Artikel

Neuenburger Urwald-2


Neuenburger Urwald (24 ha) is gelegen bij Varel en Neuenburg onder Wilhelmshafen in het Duitse Ost-Friesland. Binnen een boscomplex van ongeveer 700 ha ligt dit bosreservaat van 24 ha dat sinds 1850 beschermd wordt.



Door: Hans van der Lans
Dit artikel is een fragment uit: „Interessante bossen in Nederland en oerwoudresten van Europa (1978).

Dit artikel is op 16-02-2011 geplaatst





Binnen een boscomplex ligt het huidige bosreservaat Neuenburger Urwald van 24 hectare. Vroeger was Neuenburger Urwald een zogenaamd hudewald, een beweid bos dat door begrazing met huisdieren vrij open gehouden werd. Onder de grote oude eiken ontwikkelde zich zo een vrij grazige vegetatie. Sinds ongeveer 1800 heeft er geen begrazing meer plaats gevonden. Het complex ligt op zware Riss-glaciale keileem, overdekt met een dunne zandlaag. Het terrein is reliëfarm en vrij homogeen. Er komen wat vochtiger en drogere plekken voor. De bodem is te karakteriseren als een homogeen bosprofiel (Holtpodzolgrond).




Voorjaarsaspect van Neuenburger Urwald

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Vegetatie
De boomlaag bestaat uit zomereiken, die tot duizend jaar oud zijn en beuken die tot achthonderd jaar oud zijn. Beide bereiken hoogten tot 35 meter en hebben een stamomvang van vijf tot zes meter. De beuk verJongt er zich overvloedig, terwijl de eik wordt verdrongen. Op de grotere open vlakten (storm!) komen echter ook jonge eiken voor. De haagbeuk heeft een belangrijk aandeel in de lage boomlaag (tot 20 meter). Dit beukenrijke eiken-haagbeukenbos gaat plaatselijk over in zuiver beukenbos. De struiklaag bestaat uit hulst (stamomvang tot 50 cm), sleedoorn, een- en tweestijlige meidoorn en diverse soorten bramen. De soortenrijke kruidlaag is goed ontwikkeld: grootbloemmuur, bosanemoon, bosklaverzuring, bosgiersgras, lievevrouwebedstro, heelkruid, eikvaren, stekelvaren, schedegeelster, eenbloemig parelgras, boswederik, muskuskruid, gele dovenetel, bosereprijs, hulst en klimop.




Hopbeuk (Ostrya carpinifolia) in Neuenburger Urwald

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Structuur van de vegetatie
Bij de stormen van 1972 en 1973 zijn vele grotere (tot 40 meter) en kleinere open plekken ontstaan. Op deze plekken ontwikkelen zich tussen en over de zware gevelde bomen dichte struikvegetaties van hulst, braam, framboos, sleedoorn en dergelijke. Verjonging van beuk, eik en haagbeuk komt veelvuldig voor. Vele woudreuzen zijn door de bliksem of door de wind overlangs gespleten en zijn van binnen hol. Het verpulverde hout dat uit de stammen gelopen is, vormt hele puinkegels aan de voet van de woudreuzen. Dit is de verblijfplaats van vele grote bosinsecten, zoals het vliegend hert (Lucanus cervus), de neushoornkever (Oryetis nasicornis), enzovoort.

Ontwortelde bomen zorgen door het omhoogkomen van de wortelkluit voor een enorme bodemdynamiek. Er ontstaan heuvels en gaten met een doorsnede van vele meters en een diepte tot een meter. De smalle beukvaren blijkt bijvoorbeeld aan dit soort milieuvariatie te zijn gebonden. De epifytenvegetatie is heel weelderig ontwikkeld. De belangrijkste factoren die hierbij een rol spelen zijn de vrij hoge neerslag van 790 mm in een uitgebreid boscomplex, waardoor een hoge en continue luchtvochtigheid is gewaarborgd. De open plekken, de horizontaal uitgegroeide of zelfs hangende takken, de ouderdom van het bos en van de stammen, waardoor de soorten alle kans hadden om te immigreren en zich te vestigen, geven aan dit oerwoud een zeer rijke variatie. Ook het feit dat de schors van oude bomen meer water vasthoudt zorgt voor een grote verscheidenheid aan microbiotopen.


Fauna
Door de enorme variatie in de vegetatie, de hoge ouderdom van de bomen en de vele holle, stervende en dode bomen, is er in het bos een enorme gevarieerde en rijke fauna aanwezig. We noemen slechts das, vos, holenduif, wespendief, middelste bonte specht en kortsnavelboomkruiper.




Gevarieerde bosstructuur in Neuenburger Urwald

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Reservaatstatus en beheer
Ondanks de reservaatstatus worden er soms beuken gekapt en eiken bijgeplant. Men wil het oude karakter van een eiken-hulstbos handhaven en tegen de spontane successie naar beukenbos in (vergelijk Urwald Hasbruch). Tevens worden de rechte bruikbare stammen geoogst. Verder heeft men altijd gedacht dat de klimop parasiteerde op bomen, zodat men deze klimmer bij de voet afkapte. De afgestorven resten zijn soms nog zichtbaar. De jacht is verpacht. Op vallend is dat rondom het eigenlijke ‘oerwoud’ verschillende voor Nederlandse begrippen zeer mooie bossen liggen, waaronder eiken-haagbeukenbossen (Stellario-Carpinetum typicum) op vochtige leem. Deze bossen behoren niet tot het reservaat, waardoor er bosbouw plaatsvindt. Deze bossen zijn dan ook beduidend armer dan het reservaat. Het Neuenburger Urwald is het beste vergelijkbaar met het Norgerholt bij Norg en met het Mantingerbos bij Westerbork. Deze beide Nederlandse bossen, die tot de ‘natuurlijkste’ van Nederland behoren, hebben echter aan sterke exploitatie bloot gestaan, terwijl er zelfs nu nog bomen worden verwijderd en geplant. Flora en fauna zijn daar dan ook aanzienlijk minder rijk ontwikkeld dan in dit Duitse bos.


Bron
Lans, H.E. van der (1978): Interessante bossen in Nederland en oerwoudresten van Europa: een beknopte beschrijving. Landelijke Werkgroep Kritisch Bosbeheer. Ede. Bladzijden: 14.