Artikel

Faunabescherming-2


In het belang van transparantie in het jagen op wilde dieren. Een gesprek met Rita en Heinz Stockmann, bestuursleden van De Faunabescherming, voorheen Stichting Kritisch Faunabeheer.


Dit artikel is op 02-02-2011 geplaatst


Er wordt wel beweerd dat niet zozeer de wilde zwijnen een risico vormen voor de landbouwvarkens maar eerder andersom.
Er heerst permanent varkenspest bij de wilde zwijnen in Polen en het oosten van Duitsland, maar die wilde populaties hebben daar weinig last van.


Lopen wilde zwijnen een groter risico omdat de huisvarkens doorgaans in zulke grote aantallen bij elkaar gehouden worden?
De boeren zijn vaak van mening dat het risico van wilde zwijnen voor hen groot is doordat jagers met rommel aan hun laarzen, autobanden en hun hond de risicogebieden verlaten. Een ziekte kan door slechts één persoon overgebracht worden, zoals in 1983 gebeurde toen zo de wildezwijnenpest uitbrak. Het is gepaard gegaan met afsluiting van heel veel natuurgebieden. ten noorden van de weg Amersfoort- Apeldoorn, dwars door het Kroondomein, heerste varkenspest. Prins Bernard heeft toen aan de noordzijde van de weg waar de meeste zwijnen zaten en waar men drijfjachten op hield, de zwijnen laten vangen en inenten! Een wild zwijn is overigens veel minder gevoelig voor de MKZ-ziekte als hij in goede conditie verkeert.


Zijn wilde zwijnen geen extra bron van inkomsten?
Op de Veluwe zijn edelherten en wilde zwijnen een bron van inkomsten. Een jachtregel luidt dat zo jaarlijks op de Veluwe €300.000 aan inkomsten dient te worden genereert. We hoeven nu niet in te gaan op de revenuen als gevolg van het feit dat mensen graag wild willen zien. Dergelijke economische baten zijn aanzienlijk en veel en veel groter dan de opbrengsten uit de jacht.

Wij zouden overigens graag zien dat er een sanctie komt op het afschieten mannelijke zwijnen. Een wettelijk verbod dus opgelegd door provincie Gelderland om de jacht op mannelijke dieren te staken totdat de natuurlijke geslachtsverhouding 1:1 is bereikt. Natuurlijk zou dit met een gedegen onderzoek moeten worden begeleid.



Hoe zit dat precies met die geslachtsverhoudingen?
De geslachtsverhouding hoort zodanig te zijn dat er evenveel mannelijke als vrouwelijke wilde zwijnen zijn. De huidige geslachtsverhouding op de Veluwe is 1 man op 3 vrouwen. In een rapport van de Vereniging Wildbeheer Veluwe uit 1994-1995 zijn al ongelijke geslachtsverhoudingen vermeld. De jaren daarvóór:

1990: 1 man op 4.84 vrouwtjes
1991: 1 man op 5.87 vrouwtjes
1992: 1 man op 4.80 vrouwtjes
1993: 1 man op 3.13 vrouwtjes
1994: 1 man op 5.14 vrouwtjes

Over het scheeftrekken van de geslachtsverhouding verwijs ik ook graag naar het Faunabeheerplan 2009 - 2014, deel II van FBE-Veluwe, bladzijde 104. In tabel 3.4 worden de gemiddelde waarden over de geslachtsverhouding (GV) mannetje staat tot vrouwtje vermeld, afkomstig van de jachtorganisatie Vereniging Wildbeheer Veluwe over de afschotjaren 1999/2000-2007/2008, dus over negen jaar:

GV adult voorjaarsstand(keiler : zeug) is gemiddeld 1:2,02 en de variatie 1:1,89 - 2,34.
GV adult afschot (keiler : zeug) is gemiddeld 1:3,15 en de variatie 1:2,80 - 5,50.

Er zijn dus meerdere jachtvelden waar de geslachtsverhouding van de volwassen (adulte) zwijnen in het voorjaar al gelijk of nabij de 1:2,34 is. Desondanks wordt door bepaalde jachthouders door selectief afschot de gemiddelde geslachtsverhouding nog een factor 1,5 (2,02/3,15) verder scheefgetrokken. Gezien de variatie van de geslachtsverhouding tot maximaal 1 : 5,5 zijn er dus jachtvelden waar een factor 5 - of zelfs meer - mannetjes zwijnen dan vrouwtjes zwijnen worden geschoten respectievelijk gedood.

