Artikel

Bosreservaat


Wat is een bosreservaat?

Het bos in Nederland is een climaxvegetatie. De natuurlijke processen werken hier alle in de richting van bosontwikkeling. Interne processen verzorgen het verval van organisch materiaal en maken dat de bouwstoffen daaruit opnieuw beschikbaar komen in de stofwisseling van in het bos voorkomende organismen. Natuurlijke bossen zouden daarom een substantieel aandeel van onze te beschermen natuurreservaten moeten uitmaken. Om dat mogelijk te maken hebben we een nieuwe visie nodig. Een natuurbeleidsplan dat een voor de toekomst perspectiefrijke bosvisie bevat: zo niet van overheidswege, dan op z’n minst van de gezamenlijke natuurbeherende terreinbeherende organisaties als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen. Tot op heden ontbreekt zo’n belangrijke bosvisie.



Door: Ruud Lardinois

Dit artikel is op 02-06-2010 geplaatst
Dit artikel is op 16-06-2011 bijgewerkt




Wat is een bosreservaat?
Soms klinkt een begrip in de grote mensenwereld klaar en helder maar blijkt deze bij nader inzien verwarrender dan een Gordiaanse knoop en meer vragen op te roepen dan er worden beantwoord. Zo begint WikiPedia met: „Een bosreservaat wordt in Nederland gedefinieerd als een bosgebied van 5 tot ruim 400 hectare groot, waarvan met de beheerder is afgesproken dat er geen houtoogst of bosbeheer plaatsvindt en dat onderzoekers in de gelegenheid stelt de ontwikkeling van het bos over lange termijn te volgen. Het betreft dus zeer strikte reservaten, die geen beheer kennen.” Beschouwen we deze definitie wat preciezer, dan rijzen er meteen al vele vragen. Kijken we ook naar de uitwerking in de praktijk dan wordt het ons soms zwart voor de ogen. En waarom zou een bosreservaat niet ook 550 ha groot kunnen zijn, of zelfs 1000 of 15000, of 100.000 ha? De hele Veluwe omvat zo’n 100.000 ha en staat te boek als beschermd natuurgebied. En hoe is die maat van 550 ha gedefinieerd? En als we voor het gemak even aannemen dat een bosreservaat een beschermd natuurreservaat is, wat betekent dan inderdaad de bijvoorbeeld 100.000 ha grote Veluwe als natuurgebied en voor het behoud van bos als meest natuurlijke vegetatievorm? De Veluwe bevat volgens de laatste inzichten echter slechts 784 ha bosreservaat, dat is slechts 0,8% van het hele natuurgebied Veluwe! Het overige areaal, niet bosreservaat dus, omvat derhalve 95815 ha en is op zijn best een soort ‘schilderachtig landschap’ te noemen en doet dus niet mee aan het behoud van biodiversiteit van bosgemeenschappen.


Natuurbescherming in homeopathische doseringen
De bovenstaande definitie uit WikiPedia blijkt een één op één kopie van een tekst uit de „Lijst van bosreservaten in Nederland” zoals te bewonderen op de website De 60 Nederlandse Bosreservaten. Daar valt te lezen, dat „het totale oppervlak van de 60 bosreservaten 2907,6 ha groot is.” Het Nederlands grondoppervlak omvat 41.526 vierkante kilometer. Het areaal „strikt beschermde bosreservaten” omvat derhalve slechts 0,07 procent van ‘s lands totale areaal. Dit friemelcijfertje beslaat het totaal van onze bosreservaten en is ongehoord weinig en bij benadering niet voldoende om de hier van nature voorkomende typen bosvegetaties voor het verval door de mensheid te behoeden of, vanaf ‘strikte bescherming’ weer tot ontwikkeling te laten komen. De keus voor dit type natuurreservaat is dus niet op ecologische basis genomen, maar heeft waarschijnlijk een heel andere achtergrond, zoals blijkt als we verder rechercheren.


