Artikel

Borkener Paradies-3


Dit ongewijzigde artikel is samen met beschrijvingen van andere natuurbossen eerder gepubliceerd in het boek: „Dode bomen - Levende bossen: de mooiste natuurbossen” van Luc Jans. Dit werk is in 1994 uitgegeven door Stichting Kritisch Bosbeheer.



Door: Luc Jans

Dit artikel is op 23-07-2010 geplaatst




Beheerder: Markengemeinde Borken
Plaats: Niedersachsen (Landkreis Meppen), Duitsland
Grootte: 30 hectare


Precieze locatie en bereikbaarheid
Het Borkener Paradies ligt bij de stad Meppen, net over de Duitse grens bij Emmen en ongeveer 4 km ten westen van het dorpje Borken. Er zijn twee ingangen aan een landweg die langs de zuidkant van Borkener Paradies loopt. Dit is een zijweg van de weg van Borken naar Holthausen. Vanaf het treinstation in Meppen rijdt een bus naar het dorpje Versen. Vanaf Versen is het nog enkele kilometers lopen.


Eigendom en status
Het gebied is in eigendom van een coöperatie van boeren (de zogenaamde Markengemeinde Borken). Sinds 1937 is het een natuurreservaat.


Toegankelijkheid
Het gebied is vrij toegankelijk op de paden.


Landschap
Het Borkener Paradies is een open landschap, waardoor je een goed beeld krijgt van de invloed van grote plantenetende dieren op de vegetatie; het terrein wordt namelijk intensief begraasd. Het landschap bestaat uit een mozaïek van open terrein, doornig struweel en bos. Ongeveer een derde bestaat uit bos en ongeveer tweederde uit open ruimte als grasland en stuifzand. Het is een rivierduinlandschap in een meanderlus van de rivier de Ems en maakt deel uit van het zogenaamde Versener eiland. De Ems is zeer bochtig in deze regio. De duinen komen vooral langs de oostkant van het Emsdal voor. Deze duinvorming is vooral de laatste twee eeuwen opgetreden. Vroeger overstroomde de Ems hier regelmatig. In 1943 was dit echter voor het laatst gebeurd, tot plotseling in de winter van 1993 op 1994 een zeer hoge waterstand optrad, gecombineerd met overvloedige regenval.Half april 1994 stond er nog steeds een deel van het terrein onder water. Het open gedeelte heeft vrijwel volledig onder water gestaan.

De bodems van het Borkener Paradies bestaan voor het grootste deel uit droge fijne zandbodems (lage grondwaterstanden; stuifzand). Voor een klein deel echter uit vochtige, zwak lemige bodems. (hoge grondwaterstanden; periodiek onder water). Een heel klein deel bestaat uit riviersedimenten.

De directe omgeving van het Borkener Paradies bestaat ten dele uit bos en ten dele uit intensief gebruikte akkers en weilanden.




Vroeger een algemeen verschijnsel: tegenwoordig is een overstroomde Borkener Paradies een zeer zeldzaam verschijnsel. De opname is in 1994 gemaakt.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Vegetatie en flora
Het bos van het Borkener Paradies bestaat voornamelijk uit zomereik. Deze eiken hebben door de eeuwenlange begrazing een typisch korte stam en een brede kruin. Ook staan enkele gewone essen onder het eikenbos en soms een esdoorn, linde of gladde iep. De eiken in het gebied zijn zeer grillige gevormd en sterk vertakt., hetgeen het bos een mystiek uiterlijk geeft. Ook staan er een paar groepjes haagbeuken (onder andere bij de westelijke ingang). De begrazing heeft een sterke invloed op de soortensamenstelling en structuur van het bos. In het bos komt erg weinig ondergroei voor. De struiklaag is weinig bedekkend, plaatselijk wel veel hulst en soms wilde kamperfoelie, gewone vlier, wilde kardinaalsmuts of sporkehout.

Sleedoorn groeit massaal op de overgang van bos en open grazig terrein. Hier breidt de sleedoorn zich vegetatief uit, het groeit als het ware de open vlakte op. Hierbij beschermt het zomereiken, die binnenin dit doornstruweel kans zien om aan de grote vraatdruk te ontsnappen.

Door dit mooie samenspel van begrazing en regeneratie van sleedoorn en zomereik gaan bos en grasland geleidelijk in elkaar over. deze mantel van sleedoorn en meidoorn toont erg natuurlijk. Dergelijke mantel/zoomvegetaties staan bekend om hun grote aantal bloeiende kruiden en hun rijke vogelbevolking.

Het gering aantal beuken in dit terrein komt waarschijnlijk omdat de beuk erg slecht tegen begrazing kan. Ook zou de soms hoge grondwaterstand in het verleden oorzaak kunnen zijn. De beuk kan er slecht tegen om met z'n voeten in het water te staan. De twee berkensoorten ontbreken volledig. Ongetwijfeld zal de eeuwenlange begrazing hiervan de oorzaak zijn. De paarden die het gebeid begrazen eten graag aan de schors van de gladde iep. Daardoor is er bi sommige iepen sprake van veel opslag bij de stamvoet, hetgeen in een dichte haag van nieuwe loten resulteert. Deze haag is vervolgens te dicht voor de paarden om nog bij de middelste stam te komen, waardoor deze kans ziet om door te groeien.

