Artikel

Natuur & economie


Natuur en economie, Reinier Enzerink van het milieuadviesbureau Triple E in Arnhem.




Dit artikel is op 12-01-2011 geplaatst



Over de organisatie…
Triple E is een organisatie die zich beweegt op het raakvlak van natuur en economie. Hierbij spelen twee ambities een rol, namelijk kennisontwikkeling en nadrukkelijk ook het in praktijk brengen van deze kennis, zowel nationaal als internationaal. [1]


Over de economische waarde van de natuur en de Veluwe…
Natuurbeleving heeft zeker een economische waarde. Het is een eye opener voor mensen die de natuur opzoeken als tegenhanger van het drukke leven. Vaak wordt natuur gezien als iets wat er gewoon ís. Maar het is meer te vertalen naar een citaat van Tom Bade dat “de Veluwe zelf het grootste bedrijventerrein van de Veluwe is”.

Versnippering door wegenaanleg, woningbouw en de aanleg van bedrijfslocaties hebben het belangrijkste bedrijventerrein van Gelderland de laatste decennia in mootjes gehakt. Maar je kunt er ook anders naar kijken: in een land als Nederland is natuur een belangrijke economische factor, omdat het schaars is.

Waar we als Triple E voor staan is de economische waarde van wild als afgeleide van de belevingswereld van de natuur en de prominente rol van het wild daarin. Hoe meer wild, hoe hoger de belevingswaarde van een gebied, dus hoe beter het is voor iedereen – uiteraard wel op een dergelijke manier dat de zwijnen niet naar de wegen trekken en daar een gevaar vormen. Triple E ziet liever dat men gebruik maakt van snelheidsbeperkingen en het aanbrengen van rasters, in plaats voor meer afschot. Persoonlijk neem ik een tussenpositie in: tussen de natuur haar gang laten gaan, en het wel beheren zoals nu gebeurt. Ik vind dat populatiebeheer nodig is vanwege de versnippering van het leefgebied.


Over het wilde dieren en beleving…
Het wild zwijn hoort in de natuur thuis, het is een essentieel onderdeel ervan. Het is gaaf om wild te kunnen zien en er zijn een heleboel mensen die hun brood ermee verdienen; bijvoorbeeld met het organiseren van excursies, zowel door de grotere organisaties als ook door particulieren. Het gevoel bestaat bij ons dat er verschil tussen recreanten is. Er zijn mensen die juist speciaal voor wild komen.

Natuurbeheerders geven aan dat grote grazers de hoogste zichtbaarheid hebben. Zichtbaarheid van wild zorgt dat men vaker de natuur zal bezoeken. Mensen zien veel reeën, en de ree is in dit opzicht heel belangrijk in gebieden. Daarbij komt hij veel voor en is het goed zichtbaar. Als wildsoort blijkt het ook een belangrijk punt in de wildbeleving. Men wil heel graag wild zien omdat het fascinerend is en omdat het de prachtstukjes van de natuur zijn. Het verrassende en onberekenbare ervan spreekt vooral aan. Het blijkt dat recreanten veel geld uitgeven aan een bezoek aan een natuurgebied.


Over jacht en populatiebeheer…
Als eerste denk ik, dat je in plaats van jacht over beheer moet spreken. Een flink deel van wat je jacht zou noemen, wordt uitgevoerd door organisaties die een niet-jacht beleid hebben.

Er wordt van gestructureerde tellingen bepaald wat de voorjaarsstand is en er wordt gekeken naar de te verwachten groei van de populaties. Vervolgens kan worden vastgesteld welke aantallen dieren binnen de verschillende leeftijdscategorieën voor afschot in aanmerking komen én in welke gebieden. Je kunt als jager hoog en laag springen en met een enorme portemonnee aankomen, maar als je graag een enorm kapitaal hert wilt schieten, dan moet je letterlijk van goede huize komen!

Uit een rapport van onderzoeker Geert Groot Bruinderink is het gewenste aantal van 860 wilde zwijnen op de Veluwe gekomen. Vervolgens zijn we niet verder gaan nadenken. Binnen de context van natuur is het bepalen van een stand van wilde dieren op de Veluwe niet mogelijk. Daarnaast is de draagkracht een punt: waarom is het 800 en niet 1200? Er is iets voor te zeggen om wat meer aan de natuur over te laten.

