Artikel

Korhoen uitzetten


Museumlandbouwers lonken naar statussymbool korhoen

Komt het korhoen terug in de lage landen? In Noord-Brabant en het wildpark De Hoge Veluwe staat men op het punt om planmatig korhoenders uit te zetten.




Door Ruud Lardinois

Dit artikel is in 2004 in Nieuwe Wildernis gepubliceerd

Dit artikel is op 08-06-2011 geplaatst
Dit artikel is op 19-05-2012 bijgewerkt (aanvullende aantekening aan het eind van het artikel toegevoegd)





Herintroductie
Enkele terreinbeheerders in Noord-Brabant en op de Veluwe overwegen op zeer korte termijn planmatig korhoenders in hun terreinen uit te zetten. De soort spreekt erg tot de verbeelding. Voor het behoud van de laatste in het wild levende dieren worden in natuurgebieden in België (Hoge Venen) en in Nederland (Holterberg) miljoenen euro's uitgegeven om de gebieden speciaal voor de soort te herinrichten. Toch bevat de website van het zojuist op 16 oktober 2004 opgerichte Nationaal Park Sallandse Heuvelrug maar schaarse informatie ter zake (www.sallandseheuvelrug.nl). De website van De Hoge Veluwe, waar eveneens al korhoenders zijn losgelaten en het voornemen bestaat om binnenkort enkele honderden dieren planmatig, dus met vergunning, los te laten, spant de kroon: zij rept met geen woord over het uitzetproject. De bezoeker zoekt hier zelfs tevergeefs naar het woord 'korhoen' (www.hogeveluwe.nl). Toch zijn er al enkele jaren in deze en andere natuurgebieden in Nederland en België waarschijnlijk al enkele honderden dieren losgelaten. Dat gebeurde in België op de Kalmthoutse Heide en naar verluidt zou men ook in de Vallei van de Zwarte Beek overwegen om dieren uit te zetten. In Nederland zijn korhoenders uitgezet op de Holterberg, de Utrechtse Heuvelrug, op enkele plekken in Noord-Brabant en De Hoge Veluwe.




Praktisch de laatste korhoenders op Veluwezoom. De soort is er uitgestorven.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Historisch voorkomen
België en Nederland herbergen op dit moment nog slechts een zeer marginale restpopulatie korhoenders. Op de Hoge Venen leven misschien nog enkele vogels, de jongste berichten spreken elkaar tegen. De laatste wilde Nederlandse vogels leven op de Holterberg, in het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug. In 2002 werden aldaar nog slechts acht hanen vastgesteld, maar boze tongen beweren dat dat aantal om politieke redenen bewust laag is gehouden. Dit jaar zouden er zo'n vijftien hanen geteld zijn. Je mag gerust zeggen dat de hele Holterberg de laatste vijftien jaar praktisch volledig is heringericht om het korhoen naar de zin te maken. In grootschalige ontbossingen gingen vele honderden hectaren bos verloren en door plaggen en maaien moest nieuwe heide ontwikkelt worden of kreeg oude heide een facelift, met als doel om de vogel er weer bovenop te helpen. Predatoren als vossen werden er als mogelijke korhoendereters bestreden en gedood. De Holterberg een Folterberg? Hoe dan ook: vooralsnog leverden al deze maatregelen weinig concrete resultaten op.




De resten van een korhoen. Natuurlijke predatie is een normaal onderdeel van het korhoenderleven.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Vooruitblik
Uit de in september 2004 gepresenteerde Natuurbalans blijkt overigens dat het hele Nederlandse natuurbeleid niet heeft geleid tot verbetering van de natuur. En met het zicht op de klimaatverandering is er uit dit werk af te leiden of het zelfs maar de vraag is of "we het korhoen wel kunnen en moeten redden". Inderdaad dient bij het korhoenbeheer volledigheidshalve ook de verwachte klimaatwijziging genoemd worden. De laatste jaren komen diverse auteurs met geloofwaardige berekeningen en vergelijkingen op grond van metingen in enkele West-Europese korhoendergebieden. Er lijken aanwijzingen te zijn dat te zachte winters niet in het voordeel lijken te werken van het korhoen, terwijl door te grote regenval in voorjaar en zomer veel kuikens een vroege dood sterven. Het korhoen verkiest koude winters en warme zomers. Het veranderende klimaat lijkt, aldus deze studies, mogelijk mede bij te dragen aan de achteruitgang van de soort.

