Artikel

Bos ruimen voor zand en hei


Waarom toch wil bijna elke terreinbeheerder zijn eigen stuifzandje? Voor het behoud van de natuur zal hij zeggen. Want de geelgerande kletskever en het groene kwakkelsprinkhoen worden steeds zeldzamer. Of schuilt er meer achter de opeens opgedoken hang naar het op tal van plekken in Nederland kappen van bossen om daar stuifzanden en heidevelden uit te vervaardigen?




Dit artikel is op 21-10-2009 geplaatst
Dit artikel is op 11-12-2010 bijgewerkt




Stuifzanden zijn een menselijk bijproduct
De laatste jaren is er bij diverse beheerders een opmerkelijke belangstelling gaande voor het opnieuw aanleggen van stuifzanden. Altijd wordt dit gemotiveerd vanuit het natuurbeschermingsmotief. Dat is merkwaardig omdat er qua soorten maar slechts enkele organismen strikt gebonden zijn aan stuifzanden. Dat ligt ook voor de hand omdat stuifzanden van nature niet in onze streken voorkomen. We kennen van nature wel rivier- en zeeduinen, maar deze worden juist door de mens fel bestreden. Hij is een bezig baasje… Rivierduinen zijn in Nederland vrijwel totaal wegbeheerd: levende rivierduinen zijn er niet meer. De zeeduinen zijn jammer genoeg voor een groot deel door plantages vastgelegd, al worden er terecht hier en daar weer pogingen ondernomen om er weer wat van terug te krijgen. Dit laatste lukt maar heel moeizaam omdat het relatief kleine plekken zijn in omliggende vastgelegde duinen, terwijl voortdurend gepoogd wordt om de zee in te dammen. Op deze manier is het allicht erg lastig om de natuurlijke dynamiek weer in onze kustduinen terug te krijgen.

Zee- en rivierduinen werken voorts ecosysteemtechnisch ook anders dan stuifzanden in het binnenland. Daarom zijn er daar, op een enkele uitzondering na, ook geen reeksen natuurlijke soorten op geëvolueerd. In ons land hebben stuifzandgebieden immers zonder uitzondering een antropogene achtergrond, met andere woorden: ze zijn door de mens veroorzaakt. Omdat stuifzanden in onze ecosystemen niet zijn meegeëvolueerd, zijn er ook nauwelijks inheemse soorten planten en dieren aan gebonden. De paar soorten waar de beheerders zich op richten zijn afkomstig uit andere oorden, zoals mediterrane streken in Zuid-Europa (meest) en de Oost-Europese en Aziatische steppezone’s (soms). Gevoegd bij het feit dat uit kale zanden ook weinig voedsel valt te peuren, maakt dat deze gebieden uiterst soortenarm zijn. Toch zijn zanderige plekken wel degelijk aantrekkelijk voor plantjes en beestjes, zij het in afwisselende combinaties met schraler begroeide plekken en bos. Dergelijke gradiënten komen wèl van nature in ons land op de hoge zandgronden voor en zijn zeer interessante leefgebied voor tal van plant- en diersoorten, maar daarover in een volgende paragraaf meer, eerst een schets van de enkele van grote stuifzanden profiterende soorten.


Slechts een paar soorten zijn afhankelijk van stuifzanden
Welke soorten zijn afhankelijk van stuifzanden? Het zijn vooral soorten als zandbijen, sprinkhanen en graafwespen. In een poging om het natuurbelang van aan te leggen stuifzanden te motiveren werken de initiatiefnemers echter graag met een veel ruimer lijstje van meer aansprekende soorten. Dit lijstje bevat soorten die inderdaad soms profiteren van stuifzanden, echter vooral van de overgangen tussen zanden en begroeide plekken zoals (korst)mos-soorten, vogels van zeer open terreinen als duinpieper, tapuit en bovenal de symboolsoort en veelvuldig opgevoerde topsymboolsoort, de panda van het zand, de nachtzwaluw.

Strikt afhankelijk van grote stuivende zanden, of althans blootliggende minerale bodems, zijn alleen de eerstgenoemde typen. De tweede veel langere rij die er soms, zij het meestal zeer schaars, ook wel voorkomt, hebben allen hun optimum niet in stuifzanden, maar maken er mede gebruik van, maar profiteren vaak van navolgende successiestadia, van korstmosbegroeiingen naar heide tot bos. Ook voor deze soorten geld dat pure stuifzanden uiterst marginale habitats zijn. De grote kale zandvlakten die tegenwoordig worden aangelegd zijn voor planten en dieren nauwelijks interessant. Niet voor niets worden het daarom ook wel rampenlandschappen genoemd. Het meest interessant zijn de vele liefst kleinschalige, soms slechts enkele vierkante meters kleine zanderige plekken in meer schrale open omgevingen, en dat liefst in talloze overgangen in veranderende mozaïeken tussen open en begroeid. Die vind je van nature veel in ons land, met name in en rond hoogvenen. Hoogveengebieden zijn zelden eentonig vlak en zoals de witte wieven je willen doen geloven. Deze worden heel veel afgewisseld met (oude) beek- of rivierduinen welke vaak schaars begroeid zijn met vooral grove dennen. Dit zijn fraaie habitats voor onder andere nachtzwaluw. Dergelijke habitats in hoogvenen zijn er net als de rivierduinen niet meer in ons land. Hoewel Nederland daarmee ooit voor tweederde mee bedekt was. Voor intacte hoogvenen met duinen, houtsnippen, nachtzwaluwen, enzovoort moeten we tegenwoordig afreizen naar het buitenland. De genoemde soorten hebben dat dus op grote schaal eveneens al eerder gedaan. Wil je goede bescherming voor dergelijke soorten dan kun je je best richten op het herstel van dergelijke natuurlijke leefgebieden. Stuifzanden zijn voor slechts een paar soorten uiterst marginale habitats en herstel daarvan is alleen te verdedigen uit cultuur-historisch motief. Wie daar nachtzwaluw en panda met de haren bijsleept om zijn gelijk te halen valt door de mand.

