Artikel

Bialowieza


Het oerwoud van Bialowieza (4747 ha). Het bos ligt ten noorden van het dorp Bialowieza in Oost-Polen en tegen de Russische grens.




Door: Hans van der Lans
Dit artikel is een fragment uit: „Interessante bossen in Nederland en oerwoudresten van Europa (1978).

Dit artikel is op 05-02-2011 geplaatst





Het hele boscomplex van Bialowieza heeft een oppervlakte van 115.000 ha. Het is gedeeltelijk Pools (58.000 ha), de rest is Russisch. Van het Russische deel is weinig bekend. De geschiedenis van het boscomplex als jachtgebied gaat ver terug. Lang voor de 13e eeuw en tot in de 15e eeuw was het befaamd vanwege de oeros-, de wisent- en de berenjachten.

Een gedeelte van dit woud, inclusief de delta's van twee riviertjes, samen 4747 ha, is in 1921 Nationaal Park geworden. Er is in dit vrijwel ongestoorde stuk sindsdien geen boom meer gekapt of hout weggehaald. Alles is en wordt er aan de natuur overgelaten, zodat men er de oerwoudlevensgemeenschappen, zoals zij op verschillende geologische ondergronden en langs de rivieren zijn ontwikkeld, prachtig kan bestuderen. Dit Bialowieza Nationaal Park is het laatste enigszins uitgestrekte laagland oerwoud van Europa en daarom van onschatbare waarde.


Vegetatie
De vegetatie heeft duidelijk subboreale-, Centraal-Europese- en ook OostEuropese kenmerken, die tot uiting komen in de bosassociaties. In de rest van het complex wordt, met uitzondering van enkele kleinere percelen (tezamen rond 2000 ha) waarin de natuur ook haar gang kan gaan, op de normale manier bosbouw bedreven. Men gebruikt echter alleen inheemse en aan de groeiplaats aangepaste boomsoorten.


Fauna
De wisent en de wolf komen voor, evenals lynx, edelhert, ree en wild zwijn. De eland en de bever zijn zeldzaam. Roofvogels, spechten, zangvogels en hoenders zijn er zeer talrijk; o.a. slangenarend, oehoe, Oeraluil, bastaardarend, schreeuwarend, slechtvalk, boomvalk, havik, wespendief, raaf, ruigpootuil, rode wouw, korhoen, hazelhoen, drieteenspecht en middelste bonte specht.


Beschrijving van het oerwoud
Ht reservaat bevat enorme zware, tot 40 meter hoge, honderden jaren oude eiken, kleinbladige linden, essen, fijnsparren, grove dennen en op de nattere plaatsen elzen, rijzen op vrij grote afstanden van elkaar uit boven een vrijwel gesloten boomlaag van dezelfde soorten met voor onze begrippen normale afmetingen van 20 tot 30 meter. Opvallend is de sterke menging van soorten en leeftijden, al groeien er ook wel soorten groepsgewijs. Open plekken van één of enkele ares komen door het hele bos verspreid voor. Grote open plekken ontbreken. Het blijkt dat er, afgezien van openingen die zijn ontstaan door stormschade, waarbij levende bomen zijn omgewaàid, slechts een vrij gering effect uitgaat van omvallende bomen en beweiding door de grote grazers (orde van grootte 2-5 are). Het dier dat bij uitstek geschikt is om open plekken te creëren en/of open te houden, de wisent (Bison bonasus) komt echter weinig voor in het reservaat. De nog veel te kleine populatie van 250 dieren in het Poolse gebied (omstreeks 1825 waren er nog ca. 2000 dieren) houdt zich voornamelijk op in de opener bosbouwgebieden zoals de kapvlakten e.d.). Daar blijkt zijn invloed op de vegetatie aanzienlijk te zijn. In het reservaat verjongt het bos zich snel en overvloedig, waarbij er op tal van plaatsen een dichte begroeiing van struikgewas en zeer dicht opeen staande opslag ontstaat. Daartussen liggen omgewaaide of afgeknapte wegrottende stammen en zijn ook de boomstompen te vinden van de oude woudreuzen. Het bos is dus slechts plaatselijk vrijwel ondoordringbaar.