Twee markante voorbeelden
Even verder lezend in dezelfde bron: „Hiervan ligt 28% in Gelderland; in Zuid-Holland ligt 16%, vooral dankzij het reservaat Slikken van Flakkee (323 ha).” Zeeland doet overigens helemaal niet mee, dat wordt dus als verloren beschouwd en blijft voor de eeuwigheid knollenland. Het kleinste Nederlandse bosreservaat is Bekendelle (4.3 ha), het grootste de Veluwse Imboschberg (371.4 ha). Beide liggen in de provincie Gelderland. Deze twee aangehaalde bosreservaten zijn opmerkelijk, want Bekendelle is al aan het begin van twintigste eeuw als een belangwekkend beekbegeleidende bosvegetatie beschreven, waarvan na bijna een eeuw nog steeds hetzelfde snippertje van slechts 4,3 ha strikt is beschermd. Die ‘strikte bescherming’ blijkt erg tegen te vallen. Wie oude documenten naast recente beschrijvingen van de plek legt, stelt ontnuchterend vast dat de vegetatie in Bekendelle sindsdien verontrustend is gewijzigd, o.a. onder invloed van de landbouw, ingrepen in de waterhuishouding, milieutechnische veranderingen, mede als gevolg van vermesting, verzuring en verdroging, alsmede het onmogelijk te kleine te beschermen oppervlak dat op geen enkele manier enige veiligheid tegen natuurvreemde invloeden van buitenaf biedt, laat staan dat de daar voorkomende organismen door isolatie enig (genetisch) perspectief hebben op een duurzaam voortbestaan. Sterker nog, Bekendelle wordt ingesloten door sparrenakkers op de beekoever van de Boven Slinge, met nota bene ter plekke een afgesneden meander en weilanden en akkers onder het regime van Boer Bintje die daar heden ten dage zijn heil in maïs blijkt te hebben gevonden.




Bekendelle in 2000, bosreservaat. Storm en wind, ontwortelde populier. De wortelkluit is van de stam losgezaagd, de stam is foetsie. Van God en Vaderland verlaten. Dood hout, maar inert. Verruiging. Brandnetelbloei.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer







Bekendelle in 1990, met een niet gekanaliseerde beek Boven Slinge, maar schaamteloze dennenakkers tot op de oevers van de beek.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer







Bekendelle in 1990, iets verderop van de beek Boven Slinge. Respectloos verwoest landschap.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






De Imboschberg daarentegen is een stuifzand- en heidebebossing, zijnde een houtakker die door de ligging om toevallige praktische redenen ontkomen is aan de ruiming van massaal omgevallen productiebomen, veroorzaakt door twee grote stormen in 1972 en 1973 die op de hele Veluwe enorme hoeveelheden akkerhout ter aarde hebben geworpen en die door de beheerders zonder enig dralen in enkele maanden tijds alle zijn ‘geruimd’ en vervangen door nieuw jong akkerhout. Met uitzondering dus van de 10 ha op de Imboschberg, omdat deze transporttechnisch wat ongelukkig lag, waardoor deze zich bij toeval en dankzij die stormen heeft kunnen ontwikkelen tot het beste bos wat er nu in de verre omgeving te vinden is. Een terecht ingesteld bosreservaat dus. Zij het dat het hier op deze plek door de stormen bewerkte en niet-geruimde areaal slechts een vlekje van rond tien ha betreft en dat het programma bosreservaten dit uiteindelijk kennelijk heeft vergroot naar 371 ha. Een prima zaak, dat, voor het te laat was, ook voor Bekendelle had moeten gelden: desnoods inclusief onteigening van omliggende boerenland, verplicht herstel van de verminkte Boven Slinge, alsmede een verbod om op en aan de oevers akkerbouwproducten als sparren en maïs te telen. Blijft voor de Imboschberg ook de wel zeer prangende vraag waarom iets van 371 ha beschermen in een nationaalpark van 5000 ha en in een natuurgebied van 100.000 ha? Waar is een nationaalpark anders voor? Dus verdorie Natuurmonumenten, niks 371 ha beschermen: 5000 hectare a.u.b. en u overheid, de Veluwe één natuurgebied? Dan deze graag ook als natuur laten werken!


