Artikel

Symposium


Indruk van het VZZ-symposium over het wild zwijn.

Omdat er de laatste jaren tal van maatschappelijke discussies over het wild zwijn de ronde doen heeft de Vereniging Zoogdierbescherming (VZZ) op 10-11-2010 een mini-symposium aan deze soort in Nederland gewijd. Een discussie dus over het wild zwijn, een belangrijke ecologische sleutelsoort, die door de moderne mens steeds minder lijkt te worden begrepen. Niet alleen het begrip daalt, ook de tolerantiegraad: wilde zwijnen zijn al gauw notoire lastpakken.





Dit artikel is op 15-12-2010 geplaatst
Dit artikel is op 15-12-2010 gewijzigd

Door: Redactie deze website




Het wild zwijn is een steen des aanstoots en object van verguizing, een notoire lastpak en een ernstig risicofactor in het verkeer, een regelrechte bedreiging voor elke maïs- en andere akkers en verwoestend voor weilanden en campingterreinen. En welke onwetende uit het publiek desondanks het beest met meer genegenheid beziet dan de meeste beheerders, wordt gedreigd met de mogelijkheid zijn vingers in de agressieve bekken van de bloeddorstige monsters kwijt te raken. Gevaarlijk! Er is klaarblijkelijk weinig goeds van het zwijn te verwachten, je hoort er althans zelden of nooit in deze termen in het openbaar over spreken.


Oplossend vermogen van de jacht
Gelukkig is er een hele bevolkingsgroep die zichzelf al een eeuw sinds de laatste herintroductie opwerpt om de vele problemen naar ieders tevredenheid de wereld uit te helpen. Met de opgeworpen bezwaren die aan het beest kleven heeft het jagend deel der natie weinig problemen. Zijn eigenzinnigheid en relatieve woestheid verleent de dieren het aureool van kracht, intelligentie en weerbaarheid, die hen juist prikkelen om zich als oplossend medium op te werpen om de kloof tussen natuur en maatschappij te overbruggen. In ruil voor het recreatief genoegen staat de jager graag klaar om jaarlijks tot negentig procent van de totale populatie om het leven te brengen en ons burgers zo voor heel wat onheil te vrijwaren. Dat is andere koek dan de gemiddeld 20 tot 25% natuurlijke sterfte in de Oostvaardersplassen. En de dieren daar laten nota bene na om ons de vele problemen en conflicten te bezorgen, zij gaan volkomen vreedzaam door het leven. Totdat daar door natuurlijk gebrek vanzelf een eind aan komt. De aanblik daarvan ontriefd ernstig ons gemoed en is voldoende om ook daar de gebruikelijke methoden van jacht te propageren als, (bij)voeren, verzorging met liksteen, hormonaal verrijkte voederproducten, mineralen en injectiespuit, en als niets meer helpt, uiteraard de dood door het vuurwapen. Dood gaan de dieren dus toch, welk traject men ook verkiest. Aan welke zijde men ook staat in deze discussie van de jacht op grote aansprekende zoogdieren, het introduceert weer tal van nieuwe conflictstof en de weerstanden daartegen nemen in het maatschappelijke debat ook grif toe. Toch nemen de jagers en boeren, met gulle steun van de politiek, nog steeds een sleutelrol in in het formuleren van beleid over het wild zwijn. De natuurbeheerders van de Veluwse natuurgebieden hobbelen daar gewillig achteraan terwijl de huidige onderzoeksinstituten eveneens graag ook alle partijen naar tevredenheid wil bedienen.

