Artikel

Eland (biografie)

Dit artikel is een sterk bewerkte versie van een eerder op de Nederlandse WiKipedia gepubliceerd artikel over de eland.

WiKipedia is een geweldige en voor iedereen toegankelijke en te wijzigen encyclopedische database van artikelen op internet. Ook Stichting Kritisch Bosbeheer had een aandeel in diverse artikelen op WiKipedia met een ecologisch tintje.

Maar gaandeweg bleek in sommige gevallen dat onbekenden op WiKipedia telkens hetzelfde type tekstfragmenten schrapten of vervingen. Vooral teksten over jacht en bosbouw bleken voortdurend in het voordeel van die partijen te worden gewijzigd. De hardnekkigheid van de ingrepen deden er soms aan denken of deze groeperingen misschien wel professioneel mensen aan het werk hebben om zich vooral met het navlooien van onwelgevallige teksten op openbare fora en databases bezig te houden.

Let wel, ook hun stem moet gehoord worden! Maar als die stem bedoeld is omwille van promotionele overwegingen van een bepaalde groepering, dan is het WiKipedia-systeem nutteloos. Toen duidelijk werd dat onwelgevallige teksten stelselmatig werden geschrapt, hebben we besloten om geen bijdragen meer aan WiKipedia te leveren. Het artikel over de eland is daarom voor deze website volledig herschreven.

Leidraad zijn compacte maar heldere teksten, informatief en vernieuwend, vooral inzake ecologie. Planten en dieren, zoals de onderhavige eland, zijn geen machines, hoe verleidelijk het ook is om 'technische gegevens’ op te sommen als lichaamsgewicht, kleur en lengte van de oren. Veel belangrijker zijn gedrag, het voorkomen en de mogelijke interacties op de andere organismen en op het landschap, terwijl ook aandacht inzake maatschappelijke relevantie als jacht en bosbouw aandacht verdienen, aspecten die op WiKi-websites om bovengenoemde redenen helaas zelden goed uit de verf komen.

Wie overigens op dit en andere artikelen op deze website inhoudelijke kritiek heeft, of aanvullingen wenst, nodigen wij van harte uit om te reageren. Graag voegen we uw opmerkingen of aanvullende teksten toe aan de reeds bestaande. Wij voeren uitsluitend taalkundige redactie. Kortom: ook gekleurde jagerspraatjes zijn welkom, maar wat ons betreft alleen indien als zodanig herkenbaar.

De slechte niet aan te bevelen tekst over de eland nu op Wikipedia

-------------



De Eland (biografie)

Door Ruud Lardinois

Dit artikel is op 10-10-2009 geplaatst


De eland (Alces alces) is de grootste nog levende hertensoort en enige nog levende uit het geslacht Alces. Het dier kan ruim groter worden dan een gemiddeld paard en tot achthonderd kilogram zwaar wegen. Lichaamsgrootte en -gewicht is mede klimaat-bepaald, immers een groter en zwaarder lichaam heeft relatief meer reserves om moeilijke perioden als lange winters en zwaar te belopen pakketten sneeuw door te komen, verliest minder warmte en biedt meer weerstand tegen predatoren.

De eland staat op opvallend lange poten. Daarmee is hij uitstekend toegerust om zich door forse sneeuwlagen voort te bewegen, terwijl de zeer spreidbare hoeven de drukken op de bodem in moerasachtige vegetatietypen als hoog- en laagvenen sterk verminderen. Voorts beweegt de eland zich normaal uiterst 'weloverwogen' om struikelen, vastzitten en dergelijke te voorkomen. Hij is daarmee zeer goed toegerust voor moeilijk begaanbaar terrein, waarin bijvoorbeeld een paard en minder het rund, veel meer risico zouden lopen om in modder of veen te blijven steken en zodoende mogelijk jammerlijk om te komen.


