Artikel

De Veluwe verdient aandacht


De Veluwe als geheel verdient meer aandacht. Kleine, vrij irrelevante kwesties halen geregeld het NOS Journaal, de problematiek van de Veluwe als geheel nooit.

Doordat het publiek de Veluweproblematiek niet oppakt, want te ingewikkeld, is het voor de landelijke politici ongevaarlijk over de Veluwe te zwijgen. Dus zwijgen ze.




Door: Michiel Hegener

Dit artikel is overgenomen uit Nieuwe Veluwe, oktober 2009
Dit artikel is op 09-02-2010 geplaatst



Het lijkt een gril van het lot: de Veluwe, het grootste laaglandnatuurgebied van Noordwest-Europa en een van de mooiste ijstijdenrelicten ter wereld, ligt in het hart van het overvolle Nederland, doorsneden door ruim honderd kilometer snelweg en honderden kilometers hek, ingesnoerd door een steeds dichtere krans van bebouwing. De Veluwe is een zegen voor Nederland, maar het omgekeerde geldt niet. De hekken, de snelwegen en de insnoering mogen tot de grootste erkende problemen horen, er is één groot overkoepelend probleem dat zelden als zodanig wordt erkend: de complexiteit van de problemen van de Veluwe. Dat de ligging in het hart van Nederland de Veluwe belemmert om te schitteren als natuurgebied komt niet door enkele, snel te bevatten oorzaken. Het is een combinatie van militaire activiteiten, bungalowparken, mountainbikers, plezierjagers, onaangelijnde honden, gemeentelijke ambities, starre bosbouw met dennenakkers, veel te veel bospaden, pretparken op verkeerde plaatsen, decentralisatie van de landelijke planologie, grondwaterwinning, voedselarmoede voor het wild, versnippering van beheer en beleid, veel te veel bordjes, drukke tweebaanswegen met te weinig snelheidsbeperkingen en ga zo maar door. Rapporten over de Veluwe zijn altijd taai, hoe goed geschreven sommige ook zijn. Gevolg: niet veel mensen begrijpen de problemen, en daardoor is er te weinig draagvlak bij de Nederlandse bevolking voor de bescherming. Eén helder probleem willen de mediaconsumenten nog wel tot zich nemen, zoals bijvoorbeeld het teveel aan zwijnen in 2008 of bijvoorbeeld een bosbrand. Dergelijke kleine, vrij irrelevante kwesties halen het NOS Journaal, de Veluweproblematiek als geheel nooit.

Doordat het publiek de Veluweproblematiek niet oppakt, want te ingewikkeld, is het voor de landelijke politici ongevaarlijk over de Veluwe te zwijgen. Dus zwijgen ze, er is genoeg te doen. In de Tweede Kamer komt de Veluwe, verreweg ons grootste natuurterrein, nooit aan de orde. Bizar en ongelooflijk maar waar. In of rond de Waddenzee hoeft maar dit te gebeuren of de halve Kamer zit in de gordijnen.


Aandacht is urgent
Wat er bij het publiek aan aandacht en actiebereidheid bestaat – per saldo nog aardig wat – is versnipperd als de Veluwe zelf. Er zijn tientallen plaatselijke milieuverenigingen en actiegroepen – voor de Veluwe als geheel is er alleen de landelijke Vereniging van Vrienden van de Veluwe die al drie jaar in statu nascendi verkeert, de officiële oprichting in 2006 ten spijt. Er zijn tijdschriften over de edelherten op de Veluwe, de sprengen en de beken, een klein deelgebiedje als De Hoge Veluwe, de folklore en meer, maar voor de Veluwe als geheel is er niets. Behalve dan nu, eindelijk, het magazine Nieuwe Veluwe! Het is zeer te hopen, want urgent, dat Nieuwe Veluwe het podium wordt voor iedereen die geïnteresseerd is in en bezorgd is om de Veluwe als geheel. Misschien is het verschijnen van dit nummer een mooi startmoment om wegen te banen voor iedereen, van Maastricht tot Den Helder, die in aanleg belangstelling heeft voor ons grootste natuurterrein. Die mensen zijn talrijk, het kan haast niet anders, maar de complexiteit van de problematiek en de afwezigheid van platforms weerhield hen ervan zich te manifesteren. Dus: wat doen we aan die complexiteit? Hoe maken we de problematiek van de Veluwe net zo transparant als die van de Waddenzee? Wat zijn de Veluwse equivalenten van de gasboringen en de mosselvisserij?