Dergelijke praktijken horen thuis in de veeteelt vinden wij. Omdat er veel meer voedsel beschikbaar komt voor de zeugen om hun jongen groot te brengen zijn die jachtvelden dus regelrechte zwijnenfokkerijen. Eén van die jachtvelden is het Artillerie Schietkamp (ASK 't Harde).

Omdat de provincie Gelderland alleen gegevens wil verstrekken op een niveau nog boven dat van de jachtvelden, namelijk slechts gegevens van circa tien leefgebieden oftewel Wildbeheereenheden, kunnen de zwijnenfokkende jachthouders zich met de gegevens van hun beheer verschuilen achter het minder discutabele beheer van de Terreinbeherende Organisaties (TBO's) zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer) en Het Gelders Landschap. De Zwartwild Advies Commissie, waar ook provincie Gelderland (Theo Dikker) toe behoorde, was een adviescommissie vanuit de overheid (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)), de Provincie en de jagers. Zij overlegden hoe de zwijnenjacht georganiseerd moest worden op de Veluwe. Tot op de dag van vandaag bepalen de jagers zowel het beleid als de praktijk.

Theo Dikker, zat naast de Zwartwild Advies Commissie ook in de wildschadecommissie vanuit de provincie. Hij was ook degene die hekken liet zetten om landbouwterreinen uit te rasteren. We hebben in Nederland geen onafhankelijk onderzoeksinstituut meer, vroeger was dat het Rijksinstituut voor Natuurbeheer (RIN). Nu is dat overgegaan naar Wageningen waar men alleen betaalde opdrachten uitvoert. En wie betaalt die bepaalt. Het is nu zelfs zo dat het Ministerie van LNV gaat ingrijpen in de onderzoeken die er gedaan moeten worden. Onderzoek wordt door jagers aangekleed en dat wordt allemaal gestuurd door het Ministerie van Landbouw. We zien vaak onderzoeksopdrachten waarbij de uitkomsten van te voren al vaststaan! Dat was vroeger anders, het onderzoek werd aangestuurd door een onafhankelijke begeleidingscommissie die aangaf welke onderzoeken er gedaan moesten worden.


Het is toch te gek voor woorden dat de uitkomsten van een onderzoek vooraf al vastliggen?
Ja, dat is zo. Het beleid wordt er zelfs op afgesteld. Er wordt vaak gezegd dat het Faunabeheerplan goedgekeurd is door de provincie. Maar ja, door wie wordt het goedgekeurd? Wie heeft de gegevens geleverd? De Faunabescherming heeft momenteel nog een bezwarenprocedure lopen over de informatieverstrekking door de heer Dikker van de provincie. Vorig jaar kregen wij de afschotresultaten tot en met één september 2008. Dat heeft de provincie Gelderland ook moeten leveren aan minister Gerda Verburg. Alle individuele opgaven hebben wij ontvangen over welke jachthouders wat geschoten hebben. Per post ontvingen wij dit van alle leefgebieden. Wij wilden graag aan het eind van het jachtjaar het eindresultaat zien. Die gegevens zijn ons echter met smoesjes onthouden. Een corrupte bende is het. Zelfs de jurist van Gelderland ontkent over de gevraagde gegevens te beschikken. We gaan gewoon door met die bezwarenprocedure en we zullen het boven water tillen. Een advocatenbureau is het zelfs gelukt om alle namen te vinden van alle mensen in Nederland die een wapenvergunning hebben. Als dat lukt met het Nederlandse recht, dan kan ook dit geregeld worden. Het wilde zwijn is een bij wet beschermde diersoort, maar in de praktijk is het gewoon jachtwild.

Onder natuurlijke omstandigheden is de geslachtsverhouding bij wilde zwijnen 1:1. In 1990 waren de geslachtsverhoudingen al scheef. Op de Noord-veluwe, waar al veel aanrijdingen zijn, zijn er wegen door defensie terreinen die voor het publiek gesloten zijn en waar drijfjachten gehouden worden.


Drijfjachten op de Veluwe?
Ja op de oefenterreinen van Defensie, met name op de Arnhemseheide.


Hoe bent u daar achter gekomen? Want drijfjachten zijn in Nederland toch verboden?
Er stonden allemaal lage schietzitjes, zo om de 100 meter en die zijn er alleen om drijfjachten te houden. Ze stonden in rijen opgesteld.


