Artikel

Neuenburger Urwald-1


Dit ongewijzigde artikel is samen met beschrijvingen van andere natuurbossen eerder gepubliceerd in het boek: „Dode bomen - Levende bossen: de mooiste natuurbossen” van Luc Jans. Dit werk is in 1994 uitgegeven door Stichting Kritisch Bosbeheer.



Door: Luc Jans

Dit artikel is op 27-07-2010 geplaatst




Beheerder: Staatseigendom
Plaats: Niedersachsen, Ost-Friesland, Duitsland
Grootte: 27 hectare


Precieze locatie en bereikbaarheid
Het Neuenburger Urwald ligt in een bosgebied 20 km ten zuidwesten van Wilhelmshafen. De hoofdingang ligt aan de Bundesstrasse 437 tussen Neuenburg en Bockhom (± 2 km van Neuenburg). Er is een treinstation in Bockhom.


Eigendom en status
Sinds 1870 wordt het gebied als natuurreservaat beheerd. In 1935 is het terrein aangewezen als staatsnatuurreservaat. Het is echter nog steeds geen strikt reservaat.


Toegankelijkheid
Neuenburger Urwald is vrij toegankelijk op de verschillende paden die het terrein doorkruisen. Vanaf die paden is een goede indruk te verkrijgen.


Landschap
Dit reservaat ligt in een productiebosgebied van ongeveer 600 ha. Het bevindt zich ongeveer 10 meter boven zeeniveau en het heersende klimaat is vergelijkbaar met dat van Oost-Nederland. De jaarlijkse neerslag bedraagt ongeveer 780 mm. Het bosgebied ligt midden op een lage vlakke rug, die ingesloten is tussen moerassen en heiden. De sterk fluctuerende grondwaterstand ligt ongeveer 40-100 cm beneden het maaiveld. De bodem is een matig voedselrijke bosbodem van een 50 tot 120 cm dikke laag lemig zand op keileem (vochtige gele laag).


Vegetatie en flora
Het Neuenburger Urwald is een gevarieerd bos met zomereik, beuk en haagbeuk als dominante boomsoorten. Beuk en zomereik vormen veelal de hoge boomlaag (tot 35 meter hoog) en haagbeuk en wilde lijsterbes, met een enkele beuk, vormen een laag daaronder. De oudste eiken bereiken een leeftijd van zo'n 700 jaar. Ook staan er enkele beuken met leeftijden van meer dan 500 jaar. Er groeit massaal hulst in de ondergroei. Van de boomsoorten weet vrijwel alleen de beuk zich te verjongen, slechts sporadisch andere boomsoorten. Verjonging van eik is afwezig. Ook hier treedt dus een duidelijke successie naar beukenbos op. Ondanks dat de structuurvariatie in het Neuenburger Urwald groot is, bestaat de boomlaag op sommige plekken vrijwel volledig uit beuken. Dit bos is iets soortenarmer dan Urwald Hasbruch. In de kruidlaag is vooral bosanemoon sterk vertegenwoordigd. In het Neuenburger Urwald zijn drie bostypen te onderscheiden:

- Beuken-Eikenbos (op de voedselarmste zandbodems; vrij soortenarm);
- Eiken-Haagbeukenbos (op leemgronden met fluktueren de grondwaterstanden; soortenrijk);
- Gierstgras-Beukenbos (op de iets drogere, lemige zandbodems).




Indrukwekkende zeer oude eik in Neuenburger Urwald.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Boomlaag
Vooral beuk, zomereik, haagbeuk en wilde lijsterbes; een enkele wintereik of gewone es.


Struiklaag
Veel hulst; ook eenstijlige meidoorn, hazelaar, klimop, wilde lijsterbes, sleedoorn, gewone braam, framboos, gewone vlier, Gelderse roos, wilde kamperfoelie en verjonging van beuk.


Kruidlaag
Soortenrijk; o.a.: blauwe bosbes, bleeksporig bosviooltje, bosanemoon, bosereprijs, bosgeelster, bosgierstgras, boswederik, boszegge, dalkruid, drienerfmuur, dubbelloof, eenbloemig parelgras, gele dovenetel, gevlekt longkruid, gewone eikvaren, groot heksenkruid, grote brandnetel, grote muur, heelkruid, ijle zegge, kleine maagdenpalm, klein heksenkruid, klimop, lievevrouwebedstro, mannetjesvaren, muskuskruid, pijpestrootje, ruige veldbies, ruwe smele, schedegeelster, slanke sleutelbloem, smalle beukvaren, smalle stekelvaren, speenkruid, verspreidbladig goudveil, wijfjesvaren en witte klaverzuring.


Fauna
Van de vogelbevolking in Neuenburger Urwald is veel minder bekend dan van Urwald Hasbruch. Waarschijnlijk zijn er grote overeenkomsten. De volgende kenmerkende soorten komen zeker in het Neuenburger Urwald voor: zwarte specht, groene specht, grote bonte specht, kleine bonte specht, middelste bonte specht, gekraagde roodstaart, bonte en grauwe vliegenvanger, holenduif, appelvink, bosuil en wespendief. Kenmerkend voor een natuurbos is de hoge dichtheid van holebroeders. Aan de grote verscheidenheid van natuurlijke holen en spleten in een goed ontwikkeld natuurbos is overigens fraai te zien dat nestkastjes deze slechts beperkt kunnen vervangen. Aan zoogdieren is het Neuenburger Urwald niet bijzonder rijk. Das, boommarter, vos, ree en eekhoorn komen ondermeer in dit bosgebied voor. In de omringende bossen komen edelherten voor, waarschijnlijk komen ze ook wel eens in het oerbosreservaat. In poeltjes van omgevallen bomen komen ook de vuursalamander en alpenwatersalamander voor. Spectaculair zijn de grote, in dikke vermolmde bomen, levende insecten, vliegend hert en neushoornkever, welke in Nederlandse bossen nauwelijks meer voorkomen.


