Artikel

Natuur is nutteloos


Afrika in brand, Zuid-Amerika als soja-akker, Nederland waar de natuur is gebureaucratiseerd tot loketgroen.



Door Ruud Lardinois
Dit artikel is op 22-02-2011 geplaatst




De sloop van onze levende aarde woekert ongenaakbaar verder. Onze hersenen lopen mee: zoals mensen nu een koe in een weiland voor natuur aanzien, was in mijn jeugd een koe een huisdier die gemolken kon worden. Inmiddels blijkt eenderde van onze bevolking nooit een bos van binnen te zien. Bij elke volgende generatie degenereert ons natuurbeeld verder. Om dat te visualiseren zou je een reeks foto's kunnen gebruiken. Ik heb nu een serie uit eigen bron in voorbereiding van een heideveld op Veluwezoom. Zoals bekend een nationaalpark en dus het beste wat we hebben. Als je die reeks bekijkt, ontstaat er - althans voor mij - een schokkend beeld, terwijl ik toch zelf die foto's gemaakt heb. Al deze foto’s over een periode van veertig jaar op één rij maakt het beeld indrukwekkender. 

Deze vorm van visualiseren ligt binnen mijn bereik, is te bevatten door iedereen met gezond verstand en plaatst de discussie op de plek waar je zelf woont, niet in Afrika of Zuid-Amerika, want die landen zijn toch echt een stuk achterlijker dan wij in Nederland, zo schuilt een ander waanidee in veel van onze achterhoofden, waarmee de discussie die je wenst tenminste een verdubbelde overtuigingskracht moet hebben om te beklijven. Het is net als Van Beusekom laatst in Trouw die eerst alle omstanders een klap op hun kop verkocht om hen vervolgens te willen overtuigen van een weinig verhelderend maar ongetwijfeld geniaal idee.


Nutteloze natuur
Op het moment dat ik deze woorden op het toetsenbord aansla heb ik zicht op vijf mannen die in lichtgevende vesten op een ruraal veldje in de weer zijn om alle bomen (vooral ruwe berk) uit de grond te rukken. Alles wordt omgezaagd en verdwijnt in een aardolie aangedreven monster dat versnipperaar heet en de bomen geraspt achter zich uitkotst. Alle daar eerder vanzelf opgeslagen bomen, meest rond een meter of tien hoog, zijn nu weg. Vorige jaar ropten ze op dezelfde plek alle kleinere bomen, struiken en bramen weg, maar lieten ze de grootste en meest rechtopgaande berken juist staan. Nu is dus alles weg. Op die berkenbomen huisden groenlingen en meesjes, in de struiken en bramen mussen, soms zag ik er een sperwer en éénmaal zelfs een havik met een geslagen duif. Weg alles, kaal, een gapend gat.


De natuur die we hebben wegbeheerd
In mijn jeugd streken er vaak hele wolken kuifleeuweriken op het erf neer, s' winters vluchten van wel 50 tot 100 geelgorzen, aten we wilde hamsters, duiven en dassen, plukten we pruimen, appels, kersen, abrikozen, peren, enzovoort in een verscheidenheid aan rassen die je nu niet meer voor mogelijk houd en beleefde ik mijn eerste wilderniservaringen in de omliggende (midden)bossen en slingerende beken met vissen, ijsvogels, wielewalen, nachtegalen... gele monnikskap, rozenkransje (tot op het erf) en mijn eerste ree (toen een rariteit). Dat zijn mijn pijnlijkste momenten: teruggaan naar die herinneringen, naar de mergelgrotten waarin we speelden en waarin soms een paar koeien werden gestald, grotten die nu alle door bureaucraten zijn dichtgemetseld, teruggaan naar die plekken die er feitelijk niet meer zijn en dromen van mijn grootmoeder die elke ochtend om vijf uur met haar twee melkgeiten aan een touwtje het bos introk om ze daar te laten grazen. Hoe zou de wereld er daar hebben uitgezien ten tijde van haar grootmoeder?






Mijn grootvader enkele jaren voor zijn dood. Met wat handgereedschap en de hulp van zijn paard onderhield hij zijn gezin. Drie melkkoeien was het maximum wat hij ooit bezat. Zaaien, takkenbossen verzamelen in het middenbos voor de broodoven op het erf, het gebeurde allemaal met de steun van wat handgereedschappen. Meer heeft een mens niet nodig. En fatsoenlijke natuur om zich heen, want anders zal het hem uiteindelijk slecht vergaan: zonder snelwegen en bedrijventerreinen valt te leven, zonder natuur niet.