Artikel

FSC niet verantwoord?


Het FSC-keurmerk is niet verantwoord voor tropisch hardhout uit primair bos, want Primair bos, oerwoud, wordt omgezet in secundair bos of erger, in kale vlakten.

In september 2008 heeft de grote internationale NGO – Friends of the Earth – als eerste bevestigd dat zij niet langer het door Forest Stewardship Council (FSC) certificeren van selectief gekapt hardhout ondersteunt, omdat FSC op valse gronden stelt dat het kappen van primair oerbos of climax regenwoud wenselijk of zelfs duurzaam is. Het FSC-certificaat wast momenteel op grote schaal de vernietiging van onze laatste oerbossen groen.




Door: Marc van Roosmalen en Hans van der Lans

Dit artikel is op 05-02-2010 geplaatst
Dit artikel is op 04-08-2010 bijgewerkt





Friends of the Earth was in de jaren tachtig van de vorige eeuw een van de pioniers van houtcertificering en een van de stichters van de Forest Stewardship Council (SFC), maar Friends of the Earth International (FoEI) is bezig haar lidmaatschap te herzien. Ook haar Engelse tak FoE-UK sprak vorig jaar haar ongerustheid uit over de golf van FSC-certificering die nu een controverse oproept en de geloofwaardigheid van het schema aantast. “Wij kunnen niet langer een schema onderschrijven dat niet de hoogste milieu- en sociale eisen weet in te bouwen en te garanderen. Daarom kunnen we niet langer de FSC-standaard aanbevelen.

Friends of the Earth heeft daarmee de moed gehad toe te geven dat alle schema’s van houtcertificering inclusief FSC wereldwijd ten koste gaan van de oerbossen, het klimaat en de plaatselijke bevolking. FSC’s normen voor bosaanplant en houtkap van oerbos blijken sterk frauduleus te zijn - ze worden ingezet binnen de boskapbusiness en dienen een commercieel doel. Het wachten is nu op Rainforest Action Network (RAN), Greenpeace en WWF, of zij nu ook het voorbeeld van Friends of the Earth durven volgen.

De kritiek op de FSC-certificering is van tweeërlei aard. Vanuit een ecologisch standpunt gezien kan de door de FSC voorgestane vorm van selectieve houtkap nooit duurzaam genoemd worden. Het ontbreekt ons immers aan fundamentele kennis van de ecologie van het primair tropisch regenwoud – we kennen de ontelbare intrinsieke relaties tussen de planten en de in het oerbos levende dieren niet of nauwelijks. Daarom weet men gewoon niet wat men doet, wat men met dit soort ingrijpen teweeg brengt. Na jaren van studie in de oeroude bossystemen van de Amazone kan men wel concluderen dat de meest unieke en zeldzame soorten, waaronder de gespecialiseerde fruiteters en apen de eerste en directe slachtoffers van de ingrepen zijn. Zij verdwijnen en keren niet terug. Voorts richt de kritiek zich ook op de praktische kanten van het proces waarlangs de ‘duurzame’ FSC-certificering tot stand komt, vanaf het omkappen van een boom tot de export van zijn hout. Er is veel fraude, waardoor ‘fout’, illegaal gekapt hardhout, wordt ’groen’ gewassen tot FSC-hardhout en daarmee nog een hogere prijs maakt ook.




Marc van Roosmalen bij het nemen van bodemmonsters op een beplantte terra preta.





Ecologische aspecten
1] Het aantal plantensoorten dat het Amazonewoud herbergt is naar schatting tweemaal zo groot als dat tot nu toe verzameld, gecatalogiseerd en wetenschappelijk beschreven is. De botanici bevinden zich dus nog in de spreekwoordelijke Middeleeuwen wat betreft de taxonomie van het Amazonewoud. Het effect op de omringende planten van links en rechts omgekapte exemplaren van een aantal waard-boomsoorten kan dus nooit bekend verondersteld worden.

2] Zolang we nog voor de wetenschap grote nog nooit eerder geziene en niet eerder beschreven zoogdieren ontdekken, zowel in het water, op de bosgrond alsook in het kronendak, en niets weten van de ecologie van de bekende in het oerwoud levende dieren, kan ook niets definitiefs gezegd worden over het schadelijke effect ervan en de consequenties voor de biodynamiek van het volgens FSC-criteria selectief gedunde primaire regenwoud. De term duurzaam kan hier niet op zijn plaats zijn.