Geschiedenis
De geschiedenis van het Neuenburger Urwald is vrijwel identiek aan die van het Urwald Hasbruch.

Oorspronkelijk was dit bosgebied het eigendom van kloosterorden. In de 15e eeuw kwam het in adellijke handen. Eeuwenlang was het een zogenaamd Hudewald, (http://www.nieuwe-wildernis.nl/index.php?id=179 | het begrip ‘Hudewald’ wordt nader besproken in het artikel over Borkener Paradies]]) hetgeen inhield dat boeren het recht hadden om strooisel en brand-en geriefbout te oogsten. Ook lieten ze er hun paarden, koeien, varkens, schapen en ganzen grazen. Het beheer stond vooral in dienst van het vee, de bomen leverden zaad en loof als veevoer. De klimop werd bestreden om zijn vermeende schade aan bomen. Ondanks al deze invloeden gedurende eeuwen is het Neuenburger Urwald een relatief ongestoord 'oerbos'. Het bevat vrijwel alleen inheemse soorten en de bodem is voor het grootste deel ongestoord, bovendien heeft er altijd bos gestaan. Sinds 1850 vindt er vrijwel geen houtkap meer plaats en sinds 1927 wordt het bos niet meer beweid (wellicht al eerder). Na een storm in 1898 zijn er enkele lariksen, berken en Amerikaanse eiken geplant, ook in 1947 nog enkele eiken. In 1970 zijn een vijftigtal beuken geveld en heeft men jonge eiken geplant om de successie naar beukenbos te remmen. Behalve deze relatief kleine ingrepen is hier dus al meer dan honderd jaar een spontane ontwikkeling. Het reservaat is in 1947 wel een stuk kleiner geworden omdat een groot stuk bos gekapt werd vanwege een na-oorlogse brandstofcrisis. In 1930 zijn in een deel van het gebied drainagesloten gegraven. Het effekt van deze sloten op de ontwikkelingen in het reservaat is moeilijk precies aan te geven. Enige verdroging zal echter zeker het gevolg zijn geweest. De stormen van 1972-1973 hebben vele grote en kleine open plekken doen ontstaan. Hierin is veel hulst, gewone braam, framboos, sleedoorn, beuk en haagbeuk opgeslagen. Ook de stormen van 1990 hebben veel bomen het leven gekost. Er was vooral veel stambreuk.


Huidig beheer
Het huidige beheer bestaat in principe uit een nietsdoen-beheer. Het lijkt er echter op dat men wel wil ingrijpen om een successie naar beukenbos te voorkomen. In ieder geval worden enkele oude markante eiken vrijgehouden van al te veel concurrentie.


Bedreigingen
Verdroging speelt ook in dit gebied een rol. Het grondwaterpeil zakt door kleiwinning en drainage van productiebospercelen en landbouwgebieden rondom. Dit lijkt te leiden tot een versnelde successie naar beukenbos. De recreatiedruk is hier beduidend minder hoog dan in Hasbruch. Het lijkt dan ook geen problemen te geven.


Bijzonderheden
Het Neuenburger Urwald is iets minder natuurlijk dan het Urwald Hasbruch, maar scoort duidelijk hoger dan de vergelijkbare Nederlandse bosgebieden Norgerholt en Mantingerbos, die veel minder lang met rust zijn gelaten. De successie naar beukenbos is een boeiend aspekt en vaak onderwerp van discussie. Zeker is dat het processen zijn die langer duren dan een menselijke generatie. Zodoende is het heel lastig om feeling te krijgen voor dergelijke processen. De tijdspanne past niet goed in ons menselijk denken. De verschillende fasen van vermolming van bomen zijn in dit 'oerbos' goed te zien. De slotfase wordt gekenmerkt door het voorkomen van witte klaverzuring, groot heksenkruid, klein heksenkruid, drienerfmuur, smalle beukvaren, smalle stekelvaren, wijfjesvaren, kiemplanten van wilde lijsterbes en haagbeuk, en allerlei grote mossoorten.


Literatuur
Cosijn, R. & B. Huisman (1993). Hasbruch & Neuenburger Urwald. Voorinformatie bij de reis naar Oost-Friesland, Duitsland. Wolftrail, Hengelo.

Koop, H. (1981). Vegetatiestructuur en dynamiek van twee natuurlijke bossen: het Neuenburger en Hasbrucher Urwald. Verslagen van Landbouwkundige Onderzoekingen 904. Pudoc, Wageningen.

Lans, H.E. van der (1984). Over zomergroene loofoerwouden van het Nederlandse klimaatgebied. Stichting Kritisch Bosbeheer, Utrecht.

Lans, H.E. van der (1981). Interessante bossen in Nederland en oerwoudresten van Europa. Stichting Kritisch Bosbeheer, Utrecht.

Pott, R. & J. Hüppe (1991). Die Hudelandschaften Nordwestdeutschlands. Westfálisches Museum für Naturkunde, Münster.