Inzetten op spannend thema
Een voorstel: zet bij de communicatie over en bij het polemiseren van de Veluwe in op een spannend en positief thema, iets wat in de komende jaren kan leiden tot een veel mooiere Veluwe dan nu, en dat kan dienen als kapstok voor veel deelproblemen zoals hierboven opgesomd. Dat thema is er: de natte randzones, waarvan sommige al operationele natuurgebieden zijn en waarvan er nog veel meer kunnen komen. Wat zijn natte zones? Even een korte geografieles. De Veluwe bestaat bijna geheel uit grof zand en grind dat in de loop van miljoenen jaren door de Rijn werd gedeponeerd. Omstreeks 150.000 jaar geleden duwden twee gletsjer- tongen (waar nu de IJssel stroomt en in de Gelderse Vallei), beide honderden meters dik, ongeveer 200 kubieke kilometer van dat zand tussen zich in omhoog. Later verdween daarvan weer de helft door erosie, winderosie vooral. De resterende zandberg heet de Veluwe. Er valt jaarlijks een kubieke kilometer regen op, maar dat water verdwijnt in het grove zand.


Veluwse rietvelden
Daarom lijkt en is de Veluwe vaak zo droog, en natuurtechnisch is dat onaantrekkelijk. Spannende, snel veranderende natuur ontwikkelt zich waar water stroomt of stilstaat, en veel minder op de hei of in een dennenbos. Het Veluwse regenwater verdampt voor een derde, vooral via dennennaalden, de rest zakt de diepte in en treedt na een reis van tientallen jaren als kwel naar buiten aan de randen van de zandberg. In de agrarische zones rond de Veluwe liggen sloten, net als elders in Nederland – alleen deze sloten stromen! Door die afvoerkanalen dicht te gooien wordt kwel weer echt kwel, dus water dat over kilometers brede zones fijnmazig en subtiel aan het oppervlak komt. Droog land wordt moeras. Op sommige plekken is dit al gerealiseerd. Het mooiste voorbeeld ligt onder Epe, het Wisselse Veen van Geldersch Landschap. In ontwikkeling is de Hierdense Poort van Natuurmonumenten, ten noorden van Harderwijk. Vooral bij Wissel is de aanblik al spectaculair: over een traject van nog geen kilometer loop je van droge, stoffige hei naar een landschap vol riet, kikkers en waterwild. Veluwse rietvelden! ’s Nachts komen de herten er eten, want het aanbod is daar veel groter dan op de droge Veluwe waar de VVV-folders altijd over reppen. Einde geografieles, terug naar het communicatieprobleem.




Je zou er niet zo gauw aan denken bij het zien van de huidige gortdroge Veluwe: vooral de gradiënten aan de randen waren ooit zeer rijk aan vochtige zegge- en graslandvegetaties, vol met waterrietzangers, kemphaantjes, goudveil en knolsteenbreek, om maar een paar lekkernijen te noemen. Nog tot rond 1900 trokken arme Veluwse zandboertjes zomers naar omliggende moerasgebieden om er met de hand die graslanden te maaien. Eénmaal maaien per jaar was het maximaal haalbare. Dit gebruik leeft in Europa eigenlijk alleen nog voort hier en daar in Rusland. Wie die plekken daar bezoekt valt van verbazing zijn of haar mond open over de rijkdom van de daar nog voorkomende soorten planten en dieren.

Door ontwateringen, onder meer door het aanleggen van sprengen en de moderne industriële wateronttrekkingen voor het winnen van drinkwater, maar ook het oprichten, juist op deze gradiënten, van landgoederen met de bekende bijbehorende gebouwen voor feesten en (jacht)partijen, met zijn potsierlijke lanen en Engelse tuinen en, inderdaad, niet op de laatste plaats door de massale natuurvreemde aanplanten van grove dennen, die overigens op de huidige aanwezige schaal pas vooral sinds rond 1880 zijn gerealiseerd, is de Veluwe zo verdroogd als wij haar nu kennen.

Op de foto is een van de laatste restanten van deze oude hooilandjes in een meer moderne vorm te zien. Maar toch schemert op de foto nog iets door van die oorspronkelijke rijkdom aan natuur. Heel veel natuurlijke ecosystemen die door de mens verloren zijn gegaan, zijn uitermate moeilijk te herstellen. De potenties voor de terugkeer van de natte Veluwse zomen zijn daarentegen heel groot. Als wij dat willen, dan kan de Veluwe weer een natuurparadijs worden. Eén van Europees formaat. Maar willen wij dat ook? Bezit het politieke bedrijf nog zoveel souplesse om die kansen te zien en zich daarvoor in te zetten?