De heer Freek Niewold was als onderzoeker het langst met deze soort in Nederland in de weer. Hij moet zonder twijfel tot de belangrijkste deskundige gerekend worden. Niewold acht de kans van herstel van de soort in Nederland gering. Hij heeft echter voor zover bekend bij de twee op stapel staande uitzetprojecten in Noord-Brabant en op de Veluwe geen betrokkenheid. Wel komt het plan van de grootschalige ontbossingen op de Holterberg mede voort uit de ideeënkoker van de heer Niewold. Dit laatste aspect lijkt mij belangwekkend: waarom verkiest men bij het ‘herstel’ van de landschappen de landschapsbeelden van einde 19e eeuw? Zijn er ook studies overwogen van natuurlijke landschappen mét korhoenders zoals we nog in Noord- en Noordoost-Europa kennen en waar de soort tot op heden zonder noemenswaardige verliezen uitstekend lijkt te gedijen?




Dit is ongeveer het streefbeeld van het door de beheerders voor ogen staande landschap bij de korhoen-uitzettingen op de Hoge Veluwe en de herstelpogingen op de Holterberg. Feitelijk zijn in ons land dergelijke fraai gestructureerde landschappen al decennia geleden verloren gegaan, zoals ook al duidelijk uit de eerste foto bij dit artikel blijkt. De verarming in structuur en soorten is enorm. Je kunt je dan afvragen wat daarvan de redenen kunnen zijn. Je kunt je dan voorts afvragen of je bij de herintroductie van het korhoen wel moet richten op dergelijke cultuurlandschappen als tweede leefgebied voor de soort. Je introduceert daarmee immers tegelijkertijd tenminste twee complexe problemen, waarvan veel nog niet begrepen is. Van de geïnteresseerde toeschouwer mag dan verwacht worden dat hij door de initiatiefnemers van dergelijke projecten uitputtend geïnformeerd wordt over de motieven voor de keuze van een cultuurlandschap als korhoenhabitat.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Voorkomen
Het korhoen is een algemeen voorkomende soort in de Noordelijke landen van Europa. The Complete Birds of the Western Palearctic komt op een gemiddelde Europese populatie van ongeveer anderhalf miljoen dieren in 1990. Tendens: in vrijwel alle vooral zuidelijke landen vaak sterk dalend tot meer of minder dalend tot stabilisatie in de meer noordelijk gelegen Europese leefgebieden. Opvallende uitzondering is Zweden, waar uit recentere gegevens blijkt dat de soort er gelijk is gebleven of mogelijk licht is toegenomen. Het korhoen is in alle noordelijke landen jachtvogel. De soort werd in onze streken in Romeinse tijden, Middeleeuwen en uiteraard aflopend in recente tijden graag en veelvuldig gegeten.


Cultuurvolger
In Nederland bleek het korhoen een cultuurvolger. Tot de negentiende eeuw kwam hij in heel Nederland voor, zij het meer op de hoge gronden in het oosten, vooral in de provincies Drenthe, Overijssel en Gelderland. Vanaf rond 1850 slonk de populatie aanzienlijk en verdween de soort nagenoeg volledig van bijvoorbeeld de Veluwe. Rond 1900 trad een zeer sterke toename op en sommige oude gebieden werden zelfs herbezet. Alle oostelijke provincies herbergden sindsdien weer populaties korhoenders. De toename was waarschijnlijk het gevolg van een omwenteling in de landbouw, waardoor vooral door het beschikbaar komen van kunstmest oude primitieve landbouwvormen verlaten werden en de 'woeste gronden' niet langer als landbouwgrond in gebruik bleven. De instorting van de schapenbegrazingen op de vele heidevelden die daarvan het gevolg waren wordt tevens als gunstig voor de korhoenders gezien. Op de 'woeste gronden' voltrok zich vervolgens een natuurlijke secundaire successie. De populatie korhoenders groeide zodoende zeer snel en tot rond de Tweede Wereldoorlog verbleven er een ongekend groot aantal van zo'n 15.000 vogels in ons land. De soort werd toen zelfs bestreden. Daarna ging het weer zeer snel bergafwaarts. In minder dan tien jaar was rond negentig procent verdwenen, tot nu misschien tien of vijftien hanen op één laatste plek, de Holterberg in Overijssel.




