Artikel

SBB wordt Bleker


Zojuist hoorden wij dat Staatsbosbeheer (SBB) haar bosbeheer wil wijzigen. Onder druk van Den Haag dient zij misschien wel 70% te bezuinigen. Klagen helpt niet. Den Haag is daadkrachtig en houdt van aanpakken. Wat is het antwoord van Staatsbosbeheer? Meer hout uit het bos. En snel! Brandhout voor de kachel en vezelhout voor spaanplaat.




Dit artikel is op 12-12-2011 geplaatst
Dit artikel is op 14-12-2011 gewijzigd





De kas van Staatsbosbeheer is leeg. Om de nood te lenigen heeft zij haar begerig oog laten rusten op meer productieve bossen. Energie is heden ten dage duur, dus daar lonken winsten. Door het bos te zien als brandbare massa hoopt zij het ontslag van zeven van de tien personeelsleden te voorkomen. Om dat te realiseren denkt Staatsbosbeheer rond 0,5 tot 2 procent jaarlijks van haar bossen extra te kappen. Dat hout wordt dan versnippert en elders in een vuuroven geworpen, alwaar uit de vrijkomende dampen stoom wordt vervaardigd waarop turbines gaan draaien en die op hun beurt weer generatoren aandrijven. Van de calorische waarde die hout bevat blijft zo ongeveer twintig procent elektrische energie over. Genoeg om de gestegen Haagse rekening van te kunnen betalen, zo is de redenering. De natuur in het bos is het kind van de rekening.




Natuurlijk experimenteerde Staatsbosbeheer al langer met ‘duurzaam bosbeheer’. Kijk maar, Staatsbosbeheer was here! Maar nu gaat het duurzame concept kennelijk echt van start, gezien de publiciteit. Wat betekent dat voor het bos?

De jongens en meisjes van Staatsbosbeheer komen voorrijden met gigantische machines, sturen die monsters door het bos, over paden en grafheuvels en roppen met grof geweld alle bovengrondse delen uit de bodem. Wat blijft er over van de kleine plantjes, hagedissen, gladde slangen, rondscharrelende kikkers, insecten, het vliegend hert en jonge reekalfjes die door de moeder in de vegetatie zijn verstopt, enzovoort, enzovoort? Wat denkt u? Wij denken: gehakt.

We gaan even verder. Die monstermachines zijn zó groot en zwaar dat de bosbodems voor de eeuwigheid worden vernield door verdichting. Om dat te voorkomen zijn de machines uitgerust met dikke banden die het gewicht verdelen, zal Staatsbosbeheer u vertellen. Wij vertellen van een Duits onderzoek waarvan de resultaten nog gepubliceerd moeten worden, en dat zeven jaar duurde, waarin is vast gesteld dat er desondanks vaak wel degelijk zodanige intensive bodemverdichting optreed, waarbij geen natuurlijke (bodem)processen bekend zijn die dat weer zouden kunnen herstellen. Dit betekent dat veel in de bodem levende organismen niet meer kunnen functioneren, dat het waterbergend en stabiliserend vermogen van de bosbodem afneemt en dat habitatten van bodembewonende planten- en diersoorten significant afneemt. Dode bodems dus en duurzaam dood voor de eeuwigheid, zoals we er op de zandgronden al te veel hebben en waar te weinig nog op en in de bodem levende organismen aanwezig zijn die voor bodemvormende en omzettingsprocessen zorgen zoals het tot humus omzetten van oud plantaardig materiaal.

Overigens is al uit rond 30 jaar oud Nederlands onderzoek bekend dat slechts één keer met een personenauto over een heideveld rijden dit na honderd jaar nog visueel zichtbaar is. Over bodemleven wordt in dat onderzoek niet gerept, want bodemleven in heidevelden is bijna altijd door de eeuwenlange intensieve ingrepen hooguit uiterst gebrekkig en zeer onvolledig aanwezig.