Gezichtsvermogen en oplettendheid
Het gezichtsvermogen is bepaald indrukwekkend toegerust op de voorkeurshabitats, waarin van nature ook grote predatoren als wolven en beren opereren. Het dier beschikt, zonder zijn ogen in de kassen te draaien, over een vrijwel rondom gezichtsveld: dit nadert praktisch een gezichtsveld van 350 graden. Als hij 'recht' voor zich uit kijkt, zonder zijn oogbollen te bewegen, dan ziet hij in één blikveld vrijwel alles rondom zich, behalve een kleine dode hoek recht achter zich, zijnde zijn eigen achterwerk. Een minimale draaiing van de kop en/of de oogbollen is echter voldoende om ook de dode hoek pal achter zich in het vizier te krijgen, al ontstaat er dan elders wel weer een nieuwe. Zijn gezichtsvermogen is voor de gebruikelijke bewegingen als lopen en eten betrekkelijk weinig van belang. Dan oriënteert de eland zich vooral met zijn zintuigen als reuk en tong. Wel is het gewenst om naast het reukvermogen ook met het zichtveld bewegingen in het landschap te herkennen die zouden kunnen wijzen op mogelijke veiligheidsrisico’s van eventuele predatoren. Het gezichtsvermogen van de eland is sterk toegerust op het waarnemen van plotselinge of mogelijke risicovolle bewegingen in het landschap van bijvoorbeeld jagende wolven. Bij mogelijke dreiging zal het dier snel proberen om onder de wind te komen om ook met zijn reukvermogen het mogelijke ongerief te identificeren. Dat kan dan leiden tot de vlucht, zoals vrijwel alle hertachtigen als ultiem antwoord hebben op een dergelijke risicovolle situatie, maar de eland is door zijn grootte en het krachtige lichaam ook zeer goed in staat om zich te verdedigen. Hij is in normale gezonde toestand bepaald een geduchte tegenstander voor wolven. Allen een grotere goed georganiseerde wolvengroep die ervaringen heeft om elanden te benaderen is in staat om succesvol een eland te bemachtigen. Gezond en vitaal is de eland ook dan niet bepaald een gemakkelijke prooi. Er zijn talloze waarnemingen van juist door elanden gedode wolven. Wel vallen vaker elandkalveren aan predatoren ten offer. Al zijn ook hier waarnemingen beschreven dat een moedereland met succes, soms meerdere dagen lang, haar kalf weet te verdedigen, zelfs als dat kalf al door mogelijke verwondingen is overleden. Dan ben je als wolvenfamilie dagenlang in de weer met een risicovol en weerbaar dier en leveren je inspanningen feitelijk nog niks op. Al met al is het dus ook voor wolven een forse investering in tijd en energie om met elanden in de weer te zijn.

Wat overigens steeds vaker in Europa voorkomt, met name in Zweden, is het volgende. Jagers schieten daar tegenwoordig al rond 250.000 elanden per jaar. Het gaat immers goed met de eland van rond 50 dieren een jaar of zestig zeventig geleden tot bijna een half miljoen nu. Die jacht op elanden gebeurd daar vooral met honden. Drijfjachten zijn zeer arbeidsintensief en de kans op succes is niet eens zo groot, want gemakkelijk ontsnappen de dieren alsnog voordat er ook maar één schot gelost is. Lokken met voer lukt vaak maar één keer, waarna je kansen als jager zo goed als voor altijd zijn verkeken. Nee dan de hond. Een getrainde hond ruikt een vers elandenspoor en gaat daar achteraan. Als de eland door de hond wordt gelokaliseerd, is de hond zodanig afgericht da hij luid gaat blaffen en zo de jagers waarschuwt. De eland zelf zal door een hond niet in het minst verontrust worden maar het leidt hem wel af. Naast de eland gaat het tegenwoordig ook weer heel goed met de wolven. Die zijn zo 'slim' om dit signaal van een plotseling blaffende hond te interpreteren dat daar snel en gemakkelijk voedsel te halen is. Het gebeurd dan ook steeds vaker dat een op een eland afgestuurde jachthond al is opgegeten voordat de jagers bij de eland maar in de buurt komen. De Zweedse kranten staan dan ook bol van verwensingen aan het adres van de 'veel te veel wolven' en 'slecht voor de natuur' verhalen van jagers.




20090226-47051.jpg

Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek draagt deze elandkoe een halsbandzender.



