar van een bosreservaat in de strikte betekenis van het woord: bescherming van een natuurlijke en aan de groeiplaats gebonden vegetatie, of deze als zodanig tot ontwikkeling te laten komen, met als doel behoud of het verkrijgen van natuurlijke bosontwikkeling, is dan uiteraard geen sprake. Vooralsnog is het hele plan van A-locatiebos naar Bosreservaat een nogal vrij vage exercitie. We spraken nog alleen over natuurbeleid, niet over de mogelijkheden van natuurbosontwikkeling. Een ontginningsbebossing volgen zonder intern beheer (nietsdoen-beheer), is interessant en nuttig, maar dat levert de eerste duizend jaar geen natuurbos op. Dan is de inzet van natuurtechnisch bosbeheer onontkoombaar. Maar er is terecht eerst een goed bosbeleid nodig en een visie voor natuurbosontwikkeling. Die laatste ontbreekt vooralsnog naar onze opvatting. Ook de schaal van de afzonderlijke reservaten is veel te klein. Men spreekt van een netwerk, maar dat is een papieren netwerk, het zijn losse snippertjes verspreid over het land.


Is het bosreservatenbeleid effectief?
Die A-locatiebossen waren dus een tamelijk willekeurige keuze van een reeks ecologisch potentieel interessante bossen, alsmede enkele bossen die omwille van studie zijn opgenomen. Zo kan het bijvoorbeeld heel leerzaam zijn om te bezien hoe een ontginningsbebossing zich ontwikkeld bij een nietsdoen-beheer. Maar het merendeel van de A-locatiebossen vertegenwoordigen toch ongeveer de betere restanten bos in ons land. Als je daarvoor nu eens een beleid van effectieve bescherming op zou kunnen loslaten, dan is althans een basis gelegd voor de ontwikkeling van een reeks bosreservaten voor de toekomst.

Dat is niet onbelangrijk, want Nederland heeft behoefte aan een netwerk van bij wet beschermde bosreservaten. En wat daaraan nog niet of onvoldoende voldoet, maar potenties heeft, zou binnen het te ontwikkelen beleid in 'Programma Bosreservaten’ kunnen worden gestimuleerd om een natuurlijke ontwikkeling op gang te brengen en te laten doormaken, teneinde uiteindelijk tot een volwaardig bosreservaat te kunnen doorgroeien. Want het huidige Nederlandse areaal kwalitatief hoogwaardige bossen is internationaal gezien uitzonderlijk laag in aantal en helaas ook in kwaliteit. Het dekt ook bij lange na niet alle karakteristieke bostypen van ons land. Binnen het bosreservatenprogramma zou Nederland een reeks karakteristieke te beschermen bosreservaten zonder enige economische nutsfunctie dienen te ontwikkelen. Geen enkel huidig Nederlands bos is immers op enige functionele schaal ecologisch ongeschonden aan de huidige generatie overgeleverd. Bossen ouder dan 150 jaar zijn al helemaal ongewoon zeldzaam in ons land. Wellicht slechts zo'n 300 ha huidig bos is ouder dan 150 jaar. Wat overigens helemaal niet wil zeggen dat het boven- en ondergrondse deel van deze bossen nu bij benadering een oorspronkelijke natuurlijke samenstelling bezitten. Integendeel, het gaat uitsluitend om bossen met een productieverleden waar zodoende de natuurlijke soortensamenstellingen door de mens ingrijpend zijn gewijzigd. Het vrijwel enige gedeelde kenmerk van deze oudste bosgronden is dat het inderdaad 'oude bosgronden' betreft. Dus bodems waarop het bos, als een verzameling bomen, nooit helemaal is verdwenen. Het bomenbestand van zo'n 'oud' bos kan dus bijvoorbeeld heel goed een groot aandeel exoten bevatten zoals Amerikaanse eik, Amerikaanse vogelkers, fijnspar, douglas, lariks, enzovoort. Helaas is dat niet zelden ook het geval. Maar het feit dat de bodem altijd met bomen in bosverband bedekt is geweest, is belangwekkend voor de ecologische verdere ontwikkeling naar natuurbos. Op een aardappelakker natuurbos laten ontstaan is aanzienlijk problematischer.