Krachteloze willekeur
De functie van dit type bosreservaten zoals is opgenomen in het Programma Bosreservaten, is ongedefinieerd, willekeurig en nergens in het Programma Bosreservaten verder gekwalificeerd of gedefinieerd, niet inhoudelijk, noch beleidstechnisch en evenmin vanuit biodiversiteitsoverwegingen. Dat geldt helaas ook voor de praktische uitwerking. Men spreekt van „strikte bescherming”, maar daarvan is niet altijd sprake zoals bleek bij de voorbereiding van een SKB-publicatie over natuurbossen. Twee medewerkers brachten daarvoor een bezoek aan de toen nog tien ha ‘strikt beschermde’ Imboschberg, waarbij bleek dat de toen opererende jachtopzichter onder de ogen van de twee met stomheid geslagen onderzoekers zijn jachtvoertuig dwars door het reservaat heen stuurde teneinde aan de rand ervan een op de bosgrond op te richten jachthut voor te bereiden met de bedoeling om er later in het jachtseizoen tijdens de edelhertenbronst edelherten te kunnen afschieten. Om dóór het bos te kunnen rijden had de heer eigenhandig met de kettingzaag een hele reeks dode bomen geveld om zich zodoende al slingerend per auto toegang te verschaffen naar zijn nieuwe afwerkplek. Dit voorval zij hier vermeld omdat ons verschillende gegevens bekend zijn van ook in andere bosreservaten doorgevoerde vormen van beheer die niet passen bij een strikt bosreservaat met niets-doen-beheer. Met het ‘strikte beschermen’ kan het dus flink tegenzitten, al komt het zeker ook voor dat het kan meezitten.

De ‘afspraken’ waarover in het Programma Bosbeheer wordt gesproken zijn onduidelijk, boterzacht, noch gedefinieerd in ecologische termen en vaak van toepassing op merkwaardig beperkte arealen, terwijl geen tijdschalen zijn gedefinieerd en er evenmin algemeen geldende formele noch wettelijk verankerde afspraken aan ten grondslag liggen. Het hele concept is niet meer dan een toevallig gevolg op een niet verkeerd idee van de zogenaamde A-lokatiebossen - het systeem van A-lokatiebossen en later de bosreservaten, bestaat pas sinds 1978 - zijnde enkele tientallen vanwege uiteenlopende redenen belangwekkend geachte bossen en bosjes, die uit wetenschappelijk oogpunt interessant zouden kunnen zijn om, zonder directe invloed van de mens, de verdere interne ontwikkelingen te volgen. Het volgen van wetenschappelijke parameters kan, ook op voormalige houtakkers, zeker te verdedigen zijn. En dat is precies wat ook is gebeurd: leuke en beschermingswaardig plekken, alsmede pure aanplanten die het alleen de moeite waard maken om na het staken van enige arbeid in tijd te volgen. Uit deze eerste lijst van A-lokatiebossen is het latere „Programma Bosreservaten” ontstaan met de bijbehorende volstrekt onduidelijke definities en verantwoordingen, zij het dat rond 15 bossen plotseling uit de lijst blijken te zijn verdwenen. Niet de minste overigens, zoals het broekbos bij Middachten. Een bosreservaat van enige serieuze omvang, welke een mijlpaal in de Nederlandse natuurlijke historische ontwikkeling betreft, zal de geïnteresseerde in deze lijst bosreservaten helaas niet aantreffen.


Conclusie
Nederlandse bosreservaten zijn een hoogst merkwaardig fenomeen, waarmee soms toevallige bosvegetaties van uiteenlopende, in vrijwel alle gevallen van niet-natuurlijke oorsprong, blijken te zijn opgenomen. Bij het beheer en de inrichting van deze gebieden was eerst vooral de gebruikswaarde van het hout bepalend, evenals de aan te planten boom- en soms struiksoorten - veelal van exotische herkomst als lariks, grove den, tientallen soorten fijnspar-cultivars, Amerikaanse vogelkers, enzovoort en daarmee samenhangend de bestrijding van economisch oninteressante boom- en struiksoorten. Het fenomeen heeft in het geheel geen ecologische achtergrond, noch enige formulering of definitie in de richting van biodiversiteitsbehoud, noch voor een breder behoud en bescherming van natuurbossen of natuurbosontwikkeling in het algemeen. Nederland ontbeert überhaupt een integrale bosvisie, laat staan een bosvisie waarmee we een uitdagende toekomst mee in kunnen. Maar ook de natuurbeschermingsorganisaties zijn tot dusver niet in staat gebleken een integrale bosvisie te formuleren.