Aan het eind van dit artikel geven we in korte schetsen een lijstje van aan open zanderige landschappen gebonden soorten met de belangrijkste ecologische kenmerken. De lijst is nu nog kort maar zal in de loop der tijd groeien.


Gradiënten: de biodiversiteit gaat als een speer omhoog
Toch zijn de eerstgenoemde soorten als zandbijen en graafwespen inderdaad afhankelijk van het habitat van los mineraal zand. Heel kleinschalig en vaak voorbijgaand (dynamiek) ontstaan dergelijke habitats van nature, maar leveren totaal andere landschapsbeelden op dan de bekende stuifzandgebieden als bijvoorbeeld het Kootwijkerzand. Dergelijke dynamische plekken in het landschap ontstaan door activiteiten van grote zoogdieren als wild zwijn, wisent, rund en edelhert en soms ook door natuurbranden. Het zwijn kan zodanig wroeten dat een soort mini-duintjes kunnen ontstaan. De wisent en edelhert liggen heel graag te rusten of te herkauwen op meer open zonnige plekken. Daarvoor krabben ze soms de bodem open, of wentelen er zich in het zand, of maken zodanig graag en frequent gebruik van bepaalde plekken dat meer langdurig grotere open zanderige plekken ontstaan. Dat geld ook voor het rund, vooral stieren vinden het heerlijk om zanderige plekken, kuilen soms, open te maken en er zich haast in rond te wentelen. Op schrale bodems leidt begrazing van runderen, paarden, herten, enzovoort tot een mozaïek van open plekken afgewisseld met begroeiingen als struwelen en zoomvegetaties. Juist op schrale bodems kan dit tot een zeer hoge biodiversiteit leiden waar al de ‘open’ soorten van nature kunnen voorkomen.





Natuurlijke ongestoorde stuifzanden zijn er buiten de kuststrook niet meer in ons land. Enkele zeer oude vastgelegde restanten van rivierduinen zijn er nog aan de Maas en waarschijnlijk één langs de IJssel. De foto toont een levend en ongestoord rivierduinensysteem, inclusief de fraaie gradiënten van droog naar uiterwaard, zeggemoerassen en zacht- en hardhoutooibossen langs een rivier in Oost-Europa.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer



Het (over)leven van de eerste genoemde soortengroep die aan open zanderige pekken is gebonden, is dus van nature juist gewaarborgd bij de aanwezigheid van voldoende 'grote grazers. Hoe zou anders het bestaan van aan zanden gebonden organismen verklaard kunnen worden, indien er geen natuurlijke processen bekend zijn die dergelijk habitats laten ontstaan en onderhouden? Alleen als die aan zanderige habitats gebonden organismen oorspronkelijk uit andere ecosystemen afkomstig zijn, zoals de steppen aan de randen van Europa in het oosten en verder in Azië, is het voorkomen van dergelijk gespecialiseerde soorten te verklaren.





Dit is een van nature ontstane ministuifzandplek. Er leven juist ook de soorten die vaak genoemd worden bij stuifzandprojecten als zandbijen, graafwespen, zandhagedis, kleine heivlinder, gladde slang en dergelijke.

Ons probleem is niet dat we te weinig stuifzanden hebben, maar te weinig dynamiek van onder andere grote grazers, die ook deze plek gemaakt hebben. Hier is dus geen mensenhand aan te pas gekomen.

De eerlijkheid gebied te zeggen dat schrale plekken als deze het tegenwoordig ook heel erg moeilijk hebben omdat uit onze industrie en landbouw via de neerslag zulke grote hoeveelheden stikstof en fosfaten (feitelijk kunstmest) in het milieu terechtkomen, dat voedselarme vegetaties als graslanden, heiden, venen, enzovoort er zeer ernstig onder leiden. Dit probleem is al tientallen jaren bekend. Er zijn ook pogingen ondernomen om de vervuiling aan te pakken, maar het lukt ons op dit terrein nauwelijks om tot effectieve resultaten te komen. Vooral de enorme aantallen gehouden dieren in de bio-industrie zijn een forse domper op de wens op een schoon milieu.