Gewei
Elandstieren ontwikkelen bij een ongestoorde levensloop (niet bij jacht dus) over het algemeen een breed uitwaaierend, bladvormig schoffelgewei met korte enden (uitsteeksels), maar er zijn ook individuen met een meer takvormig stanggewei. Het voorkomen van beide typen is op zich niet geografisch bepaald, zoals soms wel wordt geopperd, maar heeft veelal een antropogene achtergrond, namelijk de jacht door mensen. De mens, zeker de moderne recreatieve mens, jaagt vooral vanwege emotionele recreatieve beweegredenen. Grote weerbare dieren passen daar uitstekend bij. Het is stoer om een enorm dier te schieten als een eland of bruine beer. Het is eveneens stoer naar het schijnt, om je schoorsteenmantel met een zo groot mogelijk gewei met kop te versieren. Voor een afschotvergunning op dergelijke imposante dieren worden door jagers dan ook de hoogste vergoedingen betaald. Grote en imposante geweien zijn daarom aantrekkelijker en versterken de jachtprikkel. Zodoende is in populaire jachtgebieden een verhoogde jachtdruk op grote krachtige dieren met grote geweien vast te stellen. Ja, en dan worden grote geweien al snel kleine geweien. Dit effect treedt sterker op de voorgrond in populaire en voor jagers relatief toegankelijke jachtgebieden. In ver afgelegen bergachtige of zeer koude streken komen minder of soms zelfs geen of weinig jagers. Ondanks dat dit type gebieden vaak lange ruige winters kennen, waardoor soms maandenlang weinig of zeer karig voedsel voor de dieren beschikbaar is, leven daar in Europa en tegenwoordig ook Noord-Amerika, de krachtigste elanden. Maar de voor jagers meest aansprekende dieren raken ook daar op, òf de jacht daarop is verboden, waardoor de laatste jaren steeds meer kapitaalkrachtige jagers in Rusland aan ‘natuurbeheer’ blijken te gaan doen.


Imposante dieren en geweien
Een mooi voorbeeld is het grote en ruige Sarek Nationaalpark in Noordwest-Zweden. Dit Nationaalpark is een strikt nationaalpark in de zin dat daar volledig gehoor gegeven wordt aan de door het IUCN opgestelde criteria voor de beschermde status van een nationaalprak, namelijk strikte bescherming en geen structurele menselijke sturingen op planten of dieren, dus ook geen jacht. Er zijn zodoende in Sarek uitsluitend elanden die niet door mensen worden beschoten, waardoor ze zich volledig vrij kunnen ontwikkelen en er zich ook alle levensfasen daadwerkelijk in de vrije natuur kunnen afwikkelen. En juist alléén in Sarek zijn de lichaamsgewichten van elanden forser en de geweien groter en zwaarder. Het verschil met de dieren in omliggende wel bejaagde gebieden is opmerkelijk en aanzienlijk. In de directe omgeving veranderd de vitaliteit op slag: kleinere en lichtere dieren, minder ontwikkelde geweien. Sarek-elanden kunnen wel tot achthonderd kilogram en zwaarder wegen, terwijl in omliggende gebieden een gemiddeld volwassen lichaamsgewicht eerder rond de 350-500 kilogram bedraagt. In de negentiger jaren hebben overigens enkele dwazen gemeend in Sarek een wildwest te moeten organiseren. Deze jagers, althans met jachtgeweren behangen lieden, huurden een helikopter en schoten vanuit de lucht tientallen opgedreven elanden af. Men heeft vastgesteld dat toen vermoedelijk rond driekwart van de Sarek-populatie is afgeknald.

Overigens werpen elanden, net als alle bij ons voorkomende hertachtige, in het vroege voorjaar de geweien af, waarna direct de groei van een nieuw gewei begint. Aan de grootte, noch het aantal vertakkingen, is de leeftijd af te lezen. De vorm van het gewei bij de breuk waar deze jaarlijks van nature wordt afgeworpen is voor een geoefend beschouwer wèl een indicatie voor de leeftijd van het dier.