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer.





Nieuw imago
Door die kwelzones, bestaande en komende, centraal te stellen in berichten en debatten over de Veluwe, versterk je de politieke wil om ze te creëren. Dat is nodig omdat de meeste potentiële kwelzones vol zitten met menselijke activiteit. Daarvan moet een deel weg, of haast alles zelfs. Dat kost veel geld en daarvoor is weer politieke wil en politiek draagvlak nodig. Aandacht voor het thema kwelzones leidt dus tot nieuwe herstelde kwelzones. Maar er wacht meer winst. Door het te hebben over natte natuur op de Veluwe, en zeker ook door die spannende Veluwse moerassen op tv, websites en in druk te tonen, zullen veel mensen opkijken. Is dit óók de Veluwe?? Dat op zich is al goed, en het leidt ook naar een nieuw imago voor de Veluwe. Dat is hard nodig, want die heidevelden en bossen komen bij velen toch wat oubollig over. Iedereen weet dat Nederlandse natuur spannender kan, nieuw is dat we daarvoor terecht kunnen op de Veluwe, nu al. Zo komen we ook terecht bij een heel andere begrenzing van de Veluwe: veel groter dan nu, deels droog, deels nat.

De kwelzones roepen ook vragen op. Hoe kan dat, rietvelden grenzend aan een heideveld? Vragen leiden naar antwoorden, en naar meer begrip over de Veluwe als uitzonderlijk ecosysteem.




Zo ongeveer zullen delen van de Veluwe er ooit uit gezien hebben. Bronnenbossen aan de randen, met oude bemoste bomen, goudveil, orchideeën en grote grazers die de voedzame groene kanten langs de beken begraasden. Langs de A-50 bij Lieren stond tot 2009 een heel groot bord met een dergelijke foto van Natuurmonumenten als lichtend voorbeeld voor de voorbijrazende automobilisten voor het weer in ere herstellen van het verdwenen Beekbergerwoud.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer.





Het maken van een natte Veluwe kan goed dienen als planologische koevoet, als instrument om iets te doen aan die insnoering door dorpen en lintbebouwing rond de droge Veluwe van nu. Er moeten bijvoorbeeld ecoducten komen voor het faunaverkeer tussen droog en nat – bij Hierden komt er in ieder geval al een, uiterlijk 2012, maar er zijn er meer nodig. Natte voedselrijke zones nodigen ook uit tot een andere kijk op wilddruk. Nu wordt vrij star vastgehouden aan 1 à 2 herten en zwijnen per 100 hectare, meer eten is er niet op die droge Veluwe. Maar kunnen ze ook naar weiden en moerassen – en al het wild is dol op water! – dan stijgt de wilddraagkracht van de hele Veluwe. Het overgereguleerde jachtbeleid van nu kan heel anders als het wild er nieuwe grasgroene zones bij krijgt, en helemaal als de dieren kunnen trekken over een rastervrije, ecoductrijke Veluwe. Laat de dieren maar gaan zwerven om eten te vinden. Als de populatiedruk plaatselijk oploopt, doen ze dat vanzelf, maar dan moeten er wel rijke voedselgronden te vinden zijn.

Meer wild heeft weer positieve gevolgen voor de wildzichtbaarheid, en dat is van belang voor het draagvlak, de politieke wil en de Veluwe als geheel. Uit enquêtes blijkt steeds weer dat de miljoenen dagjesmensen die de Veluwe jaarlijks trekt, bijna allemaal hopen wild te zien. Maar de meesten zien geen beest. Deels komt dat doordat ze niet weten hoe, waar en wanneer ze hun wildwens het best in vervulling kunnen laten gaan, probleem is ook dat er gewoon te weinig wild is. Op een deels natte Veluwe wordt dat allemaal anders.


Michiel Hegener is freelance journalist voor onder meer NRC Handelsblad, fotograaf en cartograaf. Diverse boeken heeft hij op zijn naam staan. Onlangs verscheen The Kurds of Iraq (2009), een boek gemaakt na elf reizen door het noorden van Irak. Andere publicaties zijn onder meer Vrijheid van godsdienst (2005) waarin hij wijst op belemmeringen om je eigen godsdienst te kiezen, Ons wilde oosten – De toekomst van de Veluwe (2002) over de ontkenning van de waarde van de Veluwe en Het Duckdenken – de invloed Kwik, Kwek en Kwak op onze samenleving (1999). Als fervent wandelaar en groot liefhebber van de Veluwe verzorgt hij de ANWB Veluwe fiets- en wandelgidsen.