Artikel

Exmoorpony


De Exmoorpony is een oud paardenras. Voor zover bekend is het ras zeker sinds de elfde eeuw niet veranderd. Wereldwijd leven er nog zo’n 1200 dieren, waarvan zo'n 300 onder halfnatuurlijke omstandigheden in het Engelse Exmoor en ongeveer 100 in Duitsland. In Nederland had/heeft Ecoplan in Rhee bij Assen enkele tientallen dieren in gebruik voor natuurlijke begrazingsprojecten.



Door Ruud Lardinois

Dit artikel is oorspronkelijk in 2002 geschreven voor een digitale Cd-rom bibliotheek
Dit artikel is op 25-02-2011 geplaatst
Dit artikel is op 14-06-2011 bijgewerkt






Exmoorpony & tarpan
De laatste jaren is er bij verschillende onderzoekers steeds meer de indruk ontstaan dat de tarpan mogelijk meer voortkomt uit de steppevariant van het oorspronkelijke Europese wilde paard. Het zwaartepunt van zijn verspreidingsgebied zou meer hebben gelegen in Oost-Europa en meer nog in Centraal- en Zuid-Rusland. De bosvariant van het oorspronkelijke Europese wilde paard zou meer bewaard zijn gebleven in de nu nog voorkomende en waarschijnlijk reeds eeuwen onveranderde Exmoorpony (Equus ferus caballus). Er zijn (nog) geen harde bewijzen voor deze theorie, echter het gedrag, de sociale structuur, het terreingebruik en de voedselstrategie wijzen op deze veronderstelling: de Exmoorpony lijkt evolutionair meer te zijn toegesneden op het leven in Europese bossen. Overigens valt het Przewalskipaard (Equus ferus przewalskii) als mogelijke voorouder van het Europese wilde paard af omdat deze genetisch belangrijk afwijkt en over twee chromosomen meer beschikt dan alle andere huidige voorkomende paarden.


Lichaamskenmerken
Het dier heeft een wildkleur, is licht- tot donkerbruin, heeft lichte ringen om de ogen, een brede witte ring om de bek (meelmuil) en ook de flanken en binnendijbenen zijn lichter gekleurd. De schofthoogte varieert tussen 115 en 130 centimeter.

De Exmoorpony is een klein, licht en mobiel paardenras. Ze zijn levendig, inventief, nieuwsgierig en zeer beweeglijk. Ze zijn meer nog dan het konikpaard nieuwsgierig. De Exmoor zal echter, in tegenstelling tot het konikpaard, vrijwel nooit naar mensen toelopen: ze houden normaal enige afstand en vertonen een heel duidelijk ontwijkend gedrag wat meer bij een wild dier hoort. Dat is belangrijk omdat veel konikpaarden in natuurontwikkelingsgebieden toch graag door het publiek worden benaderd en gemakkelijk voer aannemen en dus helaas vaak ook daadwerkelijk worden gevoerd wat soms tot vervelende conflicten kan leiden. Bij Exmoorpony’s is dat veel minder het geval omdat ze normaal bij te dichte benadering zullen uitwijken. Dit paardenras is mede daarom zeer geschikt om te worden ingezet voor natuurlijke begrazing, meer nog in bosgebieden en half-open bosgebieden als heiden. De soort lijkt veel meer te zijn toegesneden op het leven in bossen dan de konik. Exmoorpony’s blijken bovendien graag jonge beukenboompjes te begrazen waarbij mogelijk een verband kan worden gevonden in de soms gemakkelijke beukendominantie in huidige Europese bossen, die zelden nog door grote herbivoren worden begraasd, in het bijzonder runderen (wisent) en paard (Exmoorpony) zoals dat in historische tijden wel het geval was. Oeros, wild paard, eland en wisent, om de belangrijkste nog voorkomende grote herbivore soorten te noemen, komen relatief nog slechts zelden voor. Vrijwel nooit in natuurlijke omstandigheden (geen jacht, geen voederingen) en nergens in Europa is er nog één bos te vinden waar dit gehele herbivorenspectrum nog volledig functioneel aanwezig is.

Het is door al deze gunstige eigenschappen opmerkelijk dat het Exmoorpony desondanks zelden wordt ingezet voor natuurlijke begrazing. In Duitsland zijn er wel experimenten met Exmoorpony’s gaande in bossen en heiden, soms in combinatie met runderen zoals Heckrunderen.






Exmoorpony’s in een dennenakker die door natuurlijke verjonging met beuk dreigt te overgroeien. De beheerders hier hebben ervoor gekozen om in dit bos de houtproductie vaarwel te zeggen ten gunste van natuurbosontwikkeling in combinatie met onderzoek om te bezien welke rol deze Exmoorpony's tijdens deze transitie vervullen, zonder overigens enige andere ingreep dan de inbreng van de Exmoor’s zelf te hebben doorgevoerd.

Een puur beukenbos is qua biodiversiteit weliswaar te verkiezen boven een aanplantakker van dennen, maar het kan zo eeuwen duren voor de eenvormigheid zodanig wordt doorbroken dat een waardevol natuurbos ontstaat. Begrazing alleen is natuurlijk geen wondermiddel, want waar geen andere boom- en struiksoorten voorkomen kunnen zij zich ook niet hervestigen. Maar natuurlijke begrazing kan, juist als zij al in de aanvangsfase van de transitie mag meedoen, en er niet in de winter wordt bijgevoerd, de structuur- én soortsvariatie (!) sterk verbeteren.

© Foto Stichting Kritisch Bosbeheer






Genetische degradatie ligt op de loer
Helaas is er vanuit de paardensport toenemende belangstelling voor het houden, verzorgen en berijden van Exmoorpony’s. De Exmoorpony is een oud overgeleverd ras dat niet eerder met andere gedomesticeerde rassen is gekruist en waarschijnlijk slechts kort is gedomesticeerd, mogelijk alleen in de Keltisch/Germaanse periode. De soort weet zich tot op de huidige dag in natuurlijke en vrij levende staat te handhaven: er wordt niet mee gefokt, noch wordt gepoogd om deze voor menselijk gebruik te temmen. Om de wilde staat te garanderen is het ongewenst om de Exmoorpony verder te domesticeren door deze in gehouden staat, bijvoorbeeld in de ruitersport, onder te brengen en er mee te fokken. Dat zou onvermijdelijk verlies van wilde eigenschappen betekenen, omdat de mens altijd op al dan niet gewenste eigenschappen zal selecteren. In slechts enkele generaties kan zo de Exmoorpony zijn wilde eigenschappen verliezen. Zo’n vergrijp is vergelijkbaar met het in de gracht werpen van de Nachtwacht.


Beheer
Het beheer van het ras wordt gecontroleerd door de Exmoor Pony Society (Engeland) en Exmoor Pony Gesellschaft (Duitsland). De hoofddoelstellingen zijn:

1] een zo goed mogelijk beheer van het ras en de genenpool;

2] geen fok of selectie op verandering of verhoging van prestaties of productie;

3] het houden van de dieren onder zo natuurlijk mogelijke omstandigheden.