Leefwijze en voedselstrategie
De eland leeft voornamelijk van jonge scheuten, twijgen en knoppen van bomen en struiken. Ook eet hij de bast bomen als wilg en ratelpopulier. 's Zomers bestaat het dieet grotendeels uit kruiden, loof, varens, bosbes, waterplanten en dergelijke. Ook vruchten als eikels en appels worden graag opgenomen. In het zomerhalf jaar kan, afhankelijk van het lichaamsgewicht, tot enkele tientallen kilo's voedsel opgenomen worden. In het winterhalfjaar is de opname veel geringer, elanden kunnen dan zelfs vrij lang zonder voedsel en teren zo op hun vetreserves. Ze zijn dan ook zeer vaardig in het vermijden van onnodig energieverlies. Bij strenge koude en dikke sneeuwlagen, kunnen elanden dagenlang onder een boom als een spar gaan rusten. Alleen om te plassen of te keutelen drentelen ze dan wat rond om verder weer zoveel mogelijk rust te nemen.

Bij hoge sneeuwdichtheden kan het voorkomen dat in een wat zachtere periode de bovenste sneeuwlaag smelt om later, of bij nachtvorst, weer te bevriezen. Dit zijn zeer risicovolle omstandigheden voor elanden. De situatie kan dan zodanig zijn dat de elanden door de ijslaag die op de sneeuwlaag ligt heenzakken en zich tamelijk moeizaam kunnen voortbewegen om maar geen verwondingen door scherpe ijsranden op te lopen. Wolven, die aanzienlijk lichter zijn, zouden wel op de ijslaag kunnen staan en zich voortbewegen, waarmee ze dan een belangrijk zij het tijdelijk voordeel hebben op elanden. Dat kan een eland fataal worden. Het is dan zaak om zich extra koest te houden en zich zo weinig mogelijk in het terrein te bewegen.

De eland komt voornamelijk voor in de noordelijke bossen. Niet alleen in de boreale naaldwoudengordel maar van nature ook in de zomergroene loofwouden. Helaas is daar de soort door menselijke activiteiten vaak al heel lang geleden verdwenen, waardoor wel eens verondersteld wordt dat de soort gebonden is aan de noordelijke naaldwouden. Ecologisch gezien is dit echter volstrekt onjuist.

Hij heeft een voorkeur voor meer drassige gebieden als riviervalleien en meren. De eland is dan ook een uitstekende zwemmer en is regelmatig in het water te vinden om er waterplanten te eten. In dat geval is een eland uitstekend in staat om telkens tot wel zes meter in het water 'af te dalen' om daar op de bodem groeiende planten af te bijten en vervolgens weer zwemmend aan de oppervlakte verder te eten. Vochtige gebieden en rivierbegeleidende bossen en zeggemoerassen zijn het optimale habitat voor de soort. Maar er zijn vele gebieden die betrekkelijk droog zijn waar elanden ook heel goed jaarrond mee uit de voeten kunnen. Er zijn zelfs onderzoekingen gedaan in hoogveengebieden waar in het zomerhalfjaar permanent elanden verblijven. Een betrekkelijk marginaal biotoop dus, maar het komt voor. Een fraai voorbeeld van het laatst habitattype is beschreven in Midden-Scandinavië waar elanden in het zomerhalfjaar op een uitgestrekt hoogveen foerageren en waar voor ongeveer tachtig procent van het opgenomen stapelvoedsel beenbreek blijkt te zijn.





Een elandkoe in een Zweeds bos




Verspreidingsgebied
Het verspreidingsgebied van de eland bestaat uit Noord-Amerika en het noordelijke deel van Europa en Azië. In Europa is hij te vinden in Scandinavië, de Baltische Staten, Rusland, Polen, Duitsland en Hongarije. In Noord-Amerika is hij te vinden in het hele bosgebied van Canada en Alaska, in het Noordoosten van de Verenigde Staten en in de Noordelijke Rocky Mountains.

Op autowegen kunnen elanden een fors risico vormen voor de automobilist. Uiteraard meer naarmate meer verkeerswegen de leefgebieden doorkruisen. Op voorkeursoversteekplaatsen zijn dan ook vaak waarschuwingsborden geplaatst.