Hoewel het wild zwijn van nature in heel Nederland voorkomt, raakte de soort er door overbejaging uitgestorven. Uit documenten valt af te leiden dat het laatste wild zwijn in 1826 is afgeschoten. Het waren ook de jagers die weer dieren omwille van de jacht elders in Europa aankochten om ze weer in ons land uit te zetten. De verwachtingen waren hoog gespannen en die verwachtingen zijn uitgekomen. Veel waar voor weinig geld. De dieren zuiveren hun door jaarlijks afschot geslonken aantal vanzelf weer aan en door de recente intensieve eutrofiëring gaat ze het meer voor de wind dan ooit. Maar conflicten en schade zijn er wel degelijk, maar die komt terug op de factuur van de maatschappij. Dat maakt politici nerveus. Zij denken bij het te lijf gaan van de problemen al gauw in termen van afschot. Afschot kan echter nooit duurzaam oplossen wat in beide kampen als problematisch wordt ervaren. Zover is de publieke discussie bovendien nog lang niet gevorderd, getuige het zojuist door de Zoogdiervereniging georganiseerde mini-symposium over het wild zwijn in Apeldoorn. In een verslag van het symposium in Trouw wordt eveneens vastgesteld dat de soort „oprukt” en dat er voor „lukraak afschieten” „geen draagvlak is”. Hoewel „alle ogen gericht zijn op de toekomst van de edelherten, Heckrunderen en konikpaarden in de Oostvaardersplassen, is in de luwte van de publieke opinie het wild zwijn bezig aan een gestage opmars.” Totale afschot van alle zwijnen in alle gebieden buiten Veluwe en Meinweg „gebeurt ten eerste niet” - zoals politiek is bepaald - zegt Geert Groot Bruinderink „en bovendien is de maatschappelijke weerstand tegen het uitroeien van grote zoogdieren de laatste decennia toegenomen.” Waarmee met een niet-ecologisch argument opnieuw is vastgesteld dat jacht geen oplossing zal brengen. Hoewel het de vraag is of de „Maatschappelijke weerstand” tegen afschot wel zo groot is, want veel mensen stellen afschot van de grote grazers in de Oostvaardersplassen wel degelijk voor teneinde van die vervelende jaarlijkse beelden verlost te worden. Het is minder het publiek maar de mensen in de natuurbeschermingswereld waar vrijwel alle niet natuurlijke middelen als afschot, bijvoeren en zelfs opheffen van het natuurgebied als onbegaanbaar worden beschouwd ten gunste van een natuurlijke oplossing in termen van gebieden ecologisch verbinden met omliggende natuurgebieden en een completer en het verkrijgen van een vollediger zoogdierspectrum, samen met de wetenschap dat natuurlijke sterfte in natuurgebieden een normaal en gewenst biologisch verschijnsel is dat inderdaad onmisbaar is bij het voortbestaan en verdere ontwikkeling van ecosystemen. Niet zo bij de heer Bruinderink die verderop weer vervalt in de pamperstrategie en „pleit voor een herijking van het faunabeheer, waarbij een nieuwe afweging moet worden gemaakt tussen de belangen van alle betrokkenen: boeren, jagers, terreinbeheerders, weggebruikers, natuurbeschermingsverenigingen en dierenwelzijnsgroepen.


Regeer met het geweer
Discussie, inventarisatie van de problematiek, vragen, vele vragen en vele mogelijke antwoorden. Op het symposium werd dus eindeloos voortgepamperd en gepolderd. Ecologische inzichten werden er in het geheel niet uitgewisseld. Het vigerende beheer, maar vooral de landbouwschade, overheersten. Maximaal twee zwijnen per 100 ha, dat lijkt de norm. En dat voor een strikt in familiaire banden georganiseerde diersoort!? Dat betekent ook een enorme potentiële vruchtbaarheid van een jaarlijkse aanwas aan jonge dieren van 200 tot 300 procent, met dus alle vrijheid voor de particuliere betrokkenen die dit gewapenderhand moeten zien te ‘reguleren’. Het debat lijkt er gedomineerd door boeren en jagers. Natuurgerichte oplossingen zocht men er tevergeefs.


Natuurlijke processen
Bij een beheer met natuurlijke sturingen en het verlaten van een beleid met ‘schieten op alles wat beweegt’ zal de gemiddelde grootte van de Veluwse populatie veel groter zijn - tot misschien 15.000 dieren. De aanwas per zeug zal dan, bij het bereiken van de top der S-curve, echter teruglopen naar rond vier biggen per worp. Exclusief natuurlijke verliezen, die bij een koud en nat voorjaar en bij voedselbeperking zal oplopen, is een aanwas tot honderd procent te verwachten. Deze aanwas dekt de verliezen door kou, ziekte, voedselgebrek en ouderdom. Niet in één jaar, maar gemiddeld over enkele jaren, want deze soort fluctueert van nature door de jaren heen sterker dan we van andere grote bejaagbare soorten gewend zijn.