Nee, dan blijven als legitieme argumenten voor het opnieuw inrichten van stuifzanden feitelijk slechts twee sluitende motieven over: één is bekend en is wat ons betreft verdedigbaar en één heeft een bedenkelijke verborgen agenda. Voor de hand liggend is het landschapsmotief. Men vindt het mooi en waard om te hebben. Je zou ook het begrip 'behouden' kunnen opvoeren, maar er zijn vele nu verdwenen landschappen die veel natuurbeschermers dolgraag nog in ons landschappen-portefeuille zouden willen hebben. Los van de vraag of verdwenen landschappen ook daadwerkelijk hersteld kunnen worden - wat soms inderdaad betwijfeld kan worden - mag in andere gevallen aangenomen worden dat bijvoorbeeld een eenmaal rechtgetrokken beek of rivier in ecologisch opzicht definitief verlies lijdt, ook nadat zo'n gekanaliseerde waterloop weer is gereconstrueerd. In dit stukje gaat het er echter om om aan te tonen dat het streven bij natuurbeschermers bij andere verdwenen landschappen met afstand niet of minder aanwezig lijkt te zijn in vergelijking met de kennelijke behoefte om op zoveel plekken in Nederland weer stuifzandgebieden aan te leggen. Dit landschapsmotief verklaard naar mijn mening, evenmin als het ecologisch motief stand houd, niet of onvoldoende waarom er dan toch op zoveel plekken in Nederland opeens hele bossen boven- en ondergronds dienen te worden gerooid en afgevoerd met de bedoeling om er kale onbegroeide zanderige vlakten van te maken. In vrijwel alle gevallen zijn die geruimde bossen in ons land overigens ooit eerder aangeplant, juist om van dat waardeloze zand of hei af te komen. Het kan dus verkeren in natuurbeschermingsland.





Staatsbosbeheer geeft op dit informatiebordje uitleg over het aanleggen van een nieuw aan te leggen stuifzand. Het is te prijzen dat ze niet jokken over met de haren erbij gesleepte argumenten. Het woord ‘natuur’ wordt terecht niet eenmaal gebruikt. Chapeau!

En lees … “raakte de grond dusdanig uitgeput (…) dat (…) er niets meer wilde groeien.” Niets meer: dood, levenloos landschap dus. Dat wij en Staatsbosbeheer zo’n landschap mooi vinden, akkoord, maar ga er niet een potje om jokken. Overigens loopt ook dit project weer door tot in een Rijksschietterrein: hier bescheiden, maar toch weer een dubbele agenda?





Daarmee komen we op een volgend motief dat in geen enkele rapport, studie of krantenartikel is te lezen. Het antwoord is even simpel als niet passend in het denkpatroon van de gemiddelde natuurbeschermer: oorlogsvoering. En ja, de eerste serie gebieden die we bekeken hebben blijken inderdaad als militair oefenterrein te dienen. Afghanistan. Soms met groot materiaal, soms alleen met meer bescheiden middelen om er bijvoorbeeld kaart- of loopoefeningen te doen. Zo ontdekten we deze vorm van medegebruik in volgende gebieden:



Voorbeelden

Beekhuizerzand bij Harderwijk
Soms dagenlange militaire oefeningen met manschappen en voertuigen.

De gemeente Harderwijk schrijft op haar website: "Het Beekhuizerzand is een stuifzandgebied ter grootte van 200 ha. Het is nu nog in gebruik als militair oefenterrein. Het Beekhuizerzand is in 2004 weer teruggebracht van een bosgebied tot een echt stuifzandgebied. Hiervoor zijn vele vliegdennen gekapt en de bovenlaag van de grond is verwijderd, zodat het verstuifbare zand weer vrij komt te liggen."

Van een lezer ontvingen we het volgende bericht
In een artikeltje in De Stentor van 21 februari 2008 wordt al melding gemaakt van militaire oefeningen in het Beekhuizerzand. Er is daar toen door militairen een grote rechthoekige zandwal midden in het stuifzandgebied opgeworpen. Wandelaars en fietsers keken er raar van op en er verscheen een artikel over in De Stentor. Een citaat uit dat artikel: "Een zaak van Defensie, meldt gemeentelijk bosopzichter Roel Janssen. Tijdens oefeningen mogen de militairen het stuifzandgebied als zandbak gebruiken. Volgens woordvoerster Vanessa Vroomans van Defensie strijkt de genie de zandwallen deze week weer glad. De omwalling was gemaakt in het kader van de grote oefening ‘Uruzgan Integration’ en diende om er bepaalde scenario's uit te spelen. Maar een plas doen in de natuur is er niet meer bij: latrines mogen er niet meer gegraven worden."

Overigens kregen tal van mensen van controleurs in het Beekhuizerzand dat jaar boetes voor het laten loslopen van honden. Dat kost al gauw vijftig euro per overtreding. Los van de vraag of honden misschien beter niet in natuurgebieden moeten kunnen komen, is er geen hond meer die snapt waarom militairen daar dan wel hun gang mogen gaan.

