Artikel

Staatsbosbeheer


Gestuurd door de overheid - Leen Jacobs, districtshoofd Veluwe

Staatsbosbeheer, de grootste terreinbeherende organisatie in Nederland, werkt in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), zij bepaalt in feite wat er gebeurt. We voeren het beleid en beheer uit en soms geeft dat conflicten. We hebben onder andere Natura 2000-gebieden in beheer en soms moet daar, om een soort te beschermen, een gedeelte voor het publiek worden afgesloten.


Dit artikel is op 02-02-2011 geplaatst




Over de Veluwe…
Op de Veluwe heeft Staatsbosbeheer 20.000 hectare in beheer. Daarvan zijn 12.000 hectare aaneengesloten. De dorpen zijn uitgerasterd. De wilde zwijnen kunnen zodoende in principe in alle door ons beheerde natuurgebieden komen. Inmiddels staan er op en om de Veluwe veel rasters. Toch zijn nog niet alle noodzakelijke rasters geplaatst. Er wordt ook gediscussieerd over ontrasteren. Dat is een lastig thema, omdat veel mensen geneigd zijn hun terreinen te willen omheinen. Het vigerende beleid is bovendien dat een ieder die last ondervind van wilde zwijnen zichzelf moet beschermen. De kosten voor het plaatsen van rasters dienen in beginsel door de eigenaar te worden gedragen omdat wild nu eenmaal van niemand is.

De ecoducten op de Veluwe zijn natuurlijk bedoeld om allerlei dieren als reeën en dassen doorgang te verlenen. Ecoducten hebben alleen zin als de dieren niet even verderop opnieuw tegen rasters aanlopen. Het wild zwijn is echter ten zuiden van de A12 ongewenst, vooral omdat zich daar landbouwgronden bevinden. Maatschappelijk gezien is daar geen draagkracht voor. Over het algemeen zijn alle landbouwenclaves op de Veluwe wel uitgerasterd. Naast de dorpen zijn uiteraard ook de randen van de Veluwe door mensen bewoond waardoor men ook daar overlast kan ondervinden. Overigens zijn schade en overlast, zoals wroetplekken, toch vrij beperkt en soms wel eens wat overdreven.


Over de natuurlijke situatie en gedrag…
Bij een stand van omstreeks 7000 dieren zal er mogelijk een natuurlijk evenwicht ontstaan, waarbij natuurlijke sterfte optreedt. Incidenteel zijn er perioden dat er meer dieren sterven: de natuur grijpt dan zwaar in, ze reguleert zich dan zelf. De samenleving is daar echter nog niet klaar voor. Veel mensen ervaren dat als zielig en vragen dan om bij te voeren, kijk maar naar de discussies rond Oostvaardersplassen.

Als je de populatie zonder ingrijpen wilt beheren, zal uiteindelijk de natuurlijke beschikbaarheid van het voedsel regulerend gaan worden. Veel voedsel betekent ook een hogere stand aan wilde zwijnen. Als dan het voedselaanbod weer verminderd, zakt de populatie eveneens snel in elkaar. Het publiek beleeft dit vaak in termen van hongerlijden en een sterk verhoogde sterfte als zielig. De jagerswereld haakt op deze emoties in.

Het is de mensen vaak niet goed duidelijk dat de natuur zichzelf onder natuurlijke omstandigheden in hoge mate kan reguleren. Maar de situatie op de Veluwe is niet geheel natuurlijk: er staat een hek omheen en normaal gesproken trekken dieren die honger hebben weg naar plekken waar nog wel voedsel is te vinden. Op de Veluwe worden ze echter noodgedwongen zeer beperkt door rasters.

Vanzelfsprekend gedragen wilde zwijnen en edelherten zich zonder jacht anders en minder gestrest. Het is een mythe dat wilde zwijnen en edelherten het liefst ‘s nachts leven. Tijdens de MKZ-crisis mocht niemand de Veluwe op en zag je plotsklaps een veel natuurlijker gedrag en terreingebruik bij edelherten. Van nature zijn deze dieren ook overdag en in de schemering actief.

Vanuit de maatschappij is er een verhoogde druk om populaties te beheren. Ík wil dat wel anders, maar het is maatschappelijk moeilijk om het afschotbeleid te wijzigen. De landbouw, het verkeer, de economie en de bewoners willen regulerend beheer. Alléén omdat je er als mens last van hebt acht ik geen goede reden om wilde dieren te doden.