De huidige 60 bosreservaten zijn klaarblijkelijk ingesteld omwille van het volgen van wetenschappelijke parameters, maar waarvan de definities, de gebruiksbepalingen, de onzichtbaarheid van de ‘overeenkomsten’, de levensduur van de daarin mogelijk opgenomen bepalingen, volkomen toevallig en willekeurig lijken te zijn. Andere bij wet beschermde bossen kennen we niet in Nederland. Het Programma Bosreservaten is slechts een speeltje van onderzoeksinstituten en het concept bij benadering niet toereikend voor het opnieuw tot ontwikkeling te laten komen van een representatief aandeel bosvegetaties. We schrijven dus Imbosberg en geen Imboschberg. En die beroemde knoop zal langs deze weg niet tot oplossing komen. Doorhakken dus en met nieuwe visies voortvarend naar een substantieel aandeel van tien procent van ‘s lands areaal strikt te beschermen, inhoudende alle daar van nature werkzame processen onvoorwaardelijk toelaten, dood of levend: dus geen beest of boom mag er meer het veld uit, inleidend omvormingsbeheer in treurbossen is toegestaan, echter met een duidelijk en op processen gebaseerd beleidsplan en afgezet op een gerelateerd tijdspad.




Illustraties

Algemene verantwoording illustraties
Eerst een algemene verantwoording inzake de foto’s bij dit artikel. Het stelsel bosreservaten is zeer beperkt. Van oerbos(ontwikkeling) is al helemaal geen sprake. De wel aanwezige reservaten zijn slecht beschermd, niemand weet wat de te beschermen status feitelijk betekent en hoe lang deze zal duren. Het kan verkeren, vandaag zus, morgen zo. Om de impact van deze vrijblijvendheid scherper tot uitdrukking te brengen zijn alle illustratie bij dit artikel in de omgeving van één bosreservaat genomen, de Imboschberg, gelegen in Nationaal Park Veluwezoom: dubbele bescherming? Met deze keuze wordt de wens voor een nieuwe natuurbeschermingsvisie naar wij hopen indringender in beeld gebracht. Let wel: de Imboschberg is als bosreservaat zo’n beetje het beste wat wij in Nederland hebben.




Actief verzameld dood hout in een natuurreservaat (2008). Veluwezoom: ‘nationaalpark’, veel werk aan de houtwinkel.

De biomassa in het Nederlandse bos is vaak nog steeds bedroevend laag. Van de 40 tot 60 procent biomassa in de vorm van dood hout die in een natuurbos thuishoort, in vele stadia van net dood tot volledig vermolmd, is Veluwezoom - nota bene een nationaalpark - nog ver verwijderd. Nog steeds gaat er veel af, verdwijnen bomen uit het bos, worden zodoende doodhouthabitats wegbeheerd en mineralen als fosfor, magnesium, kalk, enzovoort voor altijd afgevoerd en zodoende moedwillig kringlopen onderbroken. Dit alles omwille van recreatiejacht, bosbouw, onwetendheid of het nastreven van een merkwaardig ideaal van opgeruimd en bang voor afvallende takken. De opbouw van biomassa laat nog veel te wensen over.

"Dood hout in het bos, (dode) dieren, kringlopen herstellen: de woorden zijn overgenomen, de kretologie is overgenomen, men schrijft elkaar druk over, maar als we buiten kijken zien we niet wat de bedoeling is", aldus Hans van der Lans begin jaren negentig op het Harm van de Veen-symposium in Garderen.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer (2008)







