Artikel

Oerbos


Oerbos: wat betekenen de begrippen primair bos en secundair bos?




Door: Hans van der Lans & Ruud Lardinois

Dit artikel is op 28-01-2010 geplaatst
Dit artikel is op 26-03-2010 bijgewerkt






Primair Europees bos of primair (tropisch) (regen)woud staat voor compleet en ongestoord bos: er is geen kap, er zijn geen interne of externe ingrepen en die zijn er ook nooit geweest. Vaak ook wordt het meer populaire maar minder juiste begrip ‘oerbos’ gebruikt. Nadeel van het begrip ‘oerbos’ is dat het meer speculatieve ruimte biedt om het te beschrijven. Ja, zelfs een secundair en door de mens aangetast bos zou in bepaalde gevallen nog terecht als oerbos aangemerkt kunnen worden, omdat alle daar nog voorkomende organismen, bijvoorbeeld de bomen, rechtstreeks afkomstig zijn van het primaire, oorspronkelijke bos. Maar er kunnen echter ook oorspronkelijk daar thuishorende organismen reeds verdwenen of zodanig zeldzaam zijn, dat bijbehorende ecologische en evolutionaire processen niet meer, of onvolledig, werkzaam zijn. Een oerbos is dus nog geen primair bos!

Vooral kap, feitelijk al van één enkele individuele boom, betekent onvermijdelijk verlies aan biodiversiteit , dit geldt voor alle bostypen in alle klimaatzones. Dit verlies kan onomkeerbaar zijn. In primair boreaal bos is recent met wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat al bij kap van een enkele oude oerwoudboom verlies ontstaat aan niches, waardoor bijvoorbeeld de achteruitgang en extinctie kan optreden van gespecialiseerde mossoorten, waarvan er daar intussen vele honderden soorten beschreven zijn. Vereenvoudiging van structuur-complexiteit betekent dan een achteruitgang aan biodiversiteit.

Primaire bossen behoren tot de meest ontwikkelde, de meest complexe en de meest soortenrijke ecosystemen. Primaire bossen hebben de tijd gehad in balans te geraken, de evenwichten zijn ingesteld. Alles wat in de groei wordt geproduceerd wordt ook weer verademd (afgebroken). De kringloop is dan gesloten. Zij hebben een optimale voedingshuishouding, dat wil zeggen dat zij efficiënt met afbraakproducten omgaan, deze worden, voordat zij kunnen wegvloeien, opgevangen en weer in het ecosysteem opgenomen. Daarmee behoren dit soort bossen tot de productiefste op het land voorkomende ecosystemen. Na de oceanen hebben zij de belangrijkste invloed op het globale klimaatsysteem.



Boreaal primair bos

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Primair en secundair bos verschillen fundamenteel. Secundair bos is bos dat is ontstaan nadat door een menselijke ingreep, zoals kappen, oogsten, dunnen, branden, stropen (jacht), primair bos verloren is gegaan. Meestal spreekt men dan van aantasting of degradatie. De biodiversiteit is dan beduidend lager, de meeste gespecialiseerde soorten zijn verdwenen of tot zeer zeldzaam gereduceerd. Hoewel zich vele verschillende vormen van secundair bos uit het primaire bos kunnen ontwikkelen, het gaat van kleinschalig en voor mensen nauwelijks op te merken verschillen, tot meer ernstige vormen van beïnvloeding die zelfs onomkeerbaar kunnen zijn in termen van biodiversiteit als habitatniches en levensvormen, gaat het altijd om achteruitgang. In het bovengenoemde voorbeeld van de kap van een enkele oude oerwoudboom, zal het nadelige effect op het primaire ecosysteem vanzelfsprekend veel geringer zijn indien het bos zelf onderdeel uitmaakt van één groot gesloten en niet-geïsoleerde oorspronkelijke bosvegetatie. Is het onderhavige bos een laatste restant en dus veel kleiner dan het oorspronkelijk bos, dan kan de kap van één oude oerwoudreus zelfs catastrofaal zijn en tot onomkeerbaar verlies aan biodiversiteit leiden. In West-Europa is dat bijvoorbeeld altijd het geval, omdat daar nog slechts zeer kleine restjes primair bos aanwezig zijn. Het gaat, zelfs als het om Zweden, Polen of Albanië gaat, om de allerlaatste zeer kleine stukjes bos, dus de laatste resten van de oorspronkelijke zeer uitgestrekte primaire bossen. Naarmate het nog resterende areaal primair bos groter is, zal het risico op onomkeerbare gevolgen kleiner zijn.


Het proces van overgang van primair naar secundair bos is op deze plaats slechts kort en in zeer algemene termen beschreven. Nuanceringen zijn moeilijk, vooral ook omdat onze huidige kennis van bosecologische processen onvoldoende is om op een bepaalde plek te kunnen voorspellen wat precies de effecten zullen zijn van een bepaalde ingreep. Nog moeilijker is het om zo’n in kwalitatieve zin beschreven ingreep in zijn effecten te kwantificeren. Primair bos kent dus geen ingrepen, het kent geen degradaties, het is oorspronkelijk, het is niet en nooit werkelijk door menselijke ingrepen beïnvloed bos en het is als ‘eenheid’ zodanig groot dat kan worden aangenomen dat aan alle voorwaarden voor het duurzaam overleven van alle daar van nature voorkomende organismen, inclusief alle evolutionaire processen, is voldaan. Mooi gezegd: maar onze huidige kennis van bossen is volstrekt ontoereikend om dit nauwkeurig en met harde gegevens te staven en te kwantificeren. Bosecologie is daarvoor te complex en wordt nog verder gecompliceerd door de grote verscheidenheid aan natuurecologische processen in de diverse klimaatzones en habitats. Duidelijk is, dat een primair bos dat eenmaal is gedegradeerd tot secundair bos, nooit meer kan terugkeren in de oorspronkelijke situatie: een eenmaal aangetast primair bos is ook na honderden jaren nog steeds een secundair bos. ‘Terug naar het oerbos’ is een volstrekt onmogelijke weg die desondanks door romantisch ingestelde critici wel wordt gebruikt om te proberen voorstanders van ‘natuurbosontwikkeling’ zoals Stichting Kritisch Bosbeheer, met onjuiste aannames wind uit de zijlen te nemen.

Zie ook onder evolutie