Aan andere geïnterviewden heb ik gevraagd of het rasteren van wegen geen oplossing is voor de wildaanrijdingen? Ik kreeg vaak het antwoord dat afschot geoorloofd is ter voorkoming van aanrijdingen, maar dat men daarentegen geen extra rasters wil op kritische plekken omdat dat weer in tegenspraak is met het ontrasteringsbeleid. Hoe ziet u dat?
Wilde zwijnen gebruiken graag bepaalde vaste wissels. Juist op die plekken ontstaan vaak aanrijdingen.De meeste van die wissels zijn bij ons bekend. Als de dieren door jacht opgejaagd worden dan kan het zijn dat zij op andere plaatsen gaan oversteken. Zo ontstaan extra gevaarlijke situaties. Er is weinig overeenstemming om ook op dergelijke plekken wildrasters te plaatsen. De jacht vindt plaats op plekken waar de meeste zwijnen zich ophouden. Het komt al voor dat men zelfs bij de ecoducten hoogzitten plaatst om te jagen. Dat is ook al bij de A50 het geval. Bij de doorgangen naar de ecoducten kunnen ze gemakkelijker tot afschot komen omdat de dieren gedwongen zijn om daar over te steken.


Dat lijkt me niet helemaal de bedoeling van ecoducten.
Nee inderdaad. Alle dieren mogen gebruik maken van ecoducten, behalve wilde zwijnen wanneer ze buiten het Centraal Veluws Natuurgebied (CVN) gaan. Maar hoe dat te realiseren? Er bevinden zich passages over belangrijke wegen, waardoor het uitrasteren van wilde zwijnen moeilijk is. Bijvoorbeeld op de 80 km weg van Arnhem naar Hoenderlo. Je hebt daar aan de ene kant het Nationale Park de Hoge Veluwe, terwijl aan de andere wegzijde het raster van het Deelerwoud van Natuurmonumenten loopt. Daartussen heeft men dassentunnels aangelegd. Men heeft zo onder de weg een soort gangenstelsel voor dassen aangelegd, zodat de dieren zonder levensgevaar van het ene gebied naar het andere kunnen komen. Voor wilde zwijnen moet ook iets dergelijks worden bedacht. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat de hele Veluwe op die manier ingericht zal gaan worden. Het is erg kostbaar en omstreden, waardoor veel nog op losse schroeven staat. De provincie wenst een ontrasteringsbeleid. De wildbeheereenheid is voorstander van het plaatsen van hekken. De jagers willen graag zelf houden wat ze aan wild hebben. De natuurbeschermers zijn op hun beurt voorstander van ecoducten.


Wat zijn uw ervaringen met de jagers op wilde zwijnen?
Ik had eens discussie met een zwijnenjager. Hij beschikte over een groot jachtterrein bij Epe en betaalde er pacht voor. De jager wilde daar graag jachtvrienden uitnodigen en een jachtopzichter aanstellen om toezicht te houden. Dat kostte hem toentertijd 200.000 gulden. Daarom was hij van mening er ook plezier aan te mogen beleven. Ook andere jagers die ik sprak wilden graag in hun jacht investeren, maar zij willen wel waar voor hun geld. Dat conflicteert direct en nadrukkelijk met de natuurbescherming. Er zijn voorbeelden genoeg. Bijvoorbeeld het particuliere deel van het Deelerwoud, zij zien liever dat de rasters blijven. Deze particulieren leven van de jacht en krijgen er een hoop geld voor terug via de jacht. Ook dertig jaar geleden al waren er discussies over de jacht in het Nationale Park De Hoge Veluwe. Dat was nog in de periode dat er een bestuurslid van Natuurmonumenten directeur was. Maar met de heer Van Voorst-tot-Voorst nu is een discussie over de jacht er niet meer bij. Hij wil vooral jagen.


Op de Hoge Veluwe worden alle gedode dieren dus afgevoerd?
Bijna alle gedode dieren verdwijnen uit het gebied. We vinden er wel eens botten, maar nooit dode dieren. Maar het schijnt dat ze toch af en toe dode beesten laten liggen om de raven en roofvogels te voeren. Er zijn mensen die van mening zijn dat er in de kerngebieden van grote hoefdieren en wilde zwijnen niet geschoten mag worden. Maar deze gebieden zijn voor jagers juist de meest aantrekkelijke jachtgebieden. Daarvoor worden de hoogste jachtprijzen betaald. Dat zijn ook de plekken waar het publiek wordt weggehouden, de zogenaamde rustgebieden, en waar dus de jagers ongezien en ongestoord hun gang kunnen gaan.