Actief verzameld dood hout
Pal aan de rand van de Imboschberg en in een ‘nationaalpark’ ligt deze stapel actief verzameld dood hout. Waar deze bomen precies vandaan komen is onduidelijk. Dat doet er ook weinig toe, in beschermde natuurgebieden blijf je met je vingers van dode èn levende bomen af, punt. De afvoer van bomen of dieren is onacceptabel. Met het dode en kwijnende hout verdwijnen vele soorten organismen. Wist u dat onlangs een enzym is gevonden in natuurbossen dat in staat is tweemaal efficiënter organisch materiaal om te zetten dan tot nu bekend? Het enzym dient binnenkort als basis voor de tweede generatie biobrandstof en maakt tweemaal meer bioalcohol uit organisch materiaal als de tot nu bekende processen. Het ongestoorde natuurbos herbergt dus nog vele geheimen. Globaal de helft van de daar voorkomende organismen is afhankelijk of betrokken bij afbraakprocessen. Alleen zo zijn de kringloopprocessen mogelijk. In onze huidige bossen gaat alleen maar af. Zeventig procent van de biodiversiteit aan wilde planten en dieren is de laatste honderd jaar uit Nederland verdwenen. Het lijkt weinigen te verontrusten. Nederlanders blijken dan ook de geringste kennis van alle West-Europeanen over biodiversiteit te beschikken. Het verlies aan biodiversiteit heeft nu reeds grote consequenties voor natuur, volksgezondheid en economie. Op 06-07-2010 overhandigde de informateur van Paars-plus, Herman Tjeenk Willink, aan de partijen aan de onderhandelingstafel een voorbereidend stuk met de titel: „Wat kan binden in plaats van scheiden”. Het stuk beschrijft een reeks „onloochenbare feiten”. Eén zo’n feit is volgens Tjeenk Willink dat geen van de vier onderhandelaars er omheen kan dat ook twee andere crises aangepakt moeten worden. Namelijk de „mondiaal dreigende ecologische ramp” en het meer en meer „afnemende vertrouwen van burgers in hun politici”. En zo is het maar net.




Open en groen, licht en luchtig. Sporen van plagmachines. Sporen, als zij niet door bomen en struiken overgroeid raken, over eeuwen nog herkenbaar zullen zijn aan de hand van verdichte bodemstructuren en een verstoorde vegetatieontwikkeling. Recent wetenschappelijk onderzoek laat zien dat dergelijke bodemverdichtingen, vaak veroorzaakt door moderne bosbouwmachines, zich nooit meer zullen herstellen.

Foto: © Google Earth






„Open en groen”
Natuurmonumenten is een vereniging van ruim 875.000 leden, met een gezamenlijk doel: zorgen voor natuur in Nederland. Daarom verwerven en beheren we natuurgebieden – het zijn er inmiddels 345 met een gezamenlijke oppervlakte van 100.000 hectare. Zo houden we Nederland open en groen en kunnen we blijven genieten van de natuur.” Aldus een citaat uit de brochure „Fietsroute Veluwezoom” van deze vereniging.

„Open en groen” heet dat dus. Het 'open landschap' is nu in Nederland het summum bonum, het allerhoogste ideaal. Onze idealen zijn echter modegevoelig: gisteren nog werd de open heide tot nutteloze woeste grond verklaard, nu is er opeens een hang naar open terreinen en gruwelen we van bos. Deze denkwijze is dan ook volop in de natuurbeschermingspraktijk terug te vinden. Deze bevatten ecologisch gezien zoveel cultuurlijke ongerijmdheden dat een daadwerkelijke coherente en effectieve natuurbeschermingsvisie, met een representatief en functioneel areaal van onze meest natuurlijke vegetatievormen, het bos in al zijn verschijningsvormen, goeddeels ontbreekt.

De onderhavige natuurvereniging heeft zelfs geprobeerd om een naburig voormalig hudewald ‘open’ te leggen door deze machinaal te plaggen, zoals bijgaande Google Earth-afbeelding genadeloos laat zien. De precieze beweegredenen zullen wel voor altijd in nevelen gehuld blijven. De grondbewerkingen waarmee men dit bos te lijf ging dateren vermoedelijk ergens uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dergelijke sporen zijn vrijwel onuitwisbaar, want dit type machinale betreding is gemakkelijk eeuwen later nog aantoonbaar aan de hand van een verstoorde vegetatieontwikkeling. Zie overigens voor een nadere beschrijving van het belangrijke begrip ‘hudewald’(of bosweide) het artikel over Borkener Paradies op deze website. Het hudewald is naar mijn mening met afstand het mooiste en aan levensvormen rijkste cultuurlandschap dat de mens heeft aangericht. Dit hudewald is dus helaas in de waan van de dag verloren gegaan.




Hangende het natuurbos. Permanente staat van oorlog tegen ongewenst. Bekroning op de overwinning.

