Artikel

Tekentafelnatuur


„Natuur beheer je het beste door er van af te blijven.“

De ruk naar rechts die de Nederlandse kiezer dit voorjaar (2010) heeft gemaakt doet natuurbeschermers het ergste vrezen: is er straks nog wel geld voor natuurontwikkeling? Volgens vogelkenner Rob Bijlsma zou die potentieel gesloten portemonnee in sommige gevallen eerder een zegen kunnen blijken voor de natuur.



Een gesprek met Rob Bijlsma, door Rob Buiter en eerder gepubliceerd in Vogelnieuws, mei 2010 en hier met medewerking van Rob Bijlsma geplaatst.

Dit artikel is op 01-06-2011 geplaatst





Terwijl heel natuurminnend Nederland de adem inhoudt vanwege de economische crisis en de verrechtsing, ziet uitgerekend Rob Bijlsma, notoir strijder voor de groene zaak, lichtpuntjes?
“Dat klopt eigenlijk wel. Begrijp me goed, ik ben geen fan van de politiek, laat staan van de mensen die nu (eind augustus -red.) praten over een nieuw kabinet. Maar als er straks geen grote potten met geld meer in natuurontwikkeling worden gestoken, dan zou ik daar bepaald niet rouwig om zijn. Geld en pk’s zijn de vloek van de natuurbescherming.”


Je vind dat we niet moeten investeren in onze natuur?
“Niet op de manier zoals dat de laatste decennia gebeurt. Weet je waar het natuurbeheer van nu mij vooral aan doet denken? Aan de ruilverkavelingen van de jaren vijftig en zestig. Met grote ingrepen zijn toen alle lapjes grond van de kleinschalige landbouw omgetoverd tot de grootschalige, intensieve landbouw die we nu hebben. Op diezelfde manier zie je nu de caterpillars en trekkers door de natuur denderen om bestaande natuur om te bouwen tot iets wat de huidige mode voorschrijft.”




De huidige mode schrijft nu plots meer heidevelden en stuifzanden voor. Met monsterlijke machines wordt in een paar dagen tijds een heel landschap leeggeropt, alle biomassa afgevoerd, versnipperd en in centrales verbrand. Weg! Het restant wordt tot op de kale minerale bodem afgekloven tot het ideaal van de tekentafel is bereikt: een kale en dode minerale bodem.

Overigens moet voor dit bos, het Rozendaalsebos in Rheden, worden vastgesteld dat het inderdaad een saai monotoon bos was. Dat is echter niet anders te verwachten bij dergelijke houtakkers die ooit zijn aangeplant met productiebomen van één soort. In die dagen van aanplant gold natuur als nutteloos. De ‘mode’ blijkt zeer veranderlijk... Men achtte het toen beter om het gebied productief te maken door de aanplant van onder meer mijnhout. Verder is bij deze kap gebleken dat in het gebied een restant van een Middeleeuwse houtwal definitief verloren is gegaan. Nu is daar alle bovengrondse leven uit het landschap wegbeheerd: van bos tot zandbak. De praktijk van het moderne tekentafel-bosbeheer is soms angstaanjagend.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Die graafmachines zorgen er bijvoorbeeld wel voor dat volkomen overbemeste gebieden worden afgeplagd om weer ruimte te bieden aan schrale natuur of open zandverstuivingen.
“Dat is meestal het verhaal ja. Maar wat is de praktijk? Een idee van de tekentafel wordt uitbesteed aan een aannemer die met groot materieel een gebied op zijn kop zet. Misschien wordt er op de korte termijn succes geboekt, maar op de langere termijn komt er weinig terecht van de mooie plannen.”



Succes is helemaal niet verzekerd! Het bos hier is hier integraal gekapt om er stuifzand van te maken, maar een letterlijke explosie van Amerikaanse vogelkers van horizon tot horizon staat het tekentafel-ideaal in de weg. Wat nu?

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Waar heb jij dat in de praktijk gezien?
“Ik zou bijna zeggen: waar niet? Neem de Hoge Veluwe, of Planken Wambuis, een bos- en heideterrein in de buurt van Ede. Daar zijn grote lappen bos tegen de vlakte gegaan omdat ‘open natuur’ tegenwoordig de mode is. Daar is dus ook geld voor beschikbaar. Het bestaande – maar dus ook het toekomstige – bos wordt kennelijk waardeloos geacht. Of, en zo ja waarom, de beoogde ‘doelsoorten’ – ook zo’n modeterm – er komen, is hoogst twijfelachtig. Met hetzelfde gemak worden ‘rafelranden’ aan bossen gecreëerd, vinden ontgrondingen plaats, wordt een beekdal vergraven of een corridor aangelegd.”


Maar is dat niet toevallig pech met een matige aannemer?
“Nee, ik geloof echt dat dit exemplarisch is. Ik durf te stellen dat bijna alle projecten waarin meer dan pakweg een miljoen euro wordt gestoken, averechts uitpakken. Ik zie het bijvoorbeeld ook vlakbij mijn huis, in Drenthe. De Vledder Aa is in het verleden gekanaliseerd. Die moest dus weer ouderwets gaan meanderen, vond de terreinbeheerder. Maar natuurlijk meanderen is toch echt iets anders dan er met de graafmachine een kronkelend ondiep kanaal van maken. Meanderen is een proces van eeuwen, waarbij het water subtiel zijn eigen weg kiest, met een belangrijke rol voor kwel. Dat kun je niet zomaar met een paar maanden rouwdouwen nabootsen. Dat er ondertussen in de gekanaliseerde Vledder Aa interessante dingen aan de gang waren, ontging bijna iedereen. Alver en blankvoorn hybridiseerden er. Een proces van jaren is daar in één winter onder de grond geschoffeld.”