Na 30 jaar wil het nog niet erg vlotten
We zijn nu rond 35 jaar verder na de eerste concrete pleidooien voor het instellen van bosreservaten en de iets latere initiatieven die leidden tot de A-locatiebossen. Nadat de lijst van de A-locatiebossen in 2004 formeel is overgegaan in het zogeheten “Programma Bosreservaten” van de rijksoverheid, is de uiteindelijke lijst integendeel niet gegroeid maar zelfs ingekort, waarbij nog slechts 60 reservaten zijn overgebleven. Waarom dat is gedaan en onder welke criteria is onduidelijk. In het al aangehaalde artikel “Wat is een bosreservaat?” beschreven we al dat er telkens verdunning optrad over de kwaliteitscriteria en het teruglopend aantal geselecteerde bossen die door de overheid als beschermd bosreservaat verder door het leven moeten gaan. Kritiek hadden we ook omdat van die ‘strikte bescherming’ te weinig terecht komt, omdat er soms toch wordt gekapt of gesnoeid. In het hele concept van het op te bouwen stelsel van bosreservaten is voortdurend van kwaliteitsverdunning sprake, inhoudelijk maar ook kwantitatief. Zo komt in de hele bosreservatenvisie het begrip natuurtechnisch bosbeheer niet eens voor. Hier en daar is omvorming toegepast volgens de mozaïekmethode. Voor zover wij deze laatste ingrepen hebben kunnen volgen, hebben deze op termijn, zeg meer dan tien jaren, nergens enige meetbare resultaten opgeleverd. Die techniek is volkomen ontoereikend en verouderd, want is gekopieerd van de eerste schuchtere pogingen om methoden van omvormingsbeheer te definiëren zoals die in kringen van de latere Stichting Kritisch Bosbeheer uit de late jaren zestig van de vorige eeuw zijn beginnen te ontstaan.




Bosreservaat de Galgenberg op de Amerongseberg in de provincie Utrecht (officieel in 1983 ingesteld als bosreservaat en later opgenomen in de bosreservatenlijst ‘Programma Bosreservaten’).

De fotograaf begaf zich zo-even buiten het bosreservaat en kijkt verwonderd in de leegte van de genadeloze neoliberale mensenwereld. Hij staat dus tijdens het afdrukken van de sluiter pal op de grens tussen beschermde natuur en houtakker en kijkt uit over een enorme kaalslag die begint aan de voeten van de fotograaf, staande aan de rand van bosreservaat de Galgenberg. De beheerder hier kan met dit gruwelijke staaltje broddelwerk moeilijk verdacht worden van veel sympathie te hebben voor de natuur in beschermde bosreservaten.

De opname is op 31-05-1986 gemaakt tijdens een excursie naar het bosreservaat de Galgenberg, georganiseerd door Stichting Kritisch Bosbeheer.

© Stichting Kritisch Bosbeheer






Het gaat dus niet goed met het oprichten van een samenhangend stelsel bosreservaten. Zojuist is daar weer een voorbeeld van gebleken. Het gaat om het eerdere A-locatiebos op het landgoed Den Bosch in Leuvenheim aan de Veluwezoom. Eerst een A-locatiebos, nu niks meer. Het is particulier eigendom en enkele jaren geleden heeft er een beheerswisseling plaatsgevonden. Waarom is iets beschermingswaardig en is het dat even later niet meer? Het kan dus verkeren. Een paar maanden geleden is het beste uit dit voormalige A-locatiebos Den Bosch duurzaam omgehakt (voor eeuwig: duurzamer kan niet). Zie de onderstaande foto’s van november 2011.





© Stichting Kritisch Bosbeheer