De kruidlaag onder het bos is soortenarm, behalve gewoon struisgras, grote brandnetel (plaatselijk veel) en speenkruid komt er niet veel voor. Op de nattere delen komen ook hondsdraf, penningkruid, hop en groot springzaad voor.

Er groeien massaal epifyten op de bomen, vooral veel mossen maar bijvoorbeeld ook eikvaren. Ook de klimop groeit tot hoog in de bomen.

De vegetatie van de graslanden is wel soortenrijk. Er zijn veel gradiënten in reliëf, vochtigheid en voedselrijkdom. Van zeer droog tot vochtig komen daar onder andere voor: zandzegge, buntgras, tripmadam, struikheide, schapegras, bochtige smele, klein vogelpootje, grote tijm, schapezuring, hondsroos, grote brandnetel, kleefkruid en hondsdraf.




Oude door storm gevelde boom in het Borkener Paradies.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Fauna
De belangrijkste (structuurvormende) dieren zijn natuurlijk de paarden (rijpaarden) die het gebied begrazen.

Het gebied staat bekend om zijn vogelrijkdom. De grote structuurvariatie van het gebied geeft ruimschoots mogelijkheden voor ondermeer: braamsluiper, grasmus, grauwe klauwier, nachtegaal (veel), buizerd, grote bonte specht, zwarte specht, groene specht, wielewaal, boomklever en torenvalk. Ook leven er veel fazanten. Deze soort is oorspronkelijk afkomstig uit Azië en is vanwege jachtreden ingevoerd, Dankzij de vele voederplaatsen weet de fazant zich in Europa goed te handhaven.

De mantelvegetaties zoals de sleedoornhagen aan de bosranden, staan bekend om hun dagvlinderrijkdom.

Aan zoogdieren komen in ieder geval konijn, haas, mol (veel), bunzing, wezel en ree voor.


Geschiedenis
Het Borkener Paradies wordt al sinds de Middeleeuwen (wellicht nog langer) begraasd door paarden en runderen. Tot 1958 liep er ongeveer één koe per hectare, daarna is de begrazingsdruk iets verlaagd en vrij constant gehouden.

In 1958 is het moeras in het oosten van het reservaat gedempt. Het bosje in het midden ervan is gehandhaafd. In het gebied hebben in het verleden veel bodemstoringen plaatsgevonden.


Huidig beheer
Voor zover bekend wordt het gebied de laatste jaren alleen met paarden begraasd. De huidige dichtheden geven duidelijk een vrij intensief begrazingsregime te zien. De graslanden worden door de paarden zeer kort gehouden en er is weinig verjonging van bomen. In het verleden werden verschillende stukken grasland jaarlijks met kunstmest bemest. Het is niet duidelijk of dit nu nog gebeurt.

Ook vindt er regelmatig jacht op hazen, konijnen, fazanten, patrijzen en reeën plaats. Er zijn zelfs twee fazantenvoederplekken.

Er wordt weinig gekapt, maar in de winter van 1994 is toch het hout van twee dikke omgewaaide eiken (ongeveer 135 jaar oud) geoogst.


Bedreigingen
In het recente verleden werd er bijna een weg door het gebied aangelegd. Nu loopt die weg er vlak naast, verstoringen zullen er zeker zijn. Het grondwaterpeil is gedaald en daalt nog steeds. Overstromingen komen nauwelijks meer voor. De overstromingen in de winter van 1993 op 1994 was niet echt gepland. Dergelijke overstromingen hebben heden ten dage ook nadelen door het vervuilde rivierwater. Ingrepen zoals het verwijderen van de stammen van de twee omgewaaide eiken verstoren het ecosysteem aanzienlijk. Naast schade aan de bodem, wordt het natuurlijk proces van verrotting van de stam geen kans geboden, terwijl dit juist unieke biotopen oplevert. Natuurlijk houdt ook jacht in het gebied een essentiële aantasting van de natuurlijke processen in.


Bijzonderheden
Kan dit gebied ook een goede voorbeeldfunctie vormen vergelijkbare gebieden in Nederland, waarin sleedoorn en meidoorn veel minder voorkomen? Waarschijnlijk wel. Sleedoorn en meidoorn zullen zich bij begrazing ongetwijfeld gaan vestigen of uitbreiden.


Literatuur
Burrichter, E.R., Poty, T., Raus & R. Wittig (1980). Die Hudelandschaft Borkener Paradies im Emstal bei Meppen. Abh. Landesmuss. Naturk. Münster Westfalen 52(4): 1-69.

Outhuis, H. (1980). Het Borkener Paradies. Over de mogelijkheden van een vergelijking tussen Duitse en Nederlandse rivierduinlandschappen. Verslag nr. 533. Vakgroep Natuurbeheer, Landbouwhogeschool Wageningen.