Artikel

Eerlijke markt en duurzaam


Gewoon een gelijk speelveld
Van vele kanten en in vele toonaarden is al jaren gepleit voor een gelijk speelveld of 'Level Playing Field' op de handelsmarkt, want dat is een bijzonder groene sleutel. Je krijgt dan eerlijke concurrentie omdat de echte (ook maatschappelijke en nu vaak afgewentelde) kosten in de prijs zijn opgenomen. Dat is toch niet te veel gevraagd, zou je zeggen.




Door: Jan Juffermans
Dit artikel is op 17-05-2010 geplaatst




Dit jaar (2010) precies 27 jaar geleden stuurde De Kleine Aarde (DKA) samen met diverse andere organisaties ‘De brief aan Braks’ over oneerlijke concurrentie in de landbouw. Daaruit is toen een structureel overleg tussen het ministerie van Landbouw en de biologische sector voortgekomen; eerst via het Platform Biologische Landbouw en later via Biologica. Maar er is al die jaren fundamenteel nog steeds niets veranderd. Zo blijft de biologische landbouw veroordeeld tot een paar procent in de marge. En de mensen denken volkomen onterecht dat biologische productie duurder is.


Als je het nuchter bekijkt zijn we als DKA, en vele andere organisaties, al die tijd aan het lijntje gehouden. Als er in het algemeen, maar met name op het gebied van landbouw, energie en mobiliteit, een eerlijke marktsituatie zou bestaan, zou de samenleving al veel en veel duurzamer zijn geweest.

In 1989 maakte een rapport van Bureau Berenschot duidelijk dat, indien de vervuiler zou betalen in de landbouw, de biologische producten het zouden winnen op de markt van de ‘gangbare producten’, gewoon qua prijs. De biologische producten zouden in verhouding voordeliger worden (door schaalvergroting), maar de gangbare producten een stuk duurder. Het algemene prijspeil voor voedsel zou enigszins omhoog gaan. In de winkel/supermarkt zou ongetwijfeld bijna iedereen voortaan de voorkeur geven aan de voordeliger biologische producten.

Welke krachten hebben die eerlijk concurrentie al die jaren tegen gehouden? Het principe ‘de vervuiler betaalt’ bestaat immers in de politiek al langer dan 25 jaar, in theorie dus vooral. Je kunt je voorstellen dat vele ‘Wageningers’ en de ambtenaren op het ministerie van Landbouw het niet over hun hart konden verkrijgen dat de biologische landbouw het op de markt zou winnen. Is het vooral die psychologische factor? En wanneer is die incubatieperiode dan voorbij? Wanneer krijgen we eindelijk gewoon een gelijk speelveld voor ons voedsel?

Zoals al opgemerkt, hetzelfde knelpunt geldt voor energie en mobiliteit. Vliegen zou al lang veel duurder moeten zijn dan vervoer per trein. Wind- en zonne-energie zijn bij een goede calculatie echt voordeliger dan die uitermate schadelijke fossiele brandstoffen (zie het Stern-rapport). Maar ook daar is er nog geen gelijk speelveld. Het Feed-in-systeem is voor energie een bescheiden begin, omdat daarbij de vervuiler een beetje gaat betalen, en dat geld komt ten goede aan de toepassing van duurzame energie. Een klein doorbraakje ...


Jan Juffermans is beleidsmedewerker De Kleine Aarde mondiale duurzaamheid.