3e keuze
Artikel

Ledenverlies


Natuurverenigingen verenigt u

Natuurmonumenten lijdt al enkele jaren op rij ledenverlies, waardoor de inkomsten dalen. Om dat verlies te compenseren overweegt Natuurmonumenten de opbrengsten uit verkoop van de inventaris van natuurgebieden te verhogen. De bomen in het bos, de wilde dieren in het veld en de bezoekende natuurliefhebber zullen nog meer moeten bijdragen aan het inkomen.





Inleiding door: redactie deze website

Dit artikel is op 03-01-2011 geplaatst




Ledenverlies
Zoveel is nu wel duidelijk: in de lijn van het karakter van het huidige kabinet staat het ‘oogsten’ voorop. Helaas gaat dit ook op voor het Nederlandse natuurbeheer, want autonome zichzelf regulerende natuur wordt beschouwd als een „linkse hobby”. Maar in deze sombere vaststelling spelen meer elementen een rol dan een ander financieel beleid door veranderende politieke machthebbers. In het politieke krachtenveld neemt het CDA met de christelijke rentmeester-gedachte al veel langer een centrale positie in. Zodoende zijn vrijwel alle vormen van natuurbeheer in Nederland al decennia lang min of meer afgeleiden van boerenbedrijfsvoeringen. Let er maar eens op: de jacht, verkoop van 'natuurvlees', de oogst van riet, heide, veen, hout, zand, grind, enzovoort, deze spelen vrijwel altijd een rol in het natuurbeheer. Als we Natuurmonumenten mogen geloven, worden er als gevolg van het financieel beleid van het nieuwste kabinet binnenkort zelfs noodgedwongen kassa’s bij de natuurgebieden geplaatst. Betaalde parkeerplaatsen zullen volgen. Voorts zal de productie van hout moeten worden opgevoerd. Dat daarbij de bosbouw in ons land al decennia verliesgevend is doet daarbij kennelijk niet ter zake. Door de overheid is immers al sinds de Tweede Wereldoorlog een permanent subsidie-infuus naar de particuliere bosbouw aangelegd. De natuurbezoeker betaalt dan binnenkort zelfs tweemaal voor hetzelfde, maar onder de dubbele streep wordt dan bij Natuurmonumenten het kennelijk aanstaande verlies als gevolg van het kabinetsbeleid omgebogen en weer winst gemaakt.


Vlees, hout, zand, grind, riet…
Het zijn alle stelselmatige nutriëntenexporten die vanuit de natuurgebieden plaatsvinden. Bij jacht, bijvoorbeeld, betekent dat - tegen alle wetten van de natuur in - steeds de meest vitale dieren worden 'geoogst'. Minder bekend is dat daarmee, naast afgebroken dierenlevens, niet alleen een reeks aan voedingsstoffen aan de kringlopen in natuurgebieden worden onttrokken, ook verdwijnen er voor eeuwig belangrijke minerale stoffen die gewoonlijk van nature vrijwel niet uit ecosystemen 'weglekken' en die er ook bijna niet meer op natuurlijke wijze weer aan worden toegevoegd. Deze mineralen zijn onmisbaar voor de opbouw en ontwikkeling van organisch leven, denk aan kalk, magnesium, zink, fosfor, enzovoort. Dergelijke grootschalige en structurele onttrekkingen aan natuurlijke kringlopen komen in onze ecosystemen zoals gezegd van nature nauwelijks voor. Natuurlijke toevoegingen van dergelijke stoffen vinden in onze streken normaal vooral plaats door middel sedimentaire processen, veelal via dynamische rivierlopen en in uitzonderlijke gevallen via vulkanische uitbraken. Maar dynamische rivierlopen zijn in het rentmeesterschap al praktisch volledig ten onder gegaan. De rivieren zijn immers rechtgetrokken en in steen gevat, waarmee sedimentatieprocessen door middel van overstromingen uit ons land zo goed als verbannen zijn. Overlast! Los van het feit dat juist op dergelijke overgangen - van nat naar droog, van rivierdalen naar hoger gelegen zandgronden - de mens juist daar veel huizen en wegen heeft gerealiseerd. Vrijwel alle natuurgebieden in Nederland zijn daardoor geïsoleerde, geamputeerde natuurgebieden. Het is één van de hoofdfuncties van de EHS om dit type verval te compenseren, en waarvan door het huidige kabinet de stekker dreigt te worden uitgetrokken. U weet wel: ‘linkse hobby’s’ kunnen gemist worden.