Korte-termijn-denken
De houtoogsten zullen met geautomatiseerde machines plaatsvinden. De bodem- en bosstructuren zullen verder verdicht worden. Die machines zijn tegenwoordig zo zwaar dat de bodems onherstelbare schade oplopen zoals uit Duits onderzoek is gebleken. De resterende vegetaties gaan sterker op monoculturen lijken. Dergelijke effecten zijn al in veel bossen en natuurgebieden zichtbaar: een belangrijke reden van de teloorgang van onder meer het korhoen dat op minder dan tien exemplaren voorgoed uit ons land dreigt te verdwijnen. Het bos van Staatsbosbeheer zal na elke geautomatiseerde houtoogst weer een stukje armer worden. De biodiversiteit zal er onontkoombaar door versimpelen. Maar ook de niet-levende natuur in het bos wordt zo met het hout beetje bij beetje afgevoerd. Denk aan onmisbare minerale bouwstenen van het leven van elke plant en dier, zoals kalk, fosfor, magnesium, enzovoort. Dit minerale verlies is voor de eeuwigheid. Duurzaam! Er is geen natuurlijk proces in ons land bekend die deze vorm van roofbouw goedmaakt. Alleen vulkaanuitbarstingen en planetoïdische inslagen, welke zover onze kennis reikt in de lage landen niet heel vaak voorkomen kunnen deze minerale verliezen op de hoge zandgronden compenseren. We kennen wel een virtuele variant van inslagen die niet zelden afkomstig blijken te zijn uit Den Haag en onderwerp is van deze tekst. Gezonde mineralen levert dat niet op, slechts onrust.

Het plan van Staatsbosbeheer is financieel en bedrijfseconomisch gestuurd. Het is geen natuurbeheer meer. Een vestzak-broekzak-verhaal. Korte-termijn-denken en dus een vorm van Grieks boekhouden. Dat gaat slechts maar een paar oogsten goed, want de vitaliteit van de bodem loopt terug, waardoor ziekten en plagen kunnen toenemen. Wat zo aan de top in Den Haag wordt ingezet, zal - zoals gebruikelijk - uiteindelijk aan de basis worden afgerekend. De natuur bij Staatsbosbeheer zal ten leste de forse rekeningen gepresenteerd krijgen. En beste mensen van Staatsbosbeheer, waag het niet om dit onzalige voornemen ‘duurzaam’ bosbeheer te noemen, overigens alweer de meest misbruikte term op dit moment.




Boompje is weg. Als de beestjes en boompjes van Staatsbosbeheer konden schreeuwen zou er een afgrijselijk gekrijs uit dit Drentse bos zijn opgestegen.





Vereniging ter behoud van het nietszeggende productiebos
Hoe het Griekenland inmiddels vergaat is iedereen wel duidelijk. Op eigen benen kan dat land zich niet meer staande houden. Zonder vergaande hulp van buiten is de zaak hopeloos. Ook de natuur in de Staatsbosbeheer-bossen zal na het potverteren de lopende rekening gepresenteerd krijgen. In de natuur geldt een ijzeren wet: wat eenmaal daaruit verdwenen is, is voor altijd weg. Staatsbosbeheer is in 1899 door de staat opgericht voor de ontginning van de ‘woeste’ natuur uit de na-middeleeuwse periode. Wat daaruit geworden is zien we nog steeds onder meer bij Kootwijk. Gruwelijke dennenakkers waar na honderd jaar nog nauwelijks enige natuurlijk leven van betekenis in is teruggekeerd. Kan Staatsbosbeheer zich een tweede blunder veroorloven waarvan de sporen eeuwen zichtbaar zullen blijven? Willen wij een Staatsbosbeheer ter behoud van het nietszeggende productiebos?




Alle boompjes zijn duurzaam aan kant, klaar om ergens in het land duurzaam verwerkt te worden in de duurzame ovens van duurzaam Staatsbosbeheer.