Gemeente Harderwijk
Bivak op Beekhuizerzand
------------------------------



Kootwijkerzand
Hier vooral vliegoefeningen, soms met zeer zware vliegtuigen en enorme transporthelikopters
------------------------------



Hulshorsterzand
Helikopters verzieken de rust

In 2007 is in de omgeving van Nunspeet opschudding ontstaan over wel erg laag vliegende helikopters die mensen de stuipen op het lijf joegen. De Volkskrant schrijft: "Bezoekers van bossen die vanuit helikopters geweren op zich gericht zien, takken die afbreken en grote stofwolken: de gemeente Nunspeet meent dat het laagvliegen boven de Veluwe voor gevaar zorgt voor recreanten. De gemeente heeft Defensie donderdag in een brief gevraagd het laagvliegen boven de Veluwe met helikopters te heroverwegen. Met name het laatste half jaar krijgt Nunspeet veel klachten van recreanten binnen die menen gevaar te lopen. De bosbezoekers ervaren de contacten met het leger als bedreigend, aldus de gemeente. "

Ook De Stentor is van de partij: “Loop je lekker rustig te wandelen in het bos, hangt er opeens met veel kabaal een gevechtshelikopter in vol ornaat dreigend voor je neus, met het wapentuig ook nog op je gericht. Het gebeurt op de Veluwe en steeds vaker. (…) De gemeente is op de hoogte van voorvallen op diverse locaties op haar grondgebied dat de kernen Nunspeet, Elspeet, Hulshorst en Vierhouten omvat. Zoals op het populaire Hulshorsterzand, dat vooral bij mooi weer een grote aantrekkingskracht uitoefent op dagjesmensen. Het is daar, volgens Nunspeet, voorgekomen dat wandelaars de geweren van helikopters op zich gericht zagen."
------------------------------


Hoog Buurlo
Op een paar jaar geleden aangelegde stuifzanden wordt momenteel door uit te zenden militaire manschappen geoefend voor Afghanistan.

Op een natuurfotowebsite staat het volgende bericht: (…) "Hoog Buurlo, 18-10-2009.
Er is daar een zandverstuiving die een paar jaar geleden uitgebreid is. Veel bomen gekapt, wortels er grotendeels uitgehaald. Jammer genoeg ook een gebied waar geoefend wordt voor Afghanistan. (…)"
------------------------------



Otterlosebos

Golfen op oud stuifzand

Hierbij een bijzondere waarneming op stuifzandgebied. Een soort van medegebruik als een vorm van vredelievend prijsschieten zullen we maar zeggen.

Op een heel mooie zonnige herfstdag op 08-11-2009 bevonden zich in het centrale deel van het Otterlosebos een tiental mensen die uitbundig de golfsport bedreven. Professioneel uitgerust - voor een leek - met mooie glimmende sticks, of hoe die dingen ook moge heten, waarvan een uitgebreide verzameling keurig was opgeborgen in handkarretjes die vaardig over de ongerechtigheden in het landschap werden meegevoerd. Naar het zich liet aanzien een ongevaarlijke en vrolijke balsport met uitdagende hindernissen in oud stuifzand.

Het Otterlosebos bevat in het centrum een klein restje van dichtgroeiend stuifzand. Het overige areaal van het gebied is feitelijk een stuifzandbebossing met vooral grove den. Er loopt een beukenlaantje door het gebied. Door de vele bodemstoringen groeit er veel Amerikaanse vogelkers. Er bevinden zich enkele heel mooie (stuif)zandwallen. Aan de zijde van het Hoge Veluwe-raster bevindt zich een zeer fraai jeneverbessenbos. Op dit moment broedt men op plannen om dwars door het gebied een fietspad aan te leggen. Zo’n mooie lekker brede betonnen baan mogen we toch hopen? Golven van beton passen het meest subtiel en sfeervol in dit waardige historische landschap denken we dan maar, zoals de gemeente Rheden treffend schrijft: „In West-Europa komen stuifzanden alleen op de Veluwe voor”, hetgeen haar vermoedelijke door een spindoctor die nog een lange carrière voor zich heeft is ingefluisterd.




Kijk, die ligt lekker, dat nieuwe degelijke fietspad. Zo gaat natuurlijk ook het nieuwe fietspad in het Otterlosebos worden. Never change a winning team: in uniek DDR-design en vanzelfsprekend samengesteld uit oerdegelijk beton zodat we er weer in alle eeuwigheid tegen kunnen. Is dit niet schattig ingepast in een schilderachtig landschap, hier op een steenworp afstand in het ‘Hoenderlose Bos’? Bos? Vergeet u ook niet even op zij te springen voor deze aardige natuurbeheerder in zijn SUV?
------------------------------





Rozendaalse bos - veld of zand
De bossen in dit gebied zijn door de jaren heen steeds ouder geworden. Naast wat eik, lijsterbes en hulst, stonden er overwegend grove dennen als gevolg van een stuifzandbebossing uit 1890 en dus ooit, zoals op de meeste plekken op de hogere gronden, aangeplant om de waardeloze heide en stuifzanden voor meer productieve doeleinden om te vormen. Inmiddels leefden er vlak voor de kap nachtzwaluw, zandhagedis, ree, edelhert, wat wilde zwijnen, dassen en we troffen er keutels en prooiresten van een boommarter aan. In het gebied bevond zich een Middeleeuwse houtwal.