Terug naar de grootschalig verstoorde kringlopen. Puur wetenschappelijk beschouwd, en op basis van onze huidige kennis, is door het onderzoeksinstituut Alterra eerder berekend dat op de Veluwe inmiddels onvoldoende mineralen voor organisch leven beschikbaar zijn voor een normale natuurlijke ontwikkeling van grote zoogdieren als edelherten en runderen. Dat dergelijke dieren daar desondanks nog voorkomen is mede te danken aan (minerale) toevoegingen in de vorm van likstenen en hormonaal verrijkt krachtvoer, uiteraard alleen voor het attractieve jaagbaar wild. De eerste Schotse Hooglanders in de tachtiger jaren gingen al dood door fosforgebrek…

Het natuurbeheer is door dit ingewikkelde manipulerend beheer steeds ondoorzichtiger geworden. De onduidelijkheid wordt nog eens versterkt doordat de beheerders van Natuurmonumenten graag proberen om alles en iedereen te vriend te houden - in het publieke en politieke debat hoor je ze nooit. Natuurlijk allereerst de boer en jager, zij willen blijven oogsten en worden in en buiten de natuurgebieden volop door Natuurmonumenten gefaciliteerd, waarbij nota bene door dezelve 'overlast' door het wild weer niet geaccepteerd wordt. Natuurmonumenten is enkele jaren geleden zelfs begonnen om vele duizenden wilde ganzen te vergassen om zo de overlast op boerenland te verminderen. En zoals bekend wordt ook het wild zwijn als een notoire lastpak gezien. Ook het publiek wil men te vriend houden. Die op zijn beurt, merkt steeds vaker tot zijn ontzetting dat niet altijd uitsluitend het natuurbeheer zelf leidraad van beheer is: plotseling staan voor zijn deur enge mannen met kettingzagen en hakgerei zijn geliefkoosde bos te bewerken. Ledenverlies betekent echter gezichtsverlies en derving van inkomsten: „we kunnen nog beter uitleggen waar we voor staan”. Ten slotte de overheid zelf, die over het algemeen zeer ingenomen is met de meerlaagse doelstellingen van natuurgebieden die naast natuur ook andere 'functies levert’. Dat kan variëren van het winnen van zand, grind, drinkwater, het bergen van water (overlast), tot het confisqueren van gebieden voor het bedrijven van voorbereidende oefeningen voor oorlogshandelingen. Nee, alléén natuur in natuurgebieden is in Nederland een hoogst zeldzaam verschijnsel: niet op de Veluwe, noch de Waddenzee. Vooralsnog schiet ons alleen de Oostvaardersplassen te binnen, alwaar natuur zich als enige belangeloos en zonder enige nutsfunctie mag ontwikkelen. Al is het in de huidige politieke constellatie te verwachten dat ook dit natuurbastion aan een zijden draadje hangt. Onder druk van de rentmeesterschappen dreigen de Oostvaardersplassen te bezwijken en te vervallen tot misschien een aardappelakker.


Belangeloze natuur?
In het licht van bovenstaande is eind 2010 onder andere in de Volkskrant en Trouw een discussie gestart: „het publiek is het natuurbeheer te gewoon gaan vinden” (…) „Het is er gewoon”. Bij de natuurbeheerders blijken de spanningen fors op te lopen nadat al enkele jaren op rij belangrijk ledenverlies is geleden. Vooral Natuurmonumenten heeft historisch ledenverlies geleden en weet zich nu niet meer door het CDA, met de PVV als een Romeinse cohorte in haar flanken, gesteund in de rentmeestergedachte. Natuurmonumenten is met haar elitair beleid in een spagaat terechtgekomen: Met de mengeling van natuurbeheerder, haar natuurgebieden ingericht als jachtsociëteit, als houtteler, scharrelvleesteler, faciliteren van jachtlust, recreatie, alsmede natuurvoorlichter, blijkt het steeds moeilijker duidelijk te maken waar de organisatie écht voor staat. Desondanks klinkt uit het ‘s Gravelandse bolwerk de boodschap door dat de natuurliefhebber ten leste zeker niet mag hopen op echte ongestoorde autonome natuur, laat staan op de terugkeer van wegbeheerde soorten als wilde kat, lynx, wolf, bruine beer, eland & co. Het is dan ook geen wonder dat natuurliefhebbers weglopen en lidmaatschappen opzeggen. Zij willen geen verhullende boer bintje in schaapskleren op stuifzand, maar de natuur terug. Het hieronder afgedrukte artikel van Stefan Pasma geeft die wens prima weer, welke wij op deze plaats en met zijn instemming met plezier weergeven. De discussies in Volkskrant en Trouw zijn omwille van auteursrechtelijke redenen waar mogelijk in de bovenstaande inleiding alleen met links aangegeven.