Sociaal gedrag en voortplanting
Elanden leven over het algemeen solitair. 's Winters verzamelen zich net als de meeste andere hier van nature voorkomende hertachtigen tot grotere groepen. Een volwassen vrouwtje, vrijwel altijd met een kalf, neemt in de groep het initiatief voor verder trekken, voor eten of rusten, enzovoort. Vooral de vitale volwassen mannelijke dieren leven liefst solitair. In de bronstijd in het najaar, zoeken ze de volwassen vrouwelijke dieren op om mee te paren. Na enkele dagen trekken ze weer verder naar een volgend vrouwelijk dier. Alleen in uitzonderlijke gevallen ontstaan tijdens de bronsttijd conflicten tussen twee krachtige mannelijke elanden. De soort heeft een heel scala aan gedragskenmerken die er maximaal op gericht zijn om gevechten waar mogelijk uit de weg te gaan, maar toch geschikt zijn om te bepalen wie de sterkste is. Alleen als twee stieren volkomen aan elkaar gewaagd zijn en zich even krachtig voelen en van geen wijken weten, kan het in de bronst op een gevecht uitlopen.

De kalveren worden na een draagtijd van 235 dagen geboren. Jonge vrouwtjes en dieren in matige habitatten, krijgen soms slechts één kalf of slaan wel eens een jaar over. Normaal krijgen elanden tweelingen, soms onder zeer goede omstandigheden ook wel drie. Al na enkele uren kan een een kalf zijn moeder volgen. Doorgaans echter worden de kalveren op verschillende plekken 'afgelegd' waar het blijft liggen totdat de moeder weer terugkeert om het te zogen. Pas na een paar weken ontstaan de eerste pogingen om de moeder bij het foerageren te volgen.




Een zeer fraaie ‘begrazingstechniek’ van elanden op een jeneverbesboom. In het koude en sneeuwrijke hoge Europese noorden zijn een groot deel van het winterhalfjaar maar beperkt voedselplanten beschikbaar. Het eerste antwoord daarop is even simpel als doeltreffend, namelijk zo weinig mogelijk energieverlies lijden. De dieren kunnen dan inderdaad dagenlang ergens op een windbeschutte plek gaan liggen uitrusten. Maar af en toe moet er toch gegeten worden. Elanden kunnen dan zoals blijkt goed overweg met relatief laagwaardig ruig en ruwvezelig materiaal als naalden van fijnspar, grove den en deze jeneverbes.



Introductie en herintroductie
In 1910 werden tien elanden vanuit Noord-Amerika geïntroduceerd in het Nationaal park Fiordland in Nieuw-Zeeland. Op het zuidelijk halfrond komen normaal geen elanden voor. Men nam lange tijd aan dat de dieren zonder nakomelingen bleven en zouden uitsterven. Na meerdere onbevestigde waarnemingen in de loop der jaren werd in 2002 door middel van haarvondsten aangetoond dat er nog steeds elanden in Nieuw-Zeeland leven, zij het in zeer kleine aantallen.


De eland in Nederland
Vroeger kwam de eland ook in Nederland voor. Volgens een Drentse jachtvergunning zou de eland nog tot in 1025 in Nederland rondgelopen hebben. Er zijn verder tal van fossiele vondsten van de soort in onze bodem gevonden, terwijl ook al in de Steentijd tot in de Middeleeuwen resten van gevangen en gegeten elanden bij jachtkampen en vroege boerderijen zijn teruggevonden.

De eland is ecologisch gezien een zeer belangrijke grote grazer. Het is voor ecosystemen een ernstig gemis als bepaalde soorten ontbreken. Bepaalde ecologische processen zijn dan afwezig of functioneren gebrekkig. De natuurlijke processen verlopen dan ook anders. Dergelijk belangrijke soorten worden ook wel sleutelsoorten genoemd. De eland is een sleutelsoort. Het is voor de natuur bepaald een gemis als de eland ontbreekt, bijvoorbeeld in gebieden als de Oostvaardersplassen, maar ook op de Veluwe. Herintroductie is dan een goede en op Europese schaal veelgebruikte methode om het verlies dat in het verleden is ontstaan weer te herstellen. Dat wordt doorgaans alleen gedaan wanneer wordt verwacht dat een soort niet uit zichzelf kan terugkeren, bijvoorbeeld bij heel veel belemmerende snelwegen.

