Artikel

Bekendelle


Dit ongewijzigde artikel over het bosreservaat ‘Bekendelle’ is samen met beschrijvingen van andere natuurbossen eerder gepubliceerd in het boek: „Dode bomen - Levende bossen: de mooiste natuurbossen” van Luc Jans. Dit werk is in 1994 uitgegeven door Stichting Kritisch Bosbeheer.

Zie ook voor meer actuele gegevens over de ontwikkeling van Bekendelle alsmede beleidsmatige beslommeringen rond het fenomeen ‘bosreservaat’.



Door: Luc Jans
Dit artikel is op 26-07-2010 geplaatst

Titelfoto: Bekendelle (2000), foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer




Beheerder: Vereniging Natuurmonumenten
Plaats: Winterswijk, Gelderland
Grootte: 4 hectare


Precieze locatie en bereikbaarheid
Bekendelle ligt ongeveer 5 km ten zuidwesten van Winterswijk op de linkeroever van de op deze plaats niet gekanaliseerde beek Boven Slinge. Vanaf NS-station Winterswijk te voet (LA W -pad) of met de (gehuurde) fiets te bereiken. De bus van Winterswijk naar Bocholt (lijn 840) stopt vlakbij BekendelIe (halte Berenschot).


Eigendom en status
BekendelIe, dat sinds 1972 eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten is, heeft vrijwel meteen na de aankoop de status van strikt bosreservaat gekregen. Het hele gebied Bekendelle is veel groter dan dit reservaatsdeel van Natuurmonumenten. De rest is echter nauwelijks interessant, of je moet graag een schril contrast willen zien tussen aangeplant bos en natuurlijke bosontwikkeling.


Toegankelijkheid
Het terrein is vrij toegankelijk op de paden. Vanaf deze paden is een goede indruk van het gebied te verkrijgen.




Bekendelle in 2000. Het centrale deel, de kern van het reservaat. Dotterbloemen.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer.






Landschap
Het reservaat BekendelIe bestaat uit een hoog opgaand beekbegeleidend bos op de zuid- en oostoever van de Boven Slinge. Deze beek (ook wel Slingerbeek of Aaltense Slinge genoemd) is een beschaduwde laaglandbeek met nog vrij helder water. Desondanks voert het water niet natuurlijke voedingsstoffen aan vanuit de bovenstroomse landbouwgebieden waardoor de laatste vijftig jaar de vegetatie aanzienlijk soortenarmer is geworden. Dit door voedingsstoffen verrijken van een gebied heet eutrofiëring. Het landschap bestaat uit een afwisseling van oude beekmeanders en oeverwallen, waardoor er een grote variatie is in bodems en waterhuishouding. De oude beekarmen zijn deels weer met klei opgevuld. Meteen naast de beek en naast de oude beekarmen bevinden zich de relatief zandige oeverwallen. Een geomorfologische eigenaardigheid van Bekendelle is dat de beek twee ongelijke oevers heeft. Op de westelijke, hoge en steile oever bevindt zich een afschrikwekkend dichte dennenplantage. Op de vlakke oostelijke oever ligt het eigenlijke reservaat BekendelIe. De dalstrook, die 's winters vaak overstroomt, is in BekendelIe veel breder en ruimer dan elders langs de Boven Slinge.

De naam Bekendelle is afkomstig van Bek-en-Delle (Beek en Dal).




Bekendelle in 2000. Omgewaaide en ontwortelde populier. Wortelkluit van stam losgezaagd. Dood hout, maar innert. Verruiging. Brandnetelbloei.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Vegetatie en flora
Op de brede oostoever bevindt zich een structuur- en soortenrijk loofbos. De boomlaag van Bekendelle bestaat vooral uit hoge essen en zomereiken met daaronder haagbeuken, beuken en zwarte elzen.

Het is een beekbegeleidend bos met grote bomen, die grillig groeiend over de beek heen hangen. Op de lagere delen bevindt zich Vogelkers-Essenbos en op de hogere delen Vochtig Wintereiken-Beukenbos.


Boomlaag
Vooral gewone es en zomereik; ook beuk, haagbeuk, zwarte els, gewone esdoorn, gladde iep, zoete kers, zomerlinde en misschien nog een wilde peer en een winterlinde.


Struiklaag
Hazelaar, rode kornoelje, mispel, vogelkers, wilde kardinaalsmuts, wegedoorn, een- en tweestijlige meidoorn, boswilg, schietwilg, hondsroos, sleedoorn, wilde kamperfoelie en zwarte bes.


Kruidlaag
Zeer soortenrijk; o.a.: bittere veldkers, bosanemoon, bosgeelster, bosgierstgras, bospaardestaart, boswederik, geel nagelkruid, gele dovenetel, gele lis, gevlekt longkruid, gevlekte aronskelk, gewone dotterbloem, gewone salomonszegel, groot heksenkruid, groot hoefblad, groot en klein springzaad, grote muur, hengel, hop, kleine maagdenpalm, klimop, klimopereprijs, moerasstreepzaad, muskuskruid, penningkruid, pinksterbloem, ruig klokje, schaafstro, slanke sleutelbloem, speenkruid, verspreidbladig goudveil, wijfjesvaren, witte klaverzuring en zwartblauwe rapunzel.

Het terrein is ook rijk aan epifytische mossen en paddestoelen. Door eutrofiëring in de afgelopen decennia is de bodem in het terrein steeds voedselrijker geworden. Hierdoor heeft de grote brandnetel zich zeer sterk kunnen uitbreiden.




Verspreidbladig goudveil in Bekendelle in 1993.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Fauna
De grote broedvogelrijkdom van Bekendelle wordt vaak geroemd. Het structuurrijke bos geeft tal van mogelijkheden voor vele vogelsoorten. Voor soorten zoals ijsvogel en grote gele kwikstaart vormt Bekendelle een zeer geschikt biotoop. De kleine watersalamander heeft zich jarenlang goed kunnen handhaven in de stroompjes van Bekendelle, maar de laatste jaren is de soort helaas niet meer aangetroffen.


Geschiedenis
Het huidige bos van Bekendelle is eind vorige eeuw ontstaan. Oorspronkelijk was dit bos gemeenschappelijk bezit van de omwonenden (Markebos). Deze mensen haalden toen alleen voor eigen gebruik hout uit het bos. Sinds de aankoop in 1972 door Vereniging Natuurmonumenten heeft er weinig intern beheer meer plaatsgevonden. Ondanks dat het gebied toen al snel de status van strikt reservaat heeft gekregen, zijn er wel enkele malen uitheemse boomsoorten verwijderd. Ook heeft men verscheidene iepen omgezaagd in het kader van de iepenziektebestrijding. Deze iepen waren zeer rijk aan epifyten.


Huidig beheer
Bekendelle is nu een strikt bosreservaat met een nietsdoen-beheer, waar dus geen houtoogst plaatsvindt. Men grijpt wel regelmatig in om de recreatiedruk te sturen. Deze ingrepen houden in dat bepaalde paden vrij worden gehouden en dat andere juist worden dichtgelegd met takken en bomen.

Er is geen jacht in het terrein zelf. De jacht in de directe omgeving van het gebied heeft echter ook invloed op de fauna van Bekendelle. De dieren zullen zich relatief veel in Bekendelle ophouden.


Bedreigingen
De grootste bedreiging voor het natuurlijke karakter van Bekendelle is de watervervuiling. Onder invloed van de intensieve landbouw rondom gaat de sterke eutrofiëring nog steeds door. Hierdoor is al een aanzienlijke verarming van flora en fauna opgetreden. Ook is door de veranderende waterhuishouding in de agrarische omgeving een lichte verdroging aan het optreden.

Een andere factor, dat in het geval van Bekendelle wel degelijk een bedreiging vormt, is de recreatiedruk. Met name de betreding door mensen om en nabij de beekoevers vormt een serieus probleem. De belangstelling voor het gebied is groot en het boeit mensen om vlak langs de beek te lopen. Natuurmonumenten probeert met allerlei maatregelen deze verstoring in de hand te houden. Werk mee: "Loop in dit terrein alleen op de paden!"


Bijzonderheden
De floristische samenstelling van het bos van Bekendelle is goed vergelijkbaar met het lage gedeelte van Bialowieza in Polen. Floristisch vormt het ook een goed referentiebeeld voor het helaas verdwenen Beekbergerwoud. Dit laatste oerbos van Nederland werd in 1872 gekapt. Het moge duidelijk zijn dat wat de structuur en de dynamiek betreft veel ontbreekt in Bekendelle in vergelijking met bovengenoemde oerbossen. Binnen Nederland is Bekendelle echter een uniek bos.


Literatuur
Schimmel, H., R. Borman & G. Gonggrijp (1983). Ontdek de Achterhoek. Instituut voor Natuurbeschermingseducatie, Amsterdam.