Omdat Bialowieza oostelijk van de beukgrens ligt, komt de beuk er niet voor. In de boomlaag groeien behalve de al genoemde woudreuzen veel haagbeuken, noordse esdoorn, ruwe en zachte berk, ratelpopulier en lijsterbes. Het bos geeft de indruk van een loofbos, maar toch treedt Picea vaak als heerser op. Behalve de hoge boomlaag van de heersers en de boomlaag (20-30 m), zijn ook nog een kleine boomlaag (7-20 m), een hoge struiklaag (1-7 m), een lage struiklaag en kruidlaag (tot één meter) en een moslaag aanwezig. Alle lagen zijn goed ontwikkeld, maar ze kunnen elkaar soms uitsluiten.

De totale biomassa en de totale bedekking zijn erg hoog. Duidelijk hoger dan die van onze Nederlandse bossen. Er ligt veel dood hout in alle stadia van vertering; de dikkere stammen raken vrij snel begroeid. Het hout wordt relatief snel afgebroken.

Horizontaal is er een opvallend geleidelijke differentiatie naar de voorkomende bosgezelschappen op verschillende bodems en verschillende grondwatertrappen. De grenzen zijn dus zeer vaag. De volgende bosassociaties komen voor:

Tilio-Carpinetum, Pino-Quercetum, Peucedano-Pinetum, Circaeo-Alnetum, Carici elongatae-Alnetum, Querco-Piceetum, Sphagno girg.-Piceetum en Vaccinio ulig.-Pinetum.


Oerwoudkarakter, reservaatstatus, beheer en toegangsbepalingen
Het reservaatgedeelte (4747 ha) is nog nauwelijks direct ingrijpend door de mens beïnvloed.

De vegetatie is wel indirect beïnvloed door veranderingen van natuurlijke dichtheden van het wild. Men denke bijvoorbeeld aan de uitroeiing van de oeros, wisent en het wilde paard. Verder de uitroeiing van de bruine beer, de veelvraat, de bever en het bijna verdwijnen van de wolf. De wisent en de bever zijn intussen weer uitgezet, wolf komt in veel te geringe dichtheden voor om enige invloed uit te kunnen oefenen op het ree, het edelhert en wilde zwijnen. In het strikte reservaat wordt niet gejaagd. Juist door de grote grazers kan een grote invloed worden uitgeoefend op de openheid en de structuren in het bos en daarmede op de verjonging van de boomlaag en de struik- en kruidlaag.

We kunnen dus niet meer van een oorspronkelijk en ongestoord oerwoud spreken. Toch is dit bos het meest ongestoorde en meest unieke bos van Centraal- en West-Europa. De Polen realiseren zich dit terdege. Het gebied is in 1923 tot strikt reservaat verklaard. Sindsdien wordt er niets meer gedaan dan alleen het onderhoud van enkele wegen. Over het pad vallende stammen worden bijvoorbeeld alleen weggezaagd voorzover ze de doorgang belemmeren. Het uitgezaagde stuk hout wordt in het bos teruggelegd. Vroeger beheerde hooilanden langs de riviertjes worden aan zichzelf overgelaten, zodat zich hier weer beekbegeleidend bos kan ontwikkelen, ontwatering vindt niet plaats.

Bovendien heeft men strenge toegangsbepalingen opgesteld. Het reservaat is alleen wandelend of met paard en wagen via vaste routen en onder leiding van een gids te bezoeken. Polen is een goedkoop vakantie- en een uniek excursieland. In Bialowieza is een hotel beschikbaar en men kan er in de zomer tot 1 september kamperen. Ook zijn een botanisch en zoölogisch station aanwezig waar men veel onderzoek doet aan het oerwoud.


Bron
Lans, H.E. van der (1978): Interessante bossen in Nederland en oerwoudresten van Europa: een beknopte beschrijving. Landelijke Werkgroep Kritisch Bosbeheer. Ede. Bladzijden: 14.