De natuurlijke resten van een korhoen. Aan de hand van de mest is een leerzaam beeld te verkrijgen over voorkomen en voedselstrategie.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Oude of nieuwe landbouw - voor het korhoen bleken beide een ramp
Rationalisering en schaalvergroting (heideontginningen) in de landbouw, verkleining, maar vooral ook versnippering, van de leefgebieden en de intensiveringen in de landbouw, worden algemeen als belangrijke veroorzakers van de afname van de korhoenderstand gezien. De laatste leefgebieden bevonden zich op de heide- en veengebieden in de natuurgebieden. Maar door de toenemende verslechtering van deze leefgebieden, door verzuring, verdroging, vermesting, versnippering en verkeerd beheer, hetgeen onder andere leidde tot vergrassing en het vervilten van het plantendek, raakten ook deze laatste refugia ongeschikt voor korhoenders. Naast het verlies van korhoenpopulaties daalde in alle gebieden de diversiteit aanzienlijk.

Ook op de arealen voormalige 'woeste gronden', waarvan het wildpark De Hoge Veluwe nu in Nederland de meest uitgesproken representant is, ging het kaarsje voor het korhoen definitief uit. Waarschijnlijk maakte het jarenlange (grootschalige) plaggen, maaien, branden en het opschonen van de heide door het verwijderen van opgeslagen boompjes, een definitief einde aan deze voormalige habitats. Aangetoond is dat deze beheersmaatregelen mede verantwoordelijk worden geacht voor het verdwijnen van de korhoenders. Een andere belemmering vormden in het wildpark de vele rasters. Veel vogels vlogen zich dood tegen de tientallen kilometers binnen- en buitenrasters die de beheerders van De Hoge Veluwe in de loop van de tijd hebben opgericht en die het 5500 hectare grote gebied nog steeds als een Noord-Koreaanse enclave afscheiden van de 96.600 hectare natuurlijke Veluwe.

Mogelijk is een andere voedselbron voor korhoenders aan het moderne natuurbeheer ten offer gevallen. We denken aan dode dieren in de natuur. Vooral sinds de Tweede Wereldoorlog zijn onze natuurgebieden schoner en opgeruimder geworden. Dode dieren worden tegenwoordig niet meer geaccepteerd en preventief medisch verzorgd en voortijdig uit het gebied verwijderd, waardoor vooral de grote herbivoren maar een beperkte levenscyclus in de natuur mogen doorbrengen. Dode dieren komen het meest bij voedselschaarste beschikbaar. Voedselschaarste is doorgaans het sterkst voelbaar in de nawinter en het vroege voorjaar. Juist dan zijn er korhoenkuikens en zij zijn zoals bekend voor het opgroeien volledig aangewezen op dierlijke eiwitten. Kadavers worden, als we grote aasetende soorten voor het gemak even wegdenken, vooral omgezet door insecten. En inderdaad zijn in buitenlandse natuurgebieden tal van waarnemingen bekend van korhoenkuikens die zich tegoed doen aan insecten(larven) op kadavers.




Waarvoor hier gewaarschuwd wordt is niet helemaal duidelijk. De kans om een korhoen aan te rijden lijkt ons erg klein. Alle relevante autowegen hebben in ons land toch al een beperkte maximumlimiet of zijn reeds voor autoverkeer afgesloten?

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Binnenkort loslaten
Toch is het wildpark De Hoge Veluwe nu, samen met de Geeldersch in Noord-Brabant, de plek waar het uitzetten van de soort overwogen wordt. Door begeleidende herstelmaatregelen poogt men om de gebieden weer als korhoenhabitat geschikt te maken. Of dat zal lukken zal de toekomst uitwijzen. Voorts kan men zich afvragen of het areaal geschikt leefgebied wel groot genoeg zal zijn om alle noodzakelijke (voedsel)planten in voldoende overgangen en gradiënten in kleinschalige mozaïeken in het gebied te hebben en te houden, teneinde een blijvende populatie korhoenders te herbergen. Te meer daar deze gewenste (structuur)variatie door mensenhand aangebracht en onderhouden dient te worden! Alleen door goed uitgevoerde natuurlijke begrazing met grote herbivoren als paarden en runderen, zou iets dergelijks tot (natuurlijke) ontwikkeling kunnen komen. Maar natuurlijke begrazing wordt door De Hoge Veluwe zoals bekend afgewezen. Het gebied dient volgens de visie van de parkleiding tot behoud van oude cultuurlandschappen met stuifduinen, heidevelden en roggeakkers.