Over het faunabeheerplan en jacht…
In het nieuwe Faunabeheerplan kan de stand verhoogd worden op plekken waar daar ruimte voor is. Het beleid wordt zodoende flexibeler en er kan meer ingespeeld worden op het natuurlijk voedselaanbod. Per gebied willen we graag gaan bekijken of het echt nodig is om dieren te doden. Wij willen graag naar een situatie waar men wild onder natuurlijke omstandigheden kan zien, en niet alleen op plekken waar ze gevoerd worden. Het zijn wilde dieren en het is dus nergens voor nodig om ze te voeren. Ook de wijze van afschot moet anders, namelijk zo dat het wild er geen trauma en dus angst voor mensen aan overhoudt. Ik denk dat zo’n flexibel jachtbeleid goed mogelijk is.

Staatsbosbeheer heeft er in beginsel geen bezwaar tegen als er producten uit de natuur worden gehaald. Hout bijvoorbeeld, maar ook gedode dieren. Wild wordt nu door ons aan restaurants verkocht. Het doodschieten van dieren is voor Staatsbosbeheer een beheermaatregel, we doen het niet om economische of uit hobby-overwegingen. Een groot verschil met Natuurmonumenten is wel dat wij afgeschoten dieren altijd afvoeren. Natuurmonumenten laat afgeschoten dieren in het terrein achter.

Afschot door Staatsbosbeheer vindt plaats omdat we met z’n allen afgesproken hebben om maximaal zo’n 860 dieren als totaalstand aan te houden. Om dit te realiseren hebben wij de jacht op de Veluwe verpacht. Voor een groot deel moet het afschot in de maanden juli en augustus uitgevoerd worden. Daarna vallen de eikels en beukennootjes en de wilde zwijnen komen dan minder op het lokvoer af. Maar omdat de meeste jagers hobbyjagers zijn (die vaak buiten de Veluwe wonen) en vanwege de vakanties, is het lastig om jagers in de zomermaanden efficiënt te laten schieten. Een jager doet zijn werk dan wel vrijwillig, maar het is niet vrijblijvend.

In mei worden de zwijnen bij alle afschotplekken geteld. Staatsbosbeheer heeft op elke 250 ha één afschotplek. Een paar weken vóór de telling wordt lokvoer verschaft. Dat gebeurt op een grasveldje in het bos waar dan wat maïs wordt gestrooid om de dieren te kunnen tellen. Om telfouten te vermijden wordt elk jaar op dezelfde wijze geteld en bij de berekening van het totaal aantal dieren wordt een foutenmarge gehanteerd: het is een standaard formule.

Wij willen graag dat het grootste deel van de voor afschot vrijgegeven dieren in de zomermaanden worden afgeschoten (dus vóór de mast in de herfst). De meeste jagers verzetten zich daartegen omdat zij het zielig vinden om op kleine biggetjes te schieten. In werkelijkheid verricht men echter liever afschot later in het seizoen in november, omdat dan de biggen groter zijn en er meer vlees aan zit. Als natuurbeschermende organisatie staan we daar niet achter. Het is een lastig thema omdat we dan aan hun hobby zitten. Niettemin wenst Staatsbosbeheer de jacht in de toekomst te professionaliseren om deze beter onder controle te krijgen.

Daarnaast wil Staatsbosbeheer ook graag een proef waarbij op één plek niet wordt gejaagd om daar te bestuderen hoe de natuur zich ontwikkelt zonder jacht. Alterra (Wageningen) gaat deze proef opzetten, ecologen en deskundigen zullen de gegevens uitwerken. Dit onderzoek is ook de wens van de politiek. Zij wil een meer natuurlijker natuurbeheer, waarbij minder afschot nodig is.



Over verkeer en veiligheid…
Maatschappelijk is er een verschil tussen mensen die wonen en werken op de Veluwe en toeristen die zwijnen willen zien. Ik vind zelf dat iedereen die op de Veluwe woont of werkt trots en blij mag zijn dat je in zo’n prachtig gebied mag wonen en werken. Wilde zwijnen hebben een grote aantrekkingskracht op recreanten, ze is als een kip met de gouden eieren.

De snelwegen op de Veluwe zijn inmiddels alle uitgerasterd. De provinciale en gemeentelijke wegen, waar je maximaal 80 km per uur mag rijden, zijn echter niet uitgerasterd. Wij hameren er op dat de automobilisten zich naar de omstandigheden gepast gedragen. Maatschappelijk is daar momenteel echter weinig draagvlak voor.




Bewustwording…
Dankzij de inrichting van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) met de bijbehorende ecoducten, kunnen de meeste dieren op termijn overal komen, daarom is het bijvoorbeeld ook niet de vraag óf de wolf in Nederland komt, maar wánneer. We staan in Nederland ver van de natuur af en vinden vaak dat de natuur getemperd moet worden. Bij problemen is er al gauw de roep om bij te voeren. Of men wenst andere ingrepen of verzorging. Misschien moeten we nog meer aan educatie doen om mensen en ook kinderen bij het natuurbeheer te betrekken – mensen zijn zich niet altijd bewust hoe natuur werkt en ook hard en wreed zij kan zijn.