In Duitsland is de soort de laatste twintig jaar op zo'n zestal plaatsen weer vanzelf teruggekeerd. In Nederland is dat door de drukke en dichte bebouwingen helaas niet zo gauw meer te verwachten, waarmee herintroductie een zinvol instrument is om onvolledige ecosystemen weer te completeren. Que grootte kunnen de mogelijke leefgebieden uitstekend een duurzame leefbare populatie onderhouden. De Oostvaardersplassen worden bovendien op afzienbare termijn weer met de Veluwe verbonden en de Veluwe op zijn beurt weer met het rivierengebied en verder.

Stichting Kritisch Bosbeheer heeft in december 2005 in haar tijdschrift Nieuwe Wildernis een artikel geschreven (Nieuwe Wildernis, 2005, nummer 36-37) waarin twee natuurlijke hervestigingen van elanden in Duitsland gemeld worden. Beide plekken zijn ruimtelijk van elkaar gescheiden door naar schatting 300 kilometer en hebben onafhankelijk van elkaar plaatsgevonden. In de vele berichten in kranten, radio en televisie die op dat artikel volgden, schreven journalisten dat de eland misschien al in tien jaar van zijn huidige leefgebieden in Oost-Europa naar Nederland zou kunnen migreren. In het oorspronkelijke artikel wordt daarover echter niet in deze termen gespeculeerd.


Mens en eland
Er gaan berichten dat in vroeger tijden de eland, net als een paard, als rijdier werd gebruikt. Gegevens daarover hebben we echter niet kunnen vinden. Gezien de aard en gedrag van de eland is dat ook bepaald niet eenvoudig te realiseren. De eland kan weliswaar goed in omheinde gebieden als wildparken gehouden worden, al vraagt dat wel enig 'begrip' en handigheid van de beheerder, omdat elanden weinig plooibaar zijn en nogal eenkennig kunnen zijn,met soms riskant tot zelfs gevaarlijk gedrag jegens de mens. Het blijven zeer weerbare wild dieren die voor andere zoogdiersoorten geen bijzonder ontzag aan de dag leggen. Zelfs voor wolven is een volwassen en gezonde eland een zeer geduchte tegenstander. Er zijn tal van waarnemingen waar wolven zelfs na dagen hebben moeten opgeven om te proberen hun prooi te doden. Voorts zijn er waarnemingen van ernstig verwonde wolven doordat deze kennelijk hebben geprobeerd een weerbare eland te benaderen: wolven met door elanden ingetrapte schedels zijn bepaald niet zeldzaam.

Een andere relatie tussen mens en eland is eveneens vermeldenswaard. Het houden van elanden in grote parken en dierentuinen is mogelijk. Maar veel meer dan bij andere hertachtigen - wellicht het ree uitgezonderd - vraagt dat van de beheerder veel kennis en omzichtig beleid om een wat nauwere relatie met zo'n dier te kunnen onderhouden. Voorzichtigheid is altijd raadzaam, omdat elanden onverwacht knorrig kunnen reageren. We kennen één concrete plek waar elanden zelfs worden gehouden om dagelijks te worden gemolken. Het is een gebied in Rusland alwaar dit gebruik aldaar sinds mensenheugenis lijkt plaats te vinden. Gaandeweg kan zo een gehouden groep groeien met dieren die meer en beter gaan wennen aan de situatie. Het is dus wel mogelijk, maar het blijft een hoogstandje van de beheerder om zover te komen met een over het algemeen niet zo gemakkelijk te houden soort als de eland.





Grote grazers als elanden hebben door hun gegraas invloed op het ecosysteem. Er zijn tientallen effecten die op overige planten en dieren in het ecosysteem werkzaam kunnen zijn. Dit merkwaardige mosje, te zien is het kapsel met in het puntje op de hoed de sporen, komt uitsluitend voor op elandenmest en heet geel parasolmos (Splachnum luteum).