Op de achtergrond de fokkooi met korhoenders op de Hoge Veluwe. Voederingen worden na loslaten ook buiten de kooi voortgezet. Tevens worden roofdieren als vossen en haviken bestreden. Want inderdaad zijn uitgezette vogels zeker in de aanvangsfase gevoelig voor predatie.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Het is buiten kijf dat de gebieden eerst omgevormd moeten worden om als geschikt leefgebied voor een uit te zetten groep korhoenders te dienen. Maar uitzetten alléén lonkt, want er werden eerder al honderden dieren in de Kalmthoutse heide, op Brabantse heidevelden, op de Utrechtse Heuvelrug, de Sallandse Heuvelrug en De Hoge Veluwe, al dan niet bedoeld, losgelaten. Er zijn inderdaad nog terugmeldingen op de Kalmthoutse Heide, in Brabant en in of nabij De Hoge Veluwe, al lijkt het er op dat de vogels op de Kalmthoutse Heide nu weg zijn. Naast grote uitzetprojecten in het buitenland, met name in Duitsland, waarbij enkele duizenden uitgezette vogels betrokken waren, heeft dit in alle gevallen niet tot duurzame herbezettingen geleid. Kan De Hoge Veluwe, door het bedrijven van museumlandbouw, weer wel geschikte leefruimte voor korhoenders bieden? Het zou een aanwinst zijn indien de soort voor ons land behouden zou kunnen blijven. De start van het Hoge Veluwe-project verliep aanvankelijk dramatisch. In een fokkooi vlogen zich bijna honderd korhoenders tegen het gaas dood toen onder andere haviken er regelmatig belangstellend poolshoogte kwamen nemen. Inmiddels is de kooi met camouflagenetten bedekt en zijn er in de kooi wegkruipplaatsen gecreëerd zodat de korhoenders niet zo snel meer op tilt slaan bij het zien van een roofvogel. Het rustgebied waarin zich de kooi met de uit te zetten dieren bevind is aanzienlijk vergroot. Eerder in het park losgelaten dieren blijken vooral te worden teruggemeld op het aangrenzende vliegveld Deelen. Net als de haviken: we houden een vinger aan de pols.
————————-



Toegevoede aantekening (2012)

Vergeten korhoen-reddingsplan op de Veluwe
Uit ouder archiefmateriaal dat in ons (SKB) bezit is, blijkt dat er in ons land vóór de Holterberg al eerder een relatief grootschalig korhoen-reddingsplan is geweest. Namelijk met steun van de gemeente Nunspeet op de Veluwe en ten uitvoer gebracht in de tachtiger jaren van de vorige eeuw. In die jaren zouden er op de Sallandse heuvelrug bij Holten nog zo'n veertigtal korhoenders geleefd hebben, waarbij overigens toen al een half miljoen gulden voor een herstelplan aldaar was toegezegd. Het reddingsproject op de Veluwe zou zodanig groots opgezet worden dat uit de door de initiatiefnemers verwachtte nieuwe Veluwse aanwas ook elders in het land weer korhoenders zouden kunnen worden uitgezet. Genoemd zijn o.a. Noord-Brabant als de Grote Peel, Fochteloörveen en wellicht zelfs de Holterberg, mochten de dieren daar onverhoopt toch uitsterven. Zover is het niet gekomen want na een ambitieuze start op de Veluwe is dat hele reddingsproject kennelijk als een kaartenhuis in elkaar gezakt en in de vergetelheid geraakt.

Wat is er op de Veluwe ondernomen in het kader van het korhoen-reddingsplan?
In 1986 zijn twintig in gevangenschap gefokte korhoenders op de Elspeterheide uitgezet. Na vier jaar waren er daarvan nog vier dieren over en is ter aanvulling een nieuwe groep van dertien dieren losgelaten.

De Nunspeetse onderneming is vervolgens ondergebracht in een stichting Behoud Hoendersoorten. Deze stichting beoogde het ongeveer 1700 ha grote terrein van de Elspeterheide door beheersmaatregelen verder meer geschikt te maken als leefgebied voor de uitgezette korhoenders. "Over vijf jaar kunnen we er dan weer honderd hebben" zo becijferde de stichting "en kan de natuur verder zijn gang gaan". Vervolgens zouden er dan ook in de andere gebieden waar de soort al was verdwenen uit de Veluwse aanwas weer dieren kunnen worden uitgezet zoals het Fochteloörveen, de Campina in Noord-Brabant, andere Veluwse gebieden, de Dwingeloseheide, enzovoort. De omliggende terreinen daar zouden volgens onze aantekeningen al klaar gemaakt worden voor de komst van het korhoen door onder meer de aanleg van natuurvriendelijke akkertjes, waarvan men verwachtte dat de korhoenders ervan zouden kunnen profiteren.

Inmiddels is bekend dat we het vooralsnog met de Sallandse korhoenders moeten doen, zij het dat daar recent (voorjaar 2012) uit Zweden afkomstige dieren zijn toegevoegd aan de laatse paar nog resterende korhoenders.