Plotseling kwam als uit de lucht gevallen het bericht van de gemeente Rheden dat zij het bos wilde kappen om er stuifzand van te maken. Opmerkelijk is dat vooral de wethouder van Groen Links zich er sterk voor maakte. De plannen bleken al gereed en het gebied stond bij wijze van spreken al in de steigers om onder handen genomen te worden. De bevolking voelde zich overvallen en protesteerde samen met een belanghebbende erfgename partij (de Geërfden van Velp). Maar het besluit was al genomen en de lijnen uitgezet. In tijd voor inspraak of kritiek was niet voorzien, waarmee de hele onderneming feitelijk een voldongen feit was. De regenteske hooghartigheid van vooral de wethouder van Groen Links was in deze opvallend. Het plan is voor zover ons bekend nauwelijks door haar in het openbaar verdedigd en dat uitsluitend in algemene termen als ‘goed voor planten en dieren’ en omdat het gebied ooit stuifzand was. Op een informatiebord stond te lezen: „Dit nieuwe leefgebied zal bijzondere planten en dieren aantrekken. Het compenseert daarmee ruimschoots de waarden die verloren gaan door het kappen van dit dennenbos.” Het plan spreekt verder in holle termen van „eerherstel voor een bijzonder landschap”. Ook heel wonderlijk: het informatiebord bevat doodleuk de tekst dat „de gemeente Rheden samen met (…) de Geërfden (…) heeft besloten om het Rozendaalsezand in ere te herstellen. Maar de Geërfden (of delen daaruit) bleek juist bij herhaling bij de rechter geprobeerd te hebben om de ingreep te voorkomen… Maar dat terzijde.

Voor het publiek zich goed bewust was van wat er stond te gebeuren werd er 32 hectare bos uit de grond gerukt en afgevoerd. De Middeleeuwse houtwal is door de zware machines verloren gegaan. Te laat nog om te onderzoeken of daar nog mogelijk autochtone bomen en struiken groeiden. Ten slotte is door wethouder Tiemens van Groen Links vóór het ruimen van ruim dertig hectare bos belooft om boscompensatie te plegen. Die belofte lijkt inmiddels in een onaangename politieke rook te zijn opgegaan.





Het Rozendaalsebos wordt Rozendaalsezand

Iedereen raakt wel eens uitgekeken op het oude behangetje en ja, je kijkt dan eens bij de buren en denkt: hé ik wil ook wel een stuifzandje. Voortvarend als we dan zijn is een heel landschap van 120 jaar in een oogwenk door één engerd op een gruwel van een stalen monster geruimd, en zie, ‘eerherstel’ van een mooi landschap. Jammer dat de burger er pas wat van merkt als de kettingzagen voor hun deur worden uitgeladen.






Tijdens het integraal verwijderen van de boven- en ondergrondse begroeiing over een oppervlak van 32 hectare heeft er het al eerder aangehaalde informatiebord gestaan. Daarop werd ter motivering van de ingreep de nachtzwaluw als belangrijke doelsoort opgevoerd. Deze soort doet het echter de laatste jaren in deze omgeving juist uitstekend. Op de plek waar nu het bos gekapt is bevonden zich een tiental territoria. Dat wordt nog spannend om te volgen hoe die zich verhouden met de verwoesting die nu door Groen Links is aangericht. Iets verderop hebben wij zelfs tientallen broedparen vastgesteld. SKB heeft daar rond eind negentiger jaren de coördinaten opgetekend van zo’n 60 roepende nachtzwaluwen. Er zijn aanwijzingen dat dit aantal de jaren daarna nog vermoedelijk met zo’n 50 procent is toegenomen. Ook landelijk is de soort de laatste dertig jaar sterk toegenomen. Bepaald komisch is dat Staatsbosbeheer in een aanpalend bos op een informatiebord eveneens de nachtzwaluw prominent opvoert, maar ditmaal voor het hebben van oud natuurlijk bos waar ingrepen nota bene helemaal achterwege blijven teneinde ook oudere bomen te krijgen, dood hout, omgevallen bomen, enzovoort. Staatsbosbeheer schrijft: „Bij dit natuurlijk bosbeheer hoort dood hout met al zijn schimmels en insecten. Voor specht, nachtzwaluw en andere insecteneters is het zelfs onmisbaar. Dan hoort u het ook eens van een ander. Staatsbosbeheer zit hier toch echt veel dichter bij de waarheid, zij het dat de combinatie oud bos en natuurlijke begrazing op schrale gronden optimaal is voor het hebben van nachtzwaluwen. Helaas voor de gemeente Rheden en voorvechter Groen Links: grote open stuifzanden zijn óók voor nachtzwaluwen rampenlandschappen. Bossen met veel open plekken en heel veel bosranden is hier het devies voor nachtzwaluwen, maar ook voor vrijwel alle andere soorten die eerder door de houtkapper van het Rozendaalsebos is opgevoerd. Sla a.u.b. nog eens het kopje „Gradiënten: de biodiversiteit gaat als een speer omhoog” aan het begin van dit artikel er nog eens op na.