Een houthandel is geen natuur
Wij vinden dat volgens internationaal algemeen geaccepteerde normen tien procent van het oppervlak van een staat gereserveerd moet zijn voor natuur. Bosbouw is een vorm van landbouw. Natuurgebieden dienen voor de natuurlijke ontwikkeling van de natuur en niet voor de teelt van tulpenbollen of hout. Punt. Nederland is het land dat zich daar het minst gelegen laat liggen. Haar areaal natuur is het geringst van alle Europese landen terwijl de kwaliteit ook achter blijft. Na de toetreding van het laatste geweldige rentmeesterscabinet lijkt zowat alles wat je niet in een spreadsheet in geldelijk gewin kunt uitdrukken vogelvrij.

De eerlijkheid gebied op te merken dat de natuurbeherende organisaties kind aan huis zijn in Den Haag en dat de visionaire verschillen tussen regering en natuurbeherende instanties niet zo heel groot zijn. Ze laten zich opvallend gemakkelijk overhalen om zich te richten naar de wensen van de overheid, zoals Staatsbosbeheer nu weer lijkt te doen. Staatsbosbeheer staat daarin beslist niet alleen. Het beeld van de bovenomschreven problematiek geldt ook bij Natuurmonumenten, zoals uit bijgaand filmpje weer blijkt uit het Deelerwoud. Een gebied dat destijds door giften van het publiek bijeen is geharkt. Natuurmonumenten zal destijds vast niet het publiek gelonkt hebben met de wervende bedoeling om er een duurzame houthandel te willen vestigen.





Toegevoegde paragraaf
De zaak Staatsbosbeheer kreeg in de publiciteit een lichte wending. De aandacht wordt van het versnipperen van hout uit het bos afgewend naar een toename van de kap van stamhout. Het 20:00-uur NOS-journaal van 12-12-2011 meldde dat er door Staatsbosbeheer “vier keer meer bomen dan tot nu toe zullen worden neergehaald” omdat er "achterstallig onderhoud" in haar bossen is en omdat er oude bomen in het bos verwijderd dienen te worden om plaats te maken voor jonge groeiende bomen. "Dat is goed voor de natuur" horen we de nieuwslezer Staatsbosbeheer nog citeren. De rillingen lopen over onze rug. "Bomen kappen omdat dat goed is voor de natuur. Dat klinkt gek en toch is dat wat Staatsbosbeheer gaat doen de komende jaren" gaat de nieuwslezer verder. Dat klinkt niet alleen gek, dat is het ook. Deze drogredenering zal wel in functie van partijpolitieke redenen staan, denken wij. Jammer dat Staatsbosbeheer gaat liegen om haar beleid te verdedigen. Het zet de minder geoefende beschouwer op het verkeerde been en verpest het natuur-inzicht van het publiek.

Bomen in bossen worden soms oud. Dat gaat vanzelf en zonder te kappen. Een beuk kan tot 500 en in zeldzame gevallen zelfs 600 jaar oud worden. Net over de grens staan natuurbossen met eikenbomen die dubbel zo oud zijn. Een taxus kan vier tot vijf maal ouder worden. Een soort overigens die je zelden in volwassen staat in onze bossen zult aantreffen. Dergelijke inheemse soorten zijn helaas ten koste gegaan van de voor de houtproductie economische interessante en veelal exotische soorten zoals fijnspar en douglas, soorten die hier thuishoren als een nijlpaard in de Biesbos. In geen enkel terrein dat Staatsbosbeheer voor ons in beheer heeft komt ook maar één boom voor die dergelijke leeftijden bij benadering heeft bereikt. De kap van de bomen die zij nu voorstaat betreft zelfs bomen die zelden ouder zijn dan tachtig jaar… Dat zijn gewoon productiebomen die welbewust met dat doel zijn aangeplant en waarvan het langer wachten tot zij dikker worden financieel niet loont, omdat jonge nog snel groeiende bomen meer opleveren. Die aanplant van productiebomen is dus al eerder willens en wetens gedaan om er houthandel mee te bedrijven. En inderdaad, oude bomen heeft Staatsbosbeheer helemaal niet nodig, want vrijwel alle houtoogst uit onze bossen wordt vermalen tot snippers of vezels. Het aandeel zaag- en bouwhout is uitermate gering en mede door het slechte bosbeheer gemiddeld van matige kwaliteit. Op de houtmarkten speelt het geen rol van betekenis, daarom probeert Staatsbosbeheer het uiterst geringe aandeel wat in deze categorie valt het meest aan particulieren of ZZP'ers te verkopen.