De invloed op de natuur van grote zoogdieren is groter dan dat van kleinere, daarom vindt er populatiebeheer bij de grotere zoogdieren plaats. Eerst was er het Faunabeheerplan: een rekensommetje om tot een gewenste doelstand uit te komen. In het nieuwe Faunabeheerplan gaat dat anders: het is meer gericht op de gebieden en in bepaalde (probleem)gebieden zal meer worden afgeschoten dan in andere, ofwel flexibel populatiebeheer.

De discussies over schade door zwijnen is meer een kwestie over beeldvorming. Hoe je ook over jacht denkt, er zijn redenen om een ontwikkeling naar meer natuur in te zetten. Nederland is zo ingericht dat je qua beleid en beheer (jacht), in mijn optiek, de beesten niet kúnt uitroeien. Dat is het zogenaamde nuloptiebeleid. Volgens mij kan een dergelijk beleid helemaal niet goed werken, want een zwijn kan 30 kilometer per nacht lopen! Ik vind het interessanter om eens te kijken naar de zwijnen buiten de aangewezen leefgebieden.

Daarnaast zal een jager nooit álle dieren schieten, omdat hij het jaar daarop ook graag jager is. Een jager wil verstandig oogsten uit een natuurgebied, en het jaar daarop hetzelfde kunnen doen. Daar knelt het beleid.

De beeldvorming in de media over dat er te veel zwijnen op de Veluwe zijn, komt telkens terug als er opnieuw afschot moet worden bepaald. Ik zou daar graag ook een goed verhaal van een jager willen over willen horen! Daarnaast weet ik niet of de zwijnen wel zoveel schade aanrichten als men denkt. Ook dát is een kwestie van beeldvorming. Maar als je als landbouwer wilde zwijnen op je akker krijgt, dan zit je inderdaad op een rottige plek.

Het park de Hoge Veluwe is anders dan de rest van de Veluwe. Het park is volledig omrasterd om dieren binnen, en recreanten buiten te houden. Alleen via de ingangen met kassa mag je als bezoeker naar binnen en je betaalt entree. Ondanks dat de edelherten intensief bejaagd worden, hebben ze absoluut geen negatieve houding tegenover de mens. Jacht is een te verwaarlozen factor voor wat betreft de inkomsten van het park, maar wordt wel gezien als een essentieel onderdeel van het natuurbeheer in het park.

Ik heb voor mijn onderzoek gesproken met de beheerder van de Hoge Veluwe over de relatie afschot en de schuwheid: er wordt goed door hen gezorgd dat het dier niet de link kan leggen met de mens. Als je een dier uit een sociaal verband schiet, dan vluchten de andere en kijken vervolgens wat hen overkomen is.


Over snelheidsbeperking en versnippering…
Het is belangrijk om in een gebied waar grote wilde zoogdieren leven niet met 80 kilometer per uur door het gebied te scheuren. Of je zorgt dat de dieren niet op de weg kunnen komen, óf je zorgt er voor dat de mensen niet met 80 km/h kunnen of mogen scheuren. Je wordt je pas van de snelheid bewust als je tegen een boom rijdt, of op andere wijze met een ongeluk geconfronteerd wordt. Je zou dit probleem kunnen oplossen door bijvoorbeeld rasters aan te leggen in combinatie met meer ecoducten. Het verkeer dus strikt scheiden van de natuur, zoals je in Duitsland wel ziet.

De rasters op de Veluwe zijn niet waterdicht, verre van dat. Het voorkomen van de wilde zwijnen wordt wel beperkt tot de Veluwe, maar herten kunnen er wel uit. De Veluwe is met zwijnenwerende rasters aardig afgesloten, maar als je terreinbeheerders raadpleegt dan blijkt dat niet het geval te zijn. De hertenkerende rasters aan de randen van de Veluwe zijn een gatenkaas. Ik probeer steeds mensen bewust te maken van alle rasters, en óf de rasters wel zo potdicht zijn.

Van de tien ecoducten die gepland staan, zijn volgens mij echter zeven bedoeld voor interne knelpunten op de Veluwe. Slechts drie geven toegang naar gebieden buiten de Veluwe. Ecoducten zijn tevens hard nodig om de Veluwe ook intern meer tot een eenheid te maken.