Ook heeft dit gebied naar we hebben kunnen nagaan al decennia een militaire functie, maar werd daarvoor de laatste tijd niet, of minder, gebruikt. Mogelijk zijn gesloten bossen ongeschikt als speelveld voor het oefenen van oorlogsvoeringen. Stuifzanden zijn dat kennelijk wel… Het kan haast niet anders dan dat dit, naar analogie van de voorgaande voorbeelden, mede het motief voor het maken van een stuifzandgebied in het Rozendaalsebos zal zijn geweest, waardoor de druk om tegen de protesten in dit plan door te zetten zo gemakkelijk en hooghartig onder Haagse dekking doorgedrukt kon worden. De wensen en overwegingen van het publiek bleken daarbij volkomen irrelevant en ingediende handtekeningen van protest als ‘niet belanghebbend’ afgewezen.
------------------------------



Drentse Aa

Illegaal militair vertoon in natuurgebied

Boswachter slingert Luchtmobiele Brigade op de bon
Hier een wel zeer wonderlijk bericht dat we kregen doorgestuurd uit Drenthe met een overheid die illegaal met militair materieel op een particulier natuurterrein is gaan oefenen... Al gebeurde het voorval al negen jaar geleden, het geeft wel een doorkijkje hoe er over natuurgebieden wordt gedacht.

Het verhaalde speelde zich af in het Drentse Eext dat in het Drentse Aa-gebied ligt en waar "een boswachter een bataljon van de Luchtmobiele Brigade op de bon heeft geslingerd na een nachtelijke oefening op landgoed Heidehof in Eext. Landgoedbezitter D. van der Weij is des duivels over de manier waarop de brigade woensdagnacht zijn eigendom heeft geschonden. Een hoge militair had hem vorige week tevergeefs om toestemming gevraagd op het natuurterrein te oefenen. Dan gaat de landgoedeigenaar verder: "Sinds twee jaar zit op Heidehof, tot onze grote vreugde, een bewoonde dassenburcht. Deze dieren hoeven maar even te worden verstoord en je ziet ze niet meer terug", aldus Van der Weij. Tot zijn verbijstering hoorde hij in het holst van de nacht toch een helikopter landen. Zijn vrouw ging op onderzoek uit en stuitte op soldaten die door het landgoed slopen. Ze hadden er zelfs een compleet kampement opgeslagen. Om militaire voertuigen toegang te verschaffen had het bataljon het hek rond het terrein vernield. Een deel van de zeldzame planten op Heidehof was vertrapt. Van der Weij dient bij Defensie een schadeclaim in. (…) "Het gaat me niet om het geld. Wel om het gebrek aan respect waarmee de brigade te werk is gegaan. Samen met de overheid proberen we dit fraaie stukje natuur grenzend aan natuurpark de Drentse Aa te bewaren. Dan doet het pijn te merken dat diezelfde overheid op zo'n nietsontziende manier te werk gaat." Bij de Luchtmobiele Brigade was niemand voor commentaar bereikbaar."

De citaten zijn afkomstig uit een artikel in het Algemeen dagblad van 16-06-2000.

Zie ook de website van Heidehof
------------------------------




Drenthe: Balloërveld

stuifzanden ontstaan door militair gebruik

Een lezer maakte ons opmerkzaam op een WikiPedia-webpagina, waar een foto van een stuifzandgebied op het Balloërveld staat afgebeeld (helemaal onder aan de pagina). Dat stuifzandgebied blijkt juist recent ontstaan te zijn door het gebruik van militaire tanks. Er is op die WikiPedia-pagina geen enkel natuurhistorisch proces beschreven waaruit zo’n stuifzand aldaar in Drenthe van nature zou thuishoren. De begeleidende tekst luidt: „De zandverstuiving op het Balloërveld is ontstaan omdat dit een kruispunt van wegen is waar tanks keerden in de tijd dat het veld een oefenterrein van Defensie was.”