Affiniteit met het natuurbos is er bij deze beheerder niet of nauwelijks. Met een verontrustend gemak modificeerde hier een met kettingzaag bepakte voorbijganger de boom zoals hij hem het liefst ziet: recht en strak, welke later als hij in de handel wordt gebracht toch weer wordt verspaand voor spaanplaat, versnipperd voor een verbrandingsoven of verpulvert voor krantenpapier. Gekker kunnen we het niet maken.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer







Doodgeschoten edelhert. Zonder kop, afgesneden, onthoofd. Kop en gewei onvindbaar. Als Germanen en Romeinen, nationaalpark als kip zonder kop.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Doodgeschoten edelhert zonder afgesneden kop met gewei
Een natuurlijk bos kan niet zonder zijn natuurlijke grazers. Zonder grazers groeit een bos zichzelf dood. Alle bosreservaten in Programma Bosreservaten zijn in dit opzicht ernstig incompleet. Maar die grazers zijn, voor zover aanwezig, in onze ‘natuurparken’ zelf weer object van recreatieve activiteiten, ook in de ‘strikte’ bosreservaten… Dit edelhert is met een vuurwapen om het even gebracht. De jager heeft er eerst de kop met het gewei afgesneden en afgevoerd. Alle grotere herten in onze natuurgebieden ondergaan overigens hetzelfde lot. Zij worden in beginsel alle door mensen om het leven gebracht en alle koppen die geweien bevatten worden van de lichamen gescheiden om bij jachtverenigingen aangeleverd te worden teneinde deze op tentoonstellingen te presenteren. Daar wordt, als op een kanariepietenbeurs, niet bepaald wie het luidst kan zingen, maar welke eigenaar de grootste heeft. Dat kon wellicht nog ten tijde van Jac Thijsse die de vogeltjes van het niet zo vrije veld met een geweer uit de lucht schoot om er met het dierenlijkje in de hand lyrische zemelgedichten uit te vervaardigen. Heden ten dage zouden wij dergelijk dingen toch niet meer moeten doen? Overigens was met het bewonderen van de aldus verzamelde buit kennelijk zoveel tijd gemoeid dat het lijk bij de toen geldende zeer hoge temperaturen zodanig snel door de maden werd bezet dat het niet meer loonde om ook deze zoals normaal gebeurd voor de gebruikelijke nutsfuncties aan te wenden. Wilde zwijnen en vossen hebben zich daarna wel bij dit lijk gemeld, maar de ontbinding was toen al zó ver gevorderd dat deze aaseters er geen trek meer in hadden. Het lichaam werd vervolgens in minder dan twee weken totaal door insecten opgegeten.




Tentoonstelling met recreatief karakter

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Jaarlijks terugkerende tentoonstelling met recreatief karakter met resten van meest afgeschoten herten en zwijnen
Op deze fancyfair van dode dieren op de Veluwezoom vinden we onze vrienden terug aan de wand: geweien van reeën en herten, alsmede tanden van wilde zwijnen. Alles schattig gerangschikt op paneeltjes, voorzien van een soort rapportcijfer in schoonheidstabellen en keurig gerubriceerd in meer of minder lovende punten van aanmoediging voor de beheerder die het dier om het leven bracht.




Literatuur
Bijlsma:, R.J. (2008): Bosreservaten: koplopers in de natuurlijke ontwikkeling van het Nederlandse boslandschap. Alterra. Wageningen. Bladzijden: 50.

Buis, J., en J.P. Verkaik (1999): Staatsbosbeheer 100 jaar werken aan groen in Nederland. Uitgever onbekend. Utrecht.

Lans, van der & Gerben Poortinga (1986): Natuurbos in Nederland - een uitdaging. Instituut voor Natuurbeschermingseducatie. Amsterdam. Bladzijden: 192.

Anoniem (2008): Fietsroute Veluwezoom. Natuurmonumenten. ‘s Graveland. Bladzijden: 5.

Op de „Compendium voor de leefomgeving vindt u „alle feiten en cijfers over het milieu, natuur en ruimte in Nederland overzichtelijk bij elkaar gebracht”, maar daar was tot op 12-07-2010 het begrip ‘bosreservaat’ onbekend: „Uw zoekopdracht (bosreservaat) heeft geen resultaat opgeleverd.