Artikel

Norgerholt groeit zich kapot


Het oerbos groeit zichzelf kapot
Echt oerbos heeft Nederland niet meer. Maar het Norgerholt, dat even ten zuiden van het Drentse dorp Norg ligt, komt aardig in de buurt. Het bosreservaat mag zich sinds tientallen jaren ongestoord ontwikkelen. Dat klinkt mooier dan het is, want het Norgerholt groeit zichzelf nu dood.



Door: Eric le Gras

Dit artikel is eerder in Trouw verschenen op 20-08-2003
Dit artikel is op 19-07-2011 geplaatst




Het laatste stukje Nederlands oerbos was het Beekbergerwoud bij Apeldoorn, dat al voor 1900 voor de bijl ging. Sindsdien moeten we het doen met surrogaat. Ook het Norgerholt is surrogaat, maar wel heel aardig surrogaat. In het bos valt vooral de hulst op. De stekelige bladeren zorgen voor een permanente Kerstsfeer. Op de grond bloeit de salomonszegel, de bosanemoon en de bosklaverzuring. Allemaal soorten die kenmerkend zijn voor oude bossen.

Maar die rijkdom is kwetsbaar. Tussen de vegetatie van het oude bos verschijnen steeds vaker beuken, die het licht voor struiken en kruiden wegvangen. Verjonging van eiken en andere bomen en struiken is er nauwelijks meer en de bodemplanten trekken zich terug naar plekken waar ze nog wel licht vangen, zoals langs bermen of paden. Volgens bosecoloog Hans van der Lans uit het Drentse Rhee groeit het Norgerholt zichzelf kapot en daarmee dreigt één van de belangrijkste Nederlandse bosreservaten veel van haar waarde te verliezen. “Het Norgerholt staat op een plek waar altijd bos heeft gestaan. Maar het is geen ongerept oerbos. Er is jarenlang hout gekapt en het deed dienst als roerdewoud, als bos waar vee voedsel kon zoeken. De oudere bomen zijn aangeplant, pas sinds het een reservaat is geworden krijgt de natuur weer meer vrijheid en kunnen bomen zelf hun plek kiezen.

Dat klinkt mooi. Geef de natuur de ruimte en alles komt vanzelf goed. Van der Lans, die al jarenlang de ontwikkeling van het Norgerholt volgt: “[i}In principe is dat ook zo. Maar dan moet je wel een volledig natuurlijk systeem hebben en dat heb je hier niet. Grote grazers als wilde zwijnen, herten of wisenten ontbreken. Die horen oorspronkelijk thuis in onze bossen, maar ze zijn door het optreden van de mens verdwenen.”

Zonder grote grazers is het subtiele samenspel van het bossysteem verstoord. Van der Lans: “Je kunt een systeem alleen loslaten als het volledig is en dat is hier niet het geval. Neem het wilde zwijn. Dat wroet grote oppervlakten bosgrond los op zoek naar eikels of hazelnoten en heeft zo grote invloed op de ontwikkeling van jonge bomen en op de bodemvegetatie. De wisent zie je nu alleen nog in Polen, maar die hoort hier eigenlijk ook thuis. Wisenten eten in de winter de bast van de bomen en die overleven dat soms niet. Zo behoud je open plekken en licht in het bos.

Daar wringt de schoen. Oude bossen, waar de beuk de overhand krijgt, worden steeds donkerder. Het dichte blad van de bomen verstikt de jonge eikenbomen en planten als de bosanemoon. De eiken in het Norgerholt zien er indrukwekkend uit, maar ze zijn eigenlijk nog jong. Een jaar of zestig, zeventig - voor een eik nauwelijks de puberleeftijd. De jongere generatie ontbreekt echter en dat betekent dat het bos zich niet verjongt. Op de grond zie je dat schaduwsoorten als de adelaarsvaren de overhand krijgen en dat bosklaverzuring en bosanemoon worden overgroeid.

Voeg daarbij dat meststoffen uit het naburige landbouwgebied voortdurend over het relatief kleine bos waaien en het probleem is duidelijk: de natuurlijke rijkdom van het Norgerholt gaat hollend achteruit. Niet alleen bomen en planten zullen het slachtoffer zijn, maar ook diverse vogelsoorten, insecten, paddenstoelen en kleine zoogdieren.

Het kan ook anders. Net over grens met Duitsland liggen een paar oude bossen, die deels nog levensvatbaar zijn. Het Borkener Paradies, even ten westen van Meppen, is in de negentiende eeuw uitgeroepen tot dichters- en schildersreservaat, een plek waar kunstenaars inspiratie konden opdoen in een oud, enigszins mysterieus bos. Door het Paradies struinen koeien en paarden, die de vegetatie kort houden en links en rechts in het bos liggen dan ook grote open vlakten. Tussen het bos en het open land ligt steeds een zone stekelig struikgewas en dat maakt de overgangen geleidelijk en het bos tot een mozaïek van bomen, struiken, bosranden en weitjes. “Het Borkener Paradies heeft toekomst”, zegt Van der Lans, “omdat de natuurlijke dynamiek er de kans krijgt.” In het Hasbruch dat ten oosten van Oldenburg ligt, gaat het echter langzaam maar zeker de verkeerde kant op. Daar staan geweldige duizendjarige eiken, maar er lopen geen grote grazers rond. Het Hasbruch groeit dicht, net als het Norgerholt.

Van der Lans pleit daarom voor het loslaten van grote grazers in de Europese bossen: “Het is een onbekend beeld. Je denkt bij grote grazers aan bizons op de prairies van Noord-Amerika, niet aan wisenten in een Nederlands bos. Maar dergelijke grote grazers horen er wel bij. In het Norgerholt hoeven het niet meteen geweldig grote beesten als de wisent te zijn. Runderen, paarden, wilde zwijnen of herten kunnen ook al veel betekenen. Dat komt andere soorten ook weer ten goede. Onze grootste kever, het vliegend hert, kan terugkomen als er meer dood eikenhout in het bos ligt en vlindersoorten als de rouwmantel of de keizersmantel krijgen ook meer kans. Ja, en als het met die grote grazers niet lukt, dan moet de mens maar ingrijpen en links en rechts bomen omver trekken en wat open plekken maaien. Het klinkt misschien wat vreemd, maar dat is het behoud van het bos.