Is het niet illegaal om je hoogzit in een rustgebied op te richten?
Nee, dat is niet illegaal. We zijn eens in een rustgebied gaan kijken en vonden er grote stukken vlees uit een vrieskist. Dat vlees was van tamme varkens dat daar was neergelegd als voer voor andere dieren. Het voeren van dieren met vleesafval is tegenwoordig wel strafbaar.


Waar vinden de meeste wildaanrijdingen plaats?
Het gaat vaak om wegen waar aan beide zijden van de weg jacht op varkens plaatsvindt, voederplaatsen zijn aangelegd of de hekken weggehaald zijn. Dergelijk probleempunten vind je nooit in de wildbeheerplannen terug. Men stelt aan wilde dieren allemaal rare eisen alsof het een soort veeteelt betreft. Zo bevat het Faunabeheerplan Veluwe eisen over hoeveel vet er op de botten zit, wat de gewichten zijn, allemaal zaken die voor natuurbeheerders absoluut niet van belang zijn. We zijn geen slagers en als een dier andere kwaliteiten heeft dan mooi vet zijn en de juiste proporties heeft, dan is het ook goed. De provincie Gelderland kan de gegevens die de jachtwereld zelf aanlevert niet controleren en zegt dat ook niet te willen, maar toch worden die niet onafhankelijk verkregen gegevens gebruikt om afschotontheffingen aan diezelfde jagers te verstrekken.


Kunt u vertellen hoe het er in werkelijkheid aan toe gaat op de Veluwe?
Er is een Faunabeheereenheid die een faunabeheerplan opstelt. Het faunabeheerplan gaat ter beoordeling naar de Provincie. De heer Spek, technisch secretaris van de Vereniging Wildbeheer Veluwe, stelt een advies op dat er een x-aantal zwijnen geschoten dient te worden en stuurt dat advies door aan de heer Boelm, secretaris van de Faunabeheereenheid. De heer Boelm neemt vervolgens contact op met heer Dikker van provincie Gelderland dat zij op basis van het Faunabeheerplan ontheffingen willen ontvangen. Heer Boelm krijgt van heer Dikker klakkeloos de ontheffing waarom hij vraagt.

Bij de wilde zwijnen waren er contracten voor een periode van vijf jaar. Als het toegestane quotum geschoten was en jagers geen ontheffing meer hadden om meer zwijnen te mogen schieten, dan verlengde heer Dikker eenvoudig de ontheffing met een aanvullend nieuw quotum. Ik vind het heel frustrerend dat wanneer jagers zonder onderbouwing méér willen schieten, ze daar door de provincie ook alle ruimte voor krijgen. De belanghebbenden die gerechtigd zijn om de ontheffing ter kennisneming ook te ontvangen, zoals de Dierenbescherming, Faunabescherming, enzovoort, lopen de kans geen juridisch bezwaar meer te kunnen maken tegen de verlenging.


Gek, want het wild zwijn is op deze manier in de praktijk helemaal geen beschermde soort meer?
Daar is geen speld tussen te krijgen.


Wie zijn Ger Verhout en Piet van Huffelen?
Ger van Hout is werkzaam op het kantoor van de KNJV en is oud-politieman. Hij adviseert als regioconsulent de KNJV-voorzitters van de provincies Gelderland, Limburg en Utrecht bij de belangenbehartiging bij Provinciale- en Gedeputeerde Staten en onderhoudt contacten met de terreinbeherende organisaties. Piet van Huffelen heeft een goede relatie met Theo Dikker van provincie Gelderland. Hij is secretaris van de Vereniging Wildbeheer Veluwe en assisteert als zodanig G.J. Spek bij gerechtelijke procedures door het Faunabeheerplan Veluwe te verdedigen. Hij is tevens bestuurslid van de Stichting Faunabeheer Eenheid Veluwe en vroeg in de functie van secretaris van Stichting Faunabeheer Eenheid Veluwe ontheffing aan voor het gebruik van de (verboden) restlichtversterker bij Theo Dikker, ten behoeve van de jagers van de Vereniging Wildbeheer Veluwe. Hij jaagde in het Park de Hoge Veluwe middels drijfjachten op wilde zwijnen.

Ik publiceerde eerder een artikel naar aanleiding van juridische procedure over het bijvoeren. Theo Dikker heeft daarna te kennen gegeven een onderzoek te willen naar de praktijk van het bijvoeren op de Veluwe. Er is toen een telefonische enquête gehouden over het wildbeheer op de Veluwe bij de Wildbeheereenheid Veluwe, Het Gelders Landschap, Natuurmonumenten, Defensie e.d. De mensen die geïnterviewd werden gaven aan dat het allemaal wel mee viel met het bijvoeren. Naar aanleiding van deze telefonische enquête is er een rapport vervaardigd. De resultaten zijn naar mijn mening vernietigend en ronduit beschamend. Ik heb de resultaten van dit onderzoek beschreven in Argus 2008 nummer 1.