De nieuwslezer neemt even later de kijker mee naar een praktijkvoorbeeld van wat in bosbouwkringen een kaalslag genoemd wordt. Dat betekent dat je op een relatief groot areaal alle bomen tegelijk kapt. Tegenwoordig gaat dat snel en efficiënt met een eenmansmachine. In geen tijd ligt een hele hectare voor de vlakte. Na de kaalslag blijft er een enorm gat in het bos over. Selectief individuele oude en dikke bomen oogsten is dan wel veel lucratiever, maar daar is in Nederland nauwelijks nog deskundigheid en infrastructuur voor aanwezig. Dergelijk aanbod, vaak laanbomen etc. verdwijnt doorgaans procentueel gezien vooral in het haardhoutcircuit, anders wordt het hout al gauw in het buitenland afgezet.

Inhoudelijk is de nieuwe strategie van Staatsbosbeheer puur commercieel ingegeven. Met name om de winsten op korte termijn. Na twee of drie kaalslagen zijn de bodems uitgeput en ernstig verstoord waarna de productie zal inzakken. Herstel kost eeuwen en op onderdelen is herstel niet meer mogelijk. Met de kap verdwijnt ook een complex aan minerale bouwstoffen die nooit meer terugkomen. We merkten al op dat houtproductietechnisch de oogst van kwalitatief oudere en dikkere bomen veel gunstiger is, de marktwaarde daarvan is immers aanzienlijk hoger. Zo'n bosbeheer vraagt echter vakmanschap en kost veel meer tijd door de langere omlooptijden. Beide heeft Staatsbosbeheer niet. De kassa moet nú gevuld worden.

Er is een derde en veel interessantere weg die de hoogst mogelijke kwaliteit oplevert tegen in principe nul kosten. Namelijk om het bos te laten staan in de eeuwigheid. Bosgebieden elders met een dergelijk beleid leveren soms tot miljoenen toeristen op, die zich terecht vergapen aan de natuur. Denk aan het Beierse Woud. Dit bosgebied van ruim 13.000 ha is een goudmijn sinds het in 1970 een nationaalpark is geworden en er geen enkele boom meer werd geoogst. Het oppervlak dat Staatsbosbeheer voor ons in beheer heeft is met zijn 260.000 ha bijna twintig keer zo groot… Een bosbeheer langs deze lijn is economisch, ecologisch en maatschappelijk gezien veruit het meest interessant, maar dan rinkelt vanuit het perspectief van Staatsbosbeheer de verkeerde kassalade. En dàt is de kern van deze zaak: Staatsbosbeheer wil zichzelf overleven en staat met haar gewijzigde bosbeleid een natuurlijke ontwikkeling van onze natuur in de weg.




Dit is wat in bosbouwkringen een kaalslag genoemd wordt. Het is een primitieve manier van bosbouw die in een modern en ecologisch en duurzaam beheerd bos beslist niet thuishoort. De kaalslagmethode is een hit en run-methode, die feitelijk al in de Steentijd werd toegepast. Het lukt je een paar keer en dan is de bodem zodanig verstoord dat deze lange tijd voor landbouw ongeschikt raakt. Volledig herstel is niet meer mogelijk. Bovengronds, qua vegetatie, kan op dergelijke zandgronden zoals hier, enig herstel plaatsvinden, over zeg enkele eeuwen, maar alleen indien alle soorten bomen en struiken die daar thuishoren nog aanwezig zijn. Dat geld voor planten én dieren. Zij kunnen dan geleidelijk het kaalgeslagen gebied weer herbezetten. Dat is hier op de Veluwe helaas niet het geval. Want, kijk goed, de bomen die hier nog oevereind staan zijn allemaal exoten, soms zelfs afkomstig uit andere werelddelen. Bosecologisch laat de opname een dramatisch bosbeeld zien, feitelijk een ecologische puinhoop. Er is op basis van dit soort uit de hand gelopen vormen van roof-landbouw wel beleid ontwikkelt om herstel op gang te brengen, maar dat is zeer duur en vraagt de eerste vijftig jaar intensieve begeleiding. Dat heet natuurtechnisch bosbeheer en wordt zover wij weten in Nederland niet of slechts onvolledig uitgevoerd. Feitelijk is er één gunstige uitzondering, namelijk op bosgebieden in de gemeente Oss, waarover we later op deze website misschien eens kunnen berichten.