Toch is het hier op een relatief klein areaal uiteindelijk dan toch gelukt: alle bovengrondse gewassen zijn weg. Is het geen plaatje? En verrassend divers ook? Eindelijk van die saaie monotone bossen verlost! Wat heeft ons land toch een geweldige unieke variatie landschappen binnen zijn landsgrenzen. Om trots op te zijn. Tekentafelnatuur.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Maar als je helemaal niets doet, dan is de Nederlandse natuur straks één groot, monotoon bos!
“Wat nou monotoon?! Als je bos de tijd geeft, zul je versteld staan van de veranderingen en diversiteit. Een maïsakker is monotoon, een bos niet. Maar wat vaak wordt bedoeld is: in deze fase van het bos zien we alleen vinken, goudhaantjes en winterkoningen. Geen Rode Lijstsoorten, geen Vogelrichtlijnsoorten, dus van geen enkele betekenis. Weg ermee. We willen tapuiten, boomleeuweriken, duinpiepers, draaihalzen, kleine heidevlinders en blauwvleugelsprinkhanen. Ik kan je wel zeggen dat er in bossystemen veel spannende dingen gebeuren, van vogels en planten tot aminozuren en antioxidanten. Als je er maar oog en vooral geduld voor hebt.”


Dus ik moet de open heidevelden en zandverstuivingen verder maar vergeten?
“Je moet vooral het idee vergeten dat je dat allemaal naar je hand kunt zetten. Zeker in deze tijd, waarin schrale vegetaties een anomalie zijn geworden. Op kleine schaal, en met grote moeite en liefde, misschien te behouden in Nederland; voor het overige een verloren strijd. Lucht, water en bodem mogen dan misschien schoner zijn geworden sinds de jaren zestig, ze zijn nog steeds extreem vervuild, vergis je niet. Als dat niet voldoende verandert, kun je heideterreinen niet anders beheren dan met enorm veel mankracht. Let wel: geen paardenkracht uit een trekker.”


Dat wordt dus ook adieu tegen moerasgebieden als de Wieden en de Weerribben. Die gaan onherroepelijk ‘verlanden’ als je daar niets meer doet!
“Daar kun je inderdaad alleen wat tegen doen als je met heel grote ingrepen de boel op zijn kop blijft zetten. Steeds maar weer bomen, boomwortels en wat al niet meer verwijderen. Je behoudt daarmee misschien een deel van de rietvogels maar ik hoor de beheerders nooit over wat ze allemaal kwijtraken door al dat gerotzooi. De natuur kiest zijn eigen weg binnen de gegeven omstandigheden. Die processen moet je de tijd durven geven. Als een rietmoeras verandert in een moerasbos, is dat de loop der dingen. Het is de gekte van natuurbeschermers dat ze een status quo willen handhaven; dat is strijdig met de kwintessens van biologie.”


Gaat het dan nergens goed volgens jou?
“Jawel. Rond de Mars- en Westerstroom in Drenthe, of bij enkele kleine reservaatjes in de Gelderse Vallei zijn, naar verluidt, voorbeelden te vinden van hoe het ook kan. De sleutel zit volgens mij in de kleinschaligheid. Neem niet te veel hooi op de vork, doe het werk zelf in plaats van het uit te besteden aan een anonieme aannemer en werk op basis van de wetenschap; niet alleen in de voorbereiding, maar vooral ook in het vervolg. Ook bij op zichzelf goede projecten, zoals de aanleg van het vogeleiland De Kreupel, bij Andijk, kunnen dingen anders lopen dan je had gedacht. Bijvoorbeeld omdat de vele sterns die daar zijn gaan broeden niet voldoende voedsel vinden in de nabije omgeving. Adequate monitoring is cruciaal, evenzo literatuurkennis. Hoe anders kun je leren een volgende keer niet in dezelfde ecologische valkuil te trappen?”


En ondertussen zie jij vol vertrouwen het draagvlak voor natuurontwikkeling in een komend kabinet afkalven …
“Voor natuurontwikkeling wel. Die natuur ontwikkelt zichzelf wel. Dat neemt niet weg dat ik me wel grote zorgen maak over de gebrekkige inspanningen die worden gepleegd om bestaande natuur te beschermen. We zitten niet te wachten op investeringen in een Ecologische Hoofdstructuur, een ambtelijk verzinsel dat in feite niets meer wordt dan een netwerk voor de generalisten onder de planten en dieren, en voor wandelaars, fietsers en kanoërs. LNV heeft het destijds zelf gezegd in die nota ‘Natuur voor mensen, mensen voor natuur’. Natuur is naar mijn idee vooral bedoeld voor al die duizenden organismen die het moeilijk hebben vanwege mensen. De plaats van die laatste diergroep binnen de natuur zou zeer bescheiden moeten zijn. We zouden moeten beschermen door er uit weg en van af te blijven: met uitzondering van onderzoekers en toezichthouders dan.”