Als dit Balloërveld een natuurgebied is, dan is een steenberg uit een kolenmijn dat ook. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk vogeltjes en plantjes zouden kunnen voorkomen. Maar die groeien en bloeien ook op de twee torens van de Dom van Keulen. Op de torens zijn enige tijd geleden 160 hoger planten vastgesteld en dan praten we niet eens over onze gevederde vriendjes. In vergelijking met een Balloërveld-zandverstuiving is de Dom een verbazingwekkend rijk en gevarieerd natuurgebied! Die Dom is zo dom nog niet. Het wandelt alleen, althans voor mensen, een stuk lastiger. Daarentegen mág je in het geweldige Balloërveld-rampenlandschap als wandelaar weer niet eens van de paden af, niet omdat je dan naar beneden dondert, maar omdat dan de natuur stuk gaat. Ook s.v.p. vóór zonsopgang het gebied uit, anders krijgt u een heuse bon van het justitieel incassobureau om uw oren geslingerd. Dan is de Dom toch weer een stuk gezelliger zullen we maar zeggen, die ontvangt u met liefde des ‘s-nachts ;-)
------------------------------



Loonse en Drunense Duinen
"Dit woeste gebied is een perfecte locatie voor trainingen van de Militaire dienst" verteld ons 'Geosite' vrolijk, alwaar de diverse "geologische bezienswaardigheden in uw provincie" aan u bekend gemaakt gaan worden.

Zij gaan verder "De Drunense Duinen zijn een goed voorbeeld van een stuifzandgebied waar men probeert de zanden nog actief te laten stuiven. Al dan niet drooggevallen vennen met heide, uitblazingsvlaktes en resten van podsolbodems maken dit woeste gebied een perfecte locatie voor trainingen van de Militaire dienst. Menigeen zal hier veel hebben mogen rondlopen tijdens zijn diensttijd." Geen kevertjes of zandbij'tjes hier, maar uitgestoven vlakten voor stoere knapen.

Gaat het zien op Geosites alwaar met trots de ruigte van het stuivend zand als "perfecte lokatie voor trainingen van de Militaire dienst" worden aangeprezen.
------------------------------



Weerter- en Boshoverheide
"Dit is één van de “droge” stukken in Kempen-Broek. Stuifduinen bepalen het uitzicht en zorgen voor een aantrekkelijk en golvend landschap. De Weerter- en Boshoverheide zijn grotendeels begroeid met bossen bestaande uit grove den. Op de open plekken kom je nog restanten van de oorspronkelijke heide tegen. Daar waar begroeiing ontbreekt en de wind vrij spel krijgt vind je zandverstuivingen en landduinen. In de diepere kommen tussen de duinen konden zich enkele vennen ontwikkelen. Het grootste deel van deze 1000 ha heide is in gebruik als militair oefenterrein en beperkt toegankelijk.

Natuurgebieden rondom Weert
------------------------------



Weerter en Budeler bergen
Dit is een militair oefenterrein èn Natura 2000-gebied in Midden-Limburg. Op de dekzanden bevinden zich uitgestrekte plantagebossen, zandverstuivingen en heidevelden. Het gebied bestaat grotendeels uit lage land- en stuifduinen, met in het westen een klein deel dat tot het omliggende licht golvend dekzand-landschap behoort. Er komen zeer grote oppervlakten open en actief stuifzand voor, wat het gevolg is van het gebruik van het gebied als militair oefenterrein.

Natuurgebieden rondom Weert
------------------------------



Oproep om ook uw waarneming in te zenden
Dit zijn de eerste voorlopige voorbeelden van militaire activiteiten in natuurgebieden. We gaan op zoek naar meer en vollediger gegevens van onder andere stuifzandgebieden die een (mede)gebruik kennen van het militair bedrijf. We zijn benieuwd of u ook dergelijke activiteiten in natuurgebieden als bossen, stuifzanden of heidevelden heeft vastgesteld. We zien ook graag foto’s tegemoet. Hartelijk dank daarvoor!



Lijst van vaak genoemde 'stuifzand bewonende soorten' (in voorbereiding)



Tapuit
De tapuit is een soort van grote open gebieden en is in ons land sterk achteruitgegaan. De soort is vrijwel alleen nog te vinden in de kustduinen en in het Friese Aekingerzand. Als broedvogel heeft de tapuit een duidelijke voorkeur voor zanderige gebieden met een schaarse begroeiing. Strikt aan stuifzand gebonden is de soort echter niet. Wel kun je zeggen dat sinds 1900 veel gebieden in Nederland een minder open karakter gekregen hebben. De duinen zijn grotendeels door plantages met vooral helm en dennen vastgelegd, waardoor de aantrekkelijkheid voor deze soort ook daardoor waarschijnlijk is afgenomen. Tapuiten kwamen echter, zij het schaars, voor op en rondom stuifzandgebieden in het binnenland. Deze populaties zijn op het reeds genoemde Aekingerzand na alle vrijwel verdwenen.

Bekijken we nader naar deze soort in Europa, dan blijkt de tapuit een algemeen voorkomende vogelsoort te zijn die zijn optimum lijkt te hebben in noordelijke gebieden. Ook op Groenland en IJsland komt de tapuit als broedvogel voor. De noordelijke voorkeur herinnert aan de klimaatverandering waaruit afgeleid zou kunnen worden dat de soort zich ook daardoor wellicht meer naar noordelijke gebieden terugtrekt? Er zijn uit diverse bronnen inderdaad aanwijzingen dat zuidelijke soorten steeds noordelijker voorkomen ten koste van andere die zich nog verder noordelijk terugtrekken. Stichting Duinbehoud meld in haar laatste nummer van Duinbehoud" (oktober 2009) inderdaad enkele nieuwkomers uit het zuiden als tijgerspin, bijeneter, bokkenorchis en sikkelsprinkhaan. Dit ten nadele van noordelijke soorten die zich lijken terug te trekken, "maar minder opvallend, door de achterdeur". hoort daar ook de tapuit bij?