Wat ik graag zou willen weten is welke mensen welke posities innemen? Met andere woorden: hoe lopen de hazen?
Wat mij opvalt is dat Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zich redelijk afzijdig houden van Gerrit Jan Spek. Ik kan niet nagaan of dat alleen voor de bühne is of dat het daadwerkelijk zo is. Er is natuurlijk een groot verschil tussen de beleidslijnen van Staatsbosbeheer en wat er feitelijk in het veld plaatsvindt. Een voorbeeld over een illegale voerplaats: ik heb zelf illegale voerkuipen gevonden in de regio van de Groenendaalseweg nabij Loenen (achter de militaire begraafplaats). Dat is een versnipperd gebied waar Natuurmonumenten diverse gronden in beheer heeft, maar er zijn ook particuliere eigendommen. Daar wordt dus gevoerd, terwijl ik gezien heb dat een jachtopzichter in een uniform van Natuurmonumenten voer per auto aanvoerde. Wat blijkt dan als je de man daarop aanspreekt? “Dat de buurman altijd voerde en omdat hij ziek was hij de honneurs even waarnam”. Dit is een sprekend voorbeeld over de vage verhoudingen tussen wildbeheerders en wildbeheerders en hoe deze soms onverantwoord verstrengeld zijn.


Wanneer is een voerplaats illegaal? Hoe kun je dat zien?
In afwijking van de Flora-en Faunawet richtlijnen, zijn er andere richtlijnen opgesteld voor het Faunabeheerplan. Zo mag je eigenlijk niet voeren, maar er zijn toch twee argumenten waarom men wel mag voeren. Voeren om te tellen en voeren om te lokken, om af te kunnen schieten in bepaalde tijden van het jaar. Voeren mag echter niet om dieren te lokken voor wildobservatie voor bezoekers, dat is illegaal.


Mag men dan wel graslandjes aanleggen om dieren te lokken?
Dat is een goede vraag. De Flora- en Faunawet zegt hierover het volgende: ”Het bevorderen van de stand van edelherten, damherten, reeën en wilde zwijnen door middel van bijvoeren is verboden”. Het is in de praktijk bijna onmogelijk om aan te tonen dat er graslandjes worden aangelegd ter bevordering van de wildstand. Wanneer boeren worden uitgekocht en het areaal wordt toegevoegd als natuurgebied, wordt daarmee het biotoop voor dieren vergroot, met aantalsvergroting van populaties tot gevolg.


Wat vindt u van de data die verzameld worden van wildaanrijdingen?
Gerrit Jan Spek, die deze gegevens bijhoudt, leeft van de jacht. Hij weet veel van de praktijk en weet erg goed wat de problematiek is. Hij jaagt zelf voor zijn plezier. Maar het werk in deze business is zijn brood. Hij verzorgt jaarverslagen, geeft informatie, maakt grafieken, enzovoort en …wordt daarvoor betaald.

Zwijnen trekken van voerplek naar voerplek. Als er een verkeersweg tussen die voerplekken ligt weerhoudt hen dat niet om ook die begeerde andere voerplek te bezoeken. Gerrit Jan Spek verzuimt echter om dergelijk conflictueuze problematische relaties tussen voerplekken in kaart te brengen. Maar hij weet dat wel. Bijvoorbeeld langs de weg bij Planken Wambuis, in beheer bij Natuurmonumenten en de weg naar Otterlo, waar veel en regelmatig wildaanrijdingen plaatsvinden. Het zou betekenen dat je daar een substantieel deel van een populatie moet afschieten om enige zekerheid te krijgen dat de aanrijdingen zullen verminderen. Dat staat op gespannen verhouding met de wet die zegt dat in principe de dieren beschermd zijn. Er staat niet in de wet dat alles maar dood moet vanwege het verkeer. Dat is een hele andere redenering.


Klopt het dat alle snelwegen uitgerasterd zijn?
Ja en nee, wel afgerasterd, maar op de op- en afritten zijn er altijd problemen.


Hebben jullie goede, feitelijke en eerlijke literatuur over de jacht?
Wil Huygen: hij heeft een goed verhaal over de jager. Hij is arts, maar is inmiddels overleden. Je kunt ook het volgende boek bekijken: Alleen voor jagers (Rien Poortvliet).