Een sterke beperking van de jacht zal dan effectief tot minder schade en conflictgevallen leiden, omdat de huidige extreme verstoringen verdwijnen en de dieren bovendien weer zichtbaar zullen zijn voor recreant, natuurliefhebber en beheerder. De toename van bijna 70 procent van de conflictgevallen in het verkeer zullen dan weer verdwijnen, omdat ze juist door de intensieve bejaging zijn veroorzaakt. Vervolgens is het gewenst om de natuurgebieden van de meer verkeersintensieve wegen en cultuurgoederen te scheiden. Ook de landbouwgronden voor zover die binnen de structuur van de natuurgebieden liggen, zullen omrasterd moeten worden. Dorpen blijven natuurlijk toegankelijk via openbare wegen met wildroosters. Kleinere en recreatieve wegen vallen dan alle in de 60 km zones. Voor deze wegen zijn rasters niet nodig omdat aanrijdingen bij dergelijke lage snelheden gemakkelijk vermeden kunnen worden. Dit eenvoudige maar werkzame model wordt al eeuwen in het New Forest toegepast, waar weliswaar het wild zwijn al meer dan een eeuw is verdwenen, zij het dat de soort alweer in het voorportaal staat te dringen om het gebied te herbezetten. Verder leven er in New Forest duizenden wilde dieren en huisdieren die behalve op de wegen ook in tuinen en dorpen kunnen verkeren, voor zover zij althans daarvan niet door de terreineigenaren zelf door een raster of tuinhekje van worden weggehouden. Het is een eenvoudig model dat overzichtelijk is en duidelijke verantwoordelijkheden legt waar ze hoort, en de natuur niet alleen spaart maar ook ruimte biedt om zich verder te ontwikkelen en conflicten verregaand vermijdt. We kunnen van New Forest voor de Veluwe en andere gebieden waar de soort zal opduiken, nog heel veel leren.


Discussie
De zaal was overigens redelijk bevolkt, maar viel als sparringpartner tegen. Ook het discussiepanel kwam niet goed uit de verf, hoewel de discussieleider, de burgemeester van Apeldoorn Fred de Graaf, het wel leuk deed. Hij heeft als jager ook geen enkel belang om meer genuanceerde tegenstellingen te belichten: een respectvolle pamperen-en-nathouden-houding. Conclusies werden er niet getrokken. Noodzakelijk denkwerk, coalitie-, inrichtings- en beheerrichtingen ontbraken. Geen oproepen voor nieuwe ontwikkelingen. Het symposium, goed bedoeld, was daarmee doelloos en zonder uitkomst. Men blijkt maar moeizaam oude dogma’s te verruilen voor vernieuwing. Partijen zijn vooral in de weer om het elkaar naar de zin te maken. Verklaarbaar, maar niet verdedigbaar. Dynamiek ontbreekt in het gremium, dynamiek in de natuurgebieden is geen thema. Weinig resultaten, geen waarheidsvinding, geen visies en blijf zitten waar je zit: ‘we hebben allemaal een beetje gelijk’. De directeur van de Zoogdiervereniging is het niet met dit oordeel eens: dacht zelfs dat er wel een momentum was.

Natuurlijk moeten alle opvattingen gehoord worden, meningen en stellingen dienen echter te worden getoetst, dat willen wij wél op deze website. Er moeten uitkomsten komen, afwegingen over waar of niet waar, in het kader van een verantwoorde en afgewogen doelstelling, die wat ons betreft in het teken zullen staan van ecologie, het natuurbeheer, de biodiversiteit, de evolutie, de natuurbeleving, de recreatie, de economie van de recreatie en van de ethiek en de rust. Daarom is het symposium een gemiste kans. De landbouw, de bio-industrie, de tuinbezitters, de dierenartsen, de jagers, de campingbeheerders, de te snelle automobilisten, de verkozen-willen-worden-politici, de burgemeesters  en de andere belangen en podia, zij komen volop aan hun trekken. De journalistiek verdient aan al die belangen, het zijn hun afnemers, hun klanten. Men betaalt graag om zijn eigen mening te kunnen lezen.


Onze conclusie
Het op het symposium gepresenteerde boekje is erg mooi en ook met een goede inhoud, alhoewel de echte noodzaak, het wild zwijn in zijn volle functionele niche in alle natuurgebieden aan het werk te hebben ook hier absoluut niet uit de verf komt.

De visie van de Zoogdierbescherming is onduidelijk en vaag. Zij maken zich niet hard voor vrij levende populaties en het vervullen van functionele niches. Het symposium oogt slap, een jager als discussievoorzitter en jacht dat de toon zette: over afschieten, als de soort maar niet uitsterft. Veel negatieve verhalen derhalve over schade en overlast. Als iedereen maar een beetje tevreden is. Partijen die allen vooral eigen belangen nastreven. Een eigen visie op natuurbeheer en populatiedynamica van vrije populaties wilde zwijnen ontbrak op het symposium en ontbreekt bij de organisator de Zoogdiervereniging. Jammer, het wild zwijn verdient beter, véél beter.