3] Bij de huidige methode van selectieve kap van individuele waardbomen, die in de regel 35-50 meter hoog zijn als ze ‘oogstbaar’ bevonden worden, gaan in de regel vier tot zes andere in de buurt staande grote bomen tegen de vlakte, omdat zij met hun kronen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn door vaak armdikke onbreekbare lianen en slingerplanten. Al deze –tientallen-- soorten planten blijven anoniem, hun naam is veelal onbekend, zij worden niet in de overwegingen betrokken. Omdat deze klimstruiken, semi-epifyten en andere klimplanten voedsel verschaffen aan de complexe lokale fauna – in de vorm van blad, bloemen, vruchten, zaden, bast, nectar, sappen, harsen, etc., kan het selectief kappen van een enkele waardboom een dramatisch effect hebben op de ‘carrying capacity’ van het lokale oerwoud. Het effect van FSC-houtkap van twintig of meer waardsoorten zal dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de lokale extinctie teweeg brengen van ontelbare fauna-elementen van het lokale oorspronkelijke primaire regenwoud. De term ‘duurzaam’ is hier misplaats.

4] Meer dan 80% van de met FSC-certificering gekapte waardsoorten zijn bomen die als voedsel-leveranciers van essentieel belang zijn voor de specialisten, de obligaat vruchtenetende dieren, zoals de grote en kleine apen en vogels. Dat heeft een co-evolutionaire verklaring. Waardsoorten zijn in de regel hardhoutsoorten die heel langzaam groeien. Zij hebben grote zaden met veel reservevoedsel in de kiemlobben, zodat zij op relatief donkere plekken in de ondergroei van het primaire regenwoud kunnen kiemen en opgroeien. Het zijn boomsoorten die in de co-evolutie veel energie in hun vruchtvlees en zaden geïnvesteerd hebben voor een adequate endozoochore (*) zaadverspreiding, dat wil zeggen; zij trekken met hun pulp, die relatief rijk is aan voedingsstoffen (zoals eiwitten, vetten en sporenelementen), juist die dieren aan die zonder kauwen de zaden met de pulp inslikken en onbeschadigd uitscheiden ver weg van de moederboom. Op deze manier verspreidde zaden hebben een veel grotere kans om uit te groeien tot een volgroeid exemplaar dan zaden die bij rijpheid afvallen en dus onder de vruchtdragende boom op de grond vallen. Deze zaden trekken alle mogelijke zaad- en zaailingeters (ook zaadkevers) aan en vallen ten prooi aan zaad- en zaailingpredatoren op de bosgrond en worden dus vernietigd.

Note: De informatie over de in het kader van de selectieve (FSC-)kap interessante soorten komt vandaan bij uitvoerders van het FSC-gecertificeerde houtkapbedrijf MIL Madeireiro, overigens deels door Nederlanders opgezet en geleid. Zij hebben concessies voor selectieve houtkappercelen in de buurt van de stad Itacoatiara, aan de linkeroever van de rivier de Amazone. Het WNF presenteert dit bedrijf alom als haar FSC-modelproject.

5] Bij alle FSC- gecertificeerde houtkapconcessies in het Braziliaanse Amazonegebied kan men constateren dat de her en der gemerkte ‘oogstbaar’ geachte waardbomen van vaak meer dan twintig waardsoorten met kettingzagen omgezaagd worden. De boomstammen worden dan via een uitgebreid netwerk van sleepwegen door middel van tractoren of bulldozers uitgesleept. Na enige tijd valt te constateren dat het microklimaat in de randzones langs deze sleepwegen steeds droger wordt door het direct binnenvallen van zonlicht. Steeds meer bomen en lianen sterven daardoor af. Deze zijn absoluut afhankelijk van een honderd procent vochtig bosklimaat, ze zijn niet aangepast aan minder vochtige klimaten zoals die in savannebossen en struiksavannes voorkomen, die bosbouwers vaak als referentie hebben. De verdroging en het geleidelijk sterven is een langzaam voortschrijdend proces. Verder kunnen deze randzones van tijd tot tijd geteisterd worden door orkaanachtige valwinden (vendeval), die vooral plaatsvinden in de overgang van droog naar nat en nat naar droog. Daarbij kunnen soms uitgestrekte bossen met alles erop en eraan in hun geheel omwaaien. Alles bij elkaar worden deze volgens het FSC-concept selectief gekapte oerwouden in de loop der tijd vatbaar voor grootschalige bosbranden, waarbij niet alleen de ondergroei maar ook het kronendak met zijn wirwar aan lianen aan de vlammen ten prooi valt. Dit proces heeft van Roosmalen met eigen ogen kunnen aanschouwen in de deelstaat Mato Grosso, op een 85.000 ha grote particuliere fazenda. IBAMA had de eigenaar het FSC-keurmerk verschaft voor grote partijen waardhout. Een groot deel van het totale bos is tot