Artikel

Norgerholt


Dit ongewijzigde artikel is samen met beschrijvingen van andere natuurbossen eerder gepubliceerd in het boek: „Dode bomen - Levende bossen: de mooiste natuurbossen” van Luc Jans. Dit werk is in 1994 uitgegeven door Stichting Kritisch Bosbeheer. De hele oplage daarvan is niet meer leverbaar. Een nieuwe bijgewerkte digitale versie, inclusief een serie nieuwe aanvullende foto’s, is sinds kort hier weer wel verkrijgbaar.



Door: Luc Jans

Dit artikel is op 27-07-2010 geplaatst




Beheerder: Vereniging Natuurmonumenten
Plaats: Norg (Drenthe)
Grootte: geen opgave


Precieze locatie en bereikbaarheid
Het Norgerholt ligt één km ten zuiden van het dorpje Norg aan weerszijden van de weg naar Westervelde. Het gebied is goed bereikbaar vanaf NS-station Assen met fiets, treintaxi of bus (lijn 83).


Eigendom en status
Het Norgerholt is aangekocht tussen 1962 en 1964 door Vereniging Natuurmonumenten. De laatste decennia heeft het Norgerholt geleidelijk een steeds betere beschermingsstatus gekregen. Inmiddels is het een strikt bosreservaat.


Toegankelijkheid
Het gebied is vrij toegankelijk op de paden en de twee verharde wegen die door het gebied lopen.


Landschap
Het Norgerholt maakt deel uit van een zogenaamd esdorpenlandschap. Dit afwisselende landschap is ontstaan door eeuwenlang intensief gebruik door omwonenden, waarbij het bos voornamelijk werd gebruikt voor houtproductie en beweiding van vee. Het terrein ligt in een vrijwel vlak gebied op de noordelijke rand van het Drents plateau. De ongestoorde en oude bosbodem bestaat uit lemig zand met in de ondergrond keileem. Onder invloed van deze laag is er 's winters vaak sprake van stagnerend regenwater, waardoor de bomen vrij oppervlakkig wortelen. Onder invloed van de langzaam verterende (hulst)bladeren, is een dik pakket fijne, zwarte humus ontstaan.


Vegetatie en flora
Het bos van het Norgerholt wordt geclassificeerd als een Droog Wintereiken-Beukenbos met hulst. De boomlaag wordt gevormd door eiken (zomereik) en hulstbomen, welke laatste soms indrukwekkende afmetingen aannemen (b.v. langs de Dalweg). De grotere eiken in het Norgerholt zijn 110-130 jaar geleden aangeplant. Een enkeling dateert van langer geleden. Er is vrijwel alleen verjonging van hulst en zomereik. Met uitzondering van de plekken waar net bomen zijn afgetakeld, is het een gesloten, donker bos waarin weinig licht tot de bodem doordringt. De oppervlakkige beworteling van de bomen zorgt voor een grote dynamiek. Uit de half-omgewaaide hulstbomen schieten nieuwe loten op, hetgeen heel grillige en afwisselende vormen oplevert. Hier en daar staat een beuk, zachte berk, gladde iep of een winterlinde. In de struiklaag komen vooral wilde lijsterbes, sporkehout, gewone vlier, wilde kamperfoelie en hazelaar voor. Ondanks het donkere karakter heeft het Norgerholt toch een rijke bodemflora met o.a. blauwe bosbes, bosanemoon, bosmuur, dalkruid, gele dovenetel, gewone salomonszegel, grote muur, klimop, lelietje-van-dalen, ruige veldbies, witte klaverzuring en zevenster. Ook komen er zeldzame bramensoorten voor die kenmerkend zijn voor oudere bossen. Op verscheidene plaatsen in het Norgerholt domineert de adelaarsvaren in de ondergroei.


Fauna
Van de fauna van het Norgerholt is niet veel bekend. Wel vallen de grote aantallen konijnen op die in het bos hun holen hebben en waarschijnlijk veel voedsel op de grens van het bos en het omringende akkerland vinden. Voor de grotere zoogdieren is het gebied te klein om echt van belang te zijn. In ieder geval komen soorten als eekhoorn, vos, ree, haas en konijn in het terrein voor. Tot eind jaren zestig was er een bewoonde dassenburcht en werden er regelmatig boommarters gesignaleerd. De vogelfauna kenmerkt zich door een relatief hoog aandeel holenbroeders, zoals: bosuil, ransuil, holenduif, grote bonte specht, gekraagde roodstaart, groene specht, zwarte specht, grauwe vliegenvanger, bonte vliegenvanger en boomkruiper.


Geschiedenis
Waarschijnlijk is het Norgerholt rond het jaar 800 in gebruik genomen als Markebos. Zo'n Markebos houdt in dat de rechten van het gebruik bij de gebruikers gezamenlijk liggen. Het bos werd behalve voor houtproductie (bouw-en geriefhout) ook voor veebeweiding (vooral runderen en varkens; later ook schapen) gebruikt. Het was een redelijk extensief bosgebruik. Omdat er sindsdien onafgebroken bos heeft gestaan is het een van de oudste bossen van Nederland. Een deel van het Norgerholt is als eikenhakhout in cultuur geweest. In het Norgerholt wordt al vrij lang een extensief beheer gevoerd. De omgewaaide bomen van de stormen van 1972/1973 zijn gelukkig blijven liggen. De afgelopen decennia heeft er wel regelmatig een exotenbestrijding plaatsgevonden. Na 1973 is het gebied vrijwel volledig met rust gelaten.


Huidig beheer
Het huidige beheer bestaat uit een zogenaamd nietsdoen-beheer. Er wordt alleen voor gezorgd dat gevaarlijke situaties worden vermeden, zoals omvallende bomen op de twee openbare wegen. In het terrein zelf wordt niet gejaagd, in de directe omgeving echter wel. Zo wordt de konijnenjacht op de omliggende akkers beoefend vanuit het bos.


Bedreigingen
Ondanks dat dit bos ongetwijfeld nog lang een strikt reservaat zal blijven, zijn er bedreigingen. Zo is de lokale waterhuishouding een belangrijke factor. Door kanalisatie van waterlopen in de omgeving is enige verdroging opgetreden. De geleidelijke successie van eikenbos naar beukenbos wordt hierdoor waarschijnlijk versterkt. Verder lijken er ook enige bemestende invloeden merkbaar vanuit de omringende akkerlanden. Door de kleine oppervlakte van het bos zijn dit soort invloeden moeilijk te vermijden. Bovendien zijn door de beperkte grootte van het Norgerholt vele diersoorten niet vertegenwoordigd. Dit staat in zekere zin een natuurlijke ontwikkeling in de weg. Denk bijvoorbeeld aan het omwoelen van de massieve, dikke strooisellaag door dieren zoals wilde zwijnen, die daarmee de kiemingsmogelijkheden voor verschillende (boom)soorten kunnen vergroten.


Bijzonderheden
Het Norgerholt is één van de oudste en natuurlijkste bossen van Nederland. Het is beslist geen oerbos, maar sommige natuurlijke processen krijgen al geruime tijd een kans. Zo is het proces van ouder wordende en afstervende bomen, en daarmee het op natuurlijke wijze scheppen van mogelijkheden voor nieuwe jonge bomen, goed te zien. Helaas missen we de belangrijke invloeden van grotere dieren, maar zo'n klein bos biedt daarvoor nu eenmaal te weinig ruimte. Voor de natuurbescherming is het daarom een grote uitdaging in de toekomst de vele kleine natuurgebiedjes waar mogelijk aan elkaar te verbinden. Dieren en planten kunnen zich dan op natuurlijke wijze verspreiden waardoor verarming door bijvoorbeeld inteelt bij planten en dieren kan worden voorkomen. Deze functie kan al voor een deel worden vervuld door verbindende houtwallen en zelfs bossen met houtoogst. Grotere aaneengesloten gebieden bieden namelijk aanzienlijk betere overlevingskansen dan vele kleine 'eilandjes'. Deze verbinding van natuurgebieden tot een landelijk netwerk heet de ecologische hoofdstructuur.

Overigens zijn het Asserbos en het Mantingerbos bosgebieden die aardig overeenkomen met het Norgerholt.