In heel Europa leven zeker rond anderhalf miljoen broedparen van de tapuit. De stuifzanden zoals wij nu in Nederland weer aanleggen zijn en waren voor de tapuit altijd al een uiterst marginaal habitat. De huidige Nederlandse populatie omvat zo'n 200 tot 300 broedparen. In de Sovon “Atlas van de Nederlandse Vogels” van 1987 wordt nog een populatie van 1900 tot 2500 broedparen gemeld.



Duinpieper
De achterliggende processen die leiden tot een achteruitgang in Nederland zijn gelijkaardig aan de tapuit. Het is echter geen noordelijke soort maar integendeel een soort van open gebieden in Midden- en Zuid-Europa en Centraal-Azië. Het broedgebied van de duinpieper bereikt(e) Nederland als uiterste noordwestrand van zijn verspreidingsgebied. Hij is figuurlijk van dat randje gevallen en als broedvogel praktisch gezien uit Nederland verdwenen. De Sovon “Atlas van de Nederlandse Vogels” van 1987 meld in Nederland nog 75 tot 90 broedparen in 1973-1977 en blijkt te zijn teruggelopen naar 50 tot 57 broedparen rond 1987. Op de Veluwe is hij als broedvogel al verdwenen, maar voor zover bekend nog eenmaal recent in het Kootwijkerzand gezien. De Atlas beschrijft het broedhabitat als “droge, goed doorlatende en schaars begroeide gebieden; hieraan voldoen alleen zandverstuivingen, schrale heidevelden, grote kaalslagen en brandvlakten.” Met de recente aanleg van een reeks van grote stuifzanden kan het succes daarvan natuurtechnisch gezien afgemeten worden aan de terugkeer van de duinpieper als broedvogel? Wordt dus vervolgt.

Overigens is de duinpieper in haar verspreidingsgebied een algemene soort en niet-bedreigd.



Roodborsttapuit
De roodborsttapuit is een vaak opgevoerde doelsoort om natuurgebieden om te vormen tot zand- en stuifzandgebieden. De soort kwam in Nederland voor zover bekend inderdaad vooral voor op open heidevelden en dichtgroeiende zandverstuivingen. De roodborsttapuit is echter in ons land in de tweede helft van de vorige eeuw sterk achteruitgegaan en men neemt aan dat dit het gevolg is van het verminderde areaal en verslechterde kwaliteit zand en heide. Rond 1975 herbergde Nederland zo’n 5000 broedparen, welk aantal al in de tien daaropvolgende jaren kelderde naar slechts 2000 broedparen, om vervolgens om onverklaarbare redenen opeens weer sterk toe te nemen naar zo’n 7000 broedparen rond het jaar 2000. Die toename is moeilijk te verklaren uit een toename van het areaal zand en heidevelden, want die was tot dat moment gering en staat in geen verhouding tot de plotselinge groei van het aantal roodborsttapuiten. Hoewel het hebben van zand en heide vaak mede worden gemotiveerd ter bescherming van soorten als de roodborsttapuit, heeft de praktijk dus al aangetoond dat niet zand en heide alléén belangrijke broedhabitats vormen voor deze zangvogelsoort. De soort had immers bij benadering niet zo sterk kunnen toenemen omdat de belangstelling voor zand en heide van beheerders pas zeer recent is ingezet terwijl het grootste deel nog in een planfase verkeert. Te laat voor de roodborsttapuit en ook niet nodig voor de roodborsttapuit.

Maar hoe is de toename van deze soort dan wel te verklaren? Inventarisaties laten zien dat de roodborsttapuit ook voorkomt op open graslanden en uiterwaarden (geen zand maar rivierklei) met een liefst gevarieerde natuurlijke gedifferentieerde begraasde vegetatie. En juist die natuurgebiedtypen zijn juist wél belangrijk toegenomen en synchroniseren heel goed met een relatief nieuw fenomeen, namelijk natuurlijke begrazing met runderen en paarden, soorten die daartoe door de mens zijn teruggebracht als vervangers van hun wilde maar uitgestorven tegenhangers als wild paard, wisent en oeros. De roodborsttapuit is dan ook in dergelijke natuurgebieden vast te stellen, als Veluwezoom, Ooypolder en Oostvaardersplassen, waarmee het motief voor het aanleggen van zand en heide omwille van het verkrijgen van meer en betere broedhabitats voor de roodborsttapuit in een ander perspectief is komen te staan.


Nachtzwaluw

Karakteristieken van de volgende soorten zullen later worden toegevoegd:

Zandhagedis

Gladde slang

Kleine heivlinder