’Natuurbeheer’ in de terminologie van Natuurmonumenten. Beekbergen-Zuid, 2010.
„Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Wim Niemeier, Oost-Veluwe 055-5050052” staat er op een begeleidend bord op een paaltje te lezen. Wij zien in dit woud echter het bos niet meer. Met dit verschrikkelijke beeld op je netvlies krijgt de niets-vermoedende burger natuurlijk niet de indruk dat hier sprake is van krappe budgetten, integendeel: het mag wat kosten bij dit 'natuurbeheer' op de vierkante millimeter. Vrije, autonome natuurlijke ontwikkeling, deregulering? Toch maar even Apeldoorn bellen: 055-5050052?

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer, 2010.

—————————————————

 





Door: Stefan Pasma (eerder gepubliceerd in Trouw, 27-12-2010)  


Nederland heeft natuur nodig met grote ’N’
 
Natuurmonumenten moet weer terug naar de kernmissie: bescherming van echte natuur, mét bruine beer. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer moeten zich samen sterk maken voor robuuste natuur.
 
 
 
Het ledenaantal van Natuurmonumenten is in twee jaar tijd met meer dan 100.000 gedaald, het draagvlak voor de organisatie brokkelde in één decennium met 20 procent af (Trouw, 18 december). En minder leden betekent straks minder inkomsten. Gaat het de verkeerde kant op met de natuurbescherming in Nederland? Nee, integendeel. Er liggen zelfs grote kansen, maar dan is er wel een heroriëntatie nodig op de natuurbescherming.
 
Natuurmonumenten beheert momenteel een conglomeraat van terreinen. Dat loopt van cultuurhistorische landschappen als landgoederen en heidevelden, een soort halfnatuur, tot aan de meer ’echte’ natuurgebieden als bossen, duinen en hoogvenen. Geen wonder dat voor het grote publiek de natuur weinig herkenbaar is.
 
Daar zit ’m nou net de kneep voor Natuurmonumenten; een organisatie die haar draagvlak ziet wegkwijnen moet zich weer richten op haar kernmissie. En dat is in dit geval simpelweg de natuur. Nee, ik bedoel dan niet de halfnatuur met heideschapen, korhoenders, weidevogels en biologische vleeskoeien maar de natuur met een hoofdletter ’N’.
 
Dan hebben we het over de robuuste, grootschalige deltanatuur van ons land met diersoorten als bijvoorbeeld het edelhert, de eland, wolf en wellicht ook weer de bruine beer. Wilde dieren die tot de verbeelding spreken en waarmee je in potentie een veel groter publiek kan aanboren dan de natuurbeschermingsorganisaties tot nu toe bereiken.
 
Om meer armslag te krijgen, zullen Natuurmonumenten en zijn zusterorganisatie Staatsbosbeheer hun krachten moeten bundelen. Laat beide clubs samengaan in een nieuwe organisatie. In plaats van een beschermend en behoudend imago, dient die voorzien te worden van een krachtiger en opener uitstraling, een imago dat beter past bij robuuste natuur. Zo klinkt een naam als ’Natuur Alliantie ’  bijvoorbeeld al een stuk beter.
 
Inhoudelijk mag het roer ook om. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer moeten afscheid nemen van kleinschalige ’infuusnatuur’, zoals blauwgraslandjes en heidevelden. Kortom, de plaatsen waar alleen met veel (dure) zorg zeldzame soorten in leven kunnen worden gehouden.
 
Dergelijke beheerintensieve gebieden kunnen beter door provinciale landschappen worden beheerd. Deze instellingen hebben vaak al meer cultuurhistorische gebieden in beheer en zijn beter ingebed in de regio. De nieuwe organisatie kan zich dan richten op het versterken van en ruimte maken voor grootschalige natuur die zoveel mogelijk zichzelf kan bedruipen.
 
Een eerste stap zou kunnen zijn om de bestaande bosgebieden van beide organisaties op de Veluwe onder één paraplu te brengen. En probeer andere eigenaren zoals Stichting de Hoge Veluwe te bewegen om zich daarbij aan te sluiten. Op termijn hebben we in Nederland dan straks één van de grootste nationale parken van West-Europa – met een oppervlakte van ruim 1000 vierkante kilometer.
 
De natuurbescherming zal in Nederland serieuzer worden genomen door politiek en samenleving wanneer de grootste twee spelers alvast samengaan en zich richten op hun kernmissie. Daar heeft de natuur alleen maar baat bij.