Belang bij onwetendheid
Informatie over bosbeheer is zeker zinvol, want het publiek is maar matig over deze bedrijfstak geïnformeerd. Daarom is het verleidelijk dat belanghebbenden proberen het publiek wat kreten op de mouw te spelden om zodoende hun werkelijke motieven achter een rookgordijn te verhullen. Waaruit de geneigdheid blijkt om hun eigen bereide universum te willen blijven controleren. Neem de uitspraak van Staatsbosbeheer dat „oude bomen in het bos verwijderd dienen te worden om plaats te maken voor jonge groeiende bomen (…) want (…) "dat is goed voor de natuur". ‘Goed voor de natuur’ zegt Staatsbosbeheer, maar ze bedoeld feitelijk: ‘goed voor de houthandel en goed voor onze portemonnee’. In de bosbouw zijn dergelijke beweringen aan de orde van de dag teneinde voor de toeschouwer onnavolgbare beheersingrepen te verdedigen. Ze zijn echter dubbel beschamend omdat ze A onjuist zijn en B de organisaties zich meestal ook opwerpen als hartstochtelijke natuurbeheerders. Maar bomen verlaten van nature nooit het bos.

Op Wikipedia hebben we regelmatig geprobeerd om de diverse vormen van bosbeheer die in Nederland worden gepraktiseerd te bespreken. Daar bleek dat er krachten actief waren die keer op keer de door ons aangebrachte passages over kaalslagen en dergelijke uit de teksten schrapten of fundamenteel wijzigden, waardoor beslist een vertekend beeld ontstond. Het leek soms wel alsof er mensen ergens op kantoor uitsluitend belast waren met de taak op het afvlooien van fora op voor de bedrijfstak onwelgevallige teksten. Na enkele jaren hebben we onze pogingen op Wikipedia maar gestaakt.

De foto betreft uiteraard een ingreep op een terrein van Staatsbosbeheer. De kaalslag is in het voorjaar van 2011 op de Noord-Veluwe gefotografeerd.






Bedenkelijke toegift door kritiekloos journalistiek broddelwerk
In het dagblad Trouw is op 14-12-2011 wel een heel bedenkelijk artikel verschenen over de houtkap bij Staatsbosbeheer. Het artikel gelijkt een advertorial, bijna propagandistisch. Want ongewoon eenzijdig, bevat onjuiste informatie en conclusies en is vermoedelijk rechtsreeks uit de mond van de bomenhakkers opgetekend. Het bevat enkele zeer zonderlinge redeneringen. Er wordt bijvoorbeeld gezegd „dat kap niet zal plaatsvinden in natuurbossen als het Drents en Friese Woud of in bossen die een cultuurhistorische waarde hebben”. Wij missen hier een definitie van natuurbos en niet-natuurbos. Volgens onze ervaring kan het bij de heren houtkappers gewoon door elkaar lopen, een natuurbos kan morgen productiebos zijn en overmorgen weer omgekeerd. Inhoudsloos. Wat de „cultuurhistorische waarde” betreft: hoort daar een bos met grafheuvels bij? De eerste foto op deze webpagina is nota bene in het nationaalpark Drentse Aa opgenomen, terwijl bovendien de daar afgebeelde ingreep heeft plaatsgegrepen op een terrein met grafheuvels. De constatering in het Trouw-artikel is dus onjuist. Voorts wordt gemeld dat: "kijk, dit zijn SB's, de spechtenbomen waar ik niet aan mag komen." Mogen we hier spreken van een wel heel wonderlijke redenering? Als de heren alle andere bomen wel weghalen, dan verdwijnen toch ook de nestgelegenheden van alle andere soorten vogels (zoogdieren, insecten, vleermuizen, bijen, rupsen, kevers, schimmels…) die geen specht zijn? Is dat niet hypocriet?

We laten het nu maar bij de vaststelling dat het artikel is overladen met een suikerzoete kritiekloze ophemeling van de bosbouw in het algemeen. Wij wijzen er op dat in de Nederlandse bosbouw structureel, en dus vrijwel elk jaar opnieuw, financiële verliezen worden geleden. Er zijn slechts enkele marginale uitzonderingen: de winst per ha is dan minder dan een week-zakgeld van een 12-jarige! Dat desondanks in ons land commerciële bosbouw wordt bedreven is alleen mogelijk omdat er fors en ruimhartig overheidsgeld wordt bijgepast. En wie betaald bepaald. Bekijkt u alstublieft de CBS-cijfers, en neemt u bij voorkeur een reeks van jaren, want als een bosbouwer in één jaar al zijn bomen met enige marktwaarde in een klap omhakt, zal hij dat jaar wellicht zwarte cijfers schrijven, maar meer dan een paar tientjes per ha zit er echter zelden in. De 60 of 80 jaren daarna, die hij ten minste gedwongen vingertrommelend zal moeten wachten op nieuwe groeiende bomen, zal hij toch echt op een houtje bijten, die hem overigens ook dan weer ruimhartig door de overheid wordt toegeworpen. Er is in Nederland nauwelijks een bedrijfstak of sector te vinden die zo stevig aan het subsidie-infuus is geketend als de bosbouw. De praktijk van de Nederlandse bosbouw is fundamenteel afwijkend van de romantische karikatuur die in het Trouw-artikel over de boskap wordt afgeschilderd. Het omzagen van bomen kan plaatsvinden onder dekking van vele legitieme motieven. „Goed voor de natuur” is het echter nooit. Anders was er in de drie en een half miljard jaar dat er op deze aardkloot natuurlijke ontwikkeling plaatsvindt, wel een equivalent van de kettingzaag geëvolueerd. Dat is niet het geval. Wèl vele duizenden soorten beestjes, schimmels en planten die bomen en andere organismen na hun aardse bestaan omzetten tot mineraalrijke humus. Al die organismen hebben in het bos van Staatsbosbeheer na de kap plots het nakijken. Zij blijven werkloos achter en worden ernstig in hun bestaansmogelijkheden getroffen. Er blijven slechts houtakkers over met boomsoorten die op de vingers van één hand zijn te tellen…

De teloorgang van Staatsbosbeheer is bepaald ontluisterend, het tempo waarop schokkend. Dat kan geen toeval zijn. Eerst diende ze door haar Haagse broodheer te worden verzelfstandigd en naar nu blijkt loopt ze nog inniger aan de leiband van politiek Den Haag dan ooit. Daarmee is Staatsbosbeheer terug bij af en weer in de positie waar het allemaal begon in 1899: de ontginning van de nutteloze natuur. Voor een deel is dat niet aan de mensen bij Staatsbosbeheer zelf te wijten. Men wordt er toe gedwongen. Haar veerkracht is helaas onvoldoende gebleken om er effectief weerstand tegen te bieden. Er zijn ook weinig alternatieven, de afhankelijkheid door een veel te zware organisatie werkt nu als een molensteen. Nu de mensen daar bij overval de conversie terug van natuurbeheerder tot houthandelaar als een strop wordt omgelegd, is de onttakeling compleet. We zijn een maatje kwijt geraakt.