Artikel

Journalist


Vanuit toeristisch oogpunt – Michiel Hegener, freelance journalist


Dit artikel is op 12-01-2011 geplaatst




Michiel Hegener is werkzaam als freelance journalist en daarnaast als fotograaf en cartograaf actief. Hij schrijft onder andere voor NRC Handelsblad, maar ook voor andere opdrachtgevers waaronder ANWB en The Cover Story. Voordat hij journalist werd studeerde hij sociale-geografie in Utrecht met als afstudeerrichting cartografie.


Over de Veluwe…
Ik schrijf ANWB Veluwe-gidsen, waardoor ik erg vanuit het toeristisch oogpunt naar de Veluwe kijk: kunnen mensen er wild zien en hoe is de wildzichtbaarheid? Er is onderzoek gedaan naar de redenen van mensen om de Veluwe te bezoeken. Dan blijkt dat het zien van wild hoog scoort.

In mijn boek ‘Ons wilde oosten’ staat een citaat van Herman Linde (SBB) dat het effect van loslopende honden desastreus is op de zichtbaarheid van het wild. Het effect van een jakkerende hond wordt vaak erg onderschat, de dieren raken er wel degelijk door gestrest!

De Hoge Veluwe is het meest toeristische deel van de Veluwe; het is geheel omrasterd en je moet er ook voor betalen, anders kom je er gewoon niet in. Daar komen juist de minste zwijnen per oppervlak voor van de Veluwe! Het hekwerk om de Hoge Veluwe heeft zijn functie wel gehad. Het was ooit nog te verdedigen toen omliggende terreinen als het Deelerwoud en Planken Wambuis heel slecht beheerd werden.

Persoonlijk vind ik dat het hoge hekwerk, het betalen van toegangsgeld en de vrij late openingstijden, als de mooiste uren van de dag al voorbij zijn (vanaf 8 uur ’s ochtends), niet meer bij deze tijd passen.


Over het wild zwijn als onderdeel van ecologisch geheel…
Om ecologisch herstel mogelijk te maken komen er zes nieuwe ecoducten. Hoewel wilde zwijnen hier van nature thuishoren, mogen ze daar niet meer meedoen. Op die manier zouden de dieren na een eeuw weer van de Veluwe in de uiterwaarden kunnen komen. Er ontstaan zo nieuwe herstelde foerageermogelijkheden op grazige voedzame weiden. Ik ben ongelooflijk vóór die ecoducten. Maar de keerzijde is, dat er kennelijk overal hekjes moeten komen omdat men daar de wilde zwijnen wil weren. (Rasters moeten echt uit de Veluwe verdwijnen!) De Veluwe is droog, want het regenwater stroomt door het waterdoorlatende zand in tachtig jaar naar de randen van de Veluwe waar het zuiver kwelwater vormt. Die van nature vochtige randen zijn ideaal terrein voor wilde zwijnen, maar die mogen er dus niet meer komen. Eind 19e eeuw waren de zwijnen door overbejaging een korte periode uitgestorven en zijn toen weer vanuit het buitenland op de Veluwe door mensenhand teruggebracht. In welk soort milieu voelt een zwijn zich het beste thuis, mocht hij zelf kiezen? Juist wilde zwijnen horen van nature thuis in de groene vochtige gebieden die nu weer als vanouds op de Veluwe worden aangesloten!

Bij wilde zwijnen moet je goed in het achterhoofd houden dat het voedselaanbod voor deze diersoort sterk kan fluctueren. Het hangt af van de aanwezigheid van mast; eikels en beukennootjes. Als er daarnaast een zachte winter heerst, dan overleeft een groot percentage biggen. Maar als het vriest en er sneeuw ligt, dan volgen honger en sterfte: allemaal wilde zwijnen (met name biggen) die doodgaan en in het terrein blijven liggen. Mineralen zijn echter heel schaars op de Veluwe. Dode dieren kunnen daarin een positieve rol spelen. Het dient daarnaast ook als voedsel voor raven en andere dieren.


Over jacht en populatiebeheer…
Jagers vertellen met graagte het verhaal dat zwijnen vooral sterven door wolven of beren. Zij vervolgen hun verhaal door te vertellen dat zij met hun jachtbeheer de grote regulatoren als beer en wolf vervangen. Daarmee zeggen ze eigenlijk dat elk prooidier op een zwak moment wordt gepakt door een roofdier. Ruud Lardinois vindt dit jagersverhaal veel te eenzijdig en te eendimensionaal. Het merendeel van de dieren sterft volgens hem door voedselgebrek, ziekte, of ouderdom. Het dier kruipt weg en gaat ergens stilletjes liggen uitzieken, en sterft dan vaak toch zonder dat de hand van beer of wolf er een aandeel in heeft. Ik als buitenstaander zou graag willen weten: wat is de waarheid?

Het Faunabeheerplan van de afgelopen jaren leidde er toe dat er jaarlijks zo’n 80% van de wilde zwijnenpopulatie afgeschoten moest worden. Dat vind ik ontzettend veel, dat is krankzinnig! Van de sociale structuur van zo’n groep blijft dan niets over; terwijl het juist sociale dieren zijn die in groepen leven.

Ik kan me slecht voorstellen hoe je de wilde zwijnen op de Veluwe helemaal zonder jacht kunt beheren. Ik ben absoluut geen liefhebber van jacht, en ik zou het zelf niet kunnen. Maar ik zou niet weten wat er gebeurt als je stopt met het jagen op zwijnen. Als je dan niet schiet en je zet geen hekwerk neer, dan trekken de zwijnen verder en worden ze vervolgens op een andere plek geschoten, denk ik. Dat mensen daarnaast soms moeite hebben met het zien van lijdende dieren en dat er vervolgens niet wordt bijgevoerd is een gewenningsproces.

Over wilde zwijnen wordt vaak negatief bericht, als er gedonder is met wilde zwijnen is, is dat direct in de Telegraaf te lezen. Ik denk dat er vooral negatieve berichten over wilde zwijnen in de media verschijnen. Let wel; goed nieuws is vaak géén nieuws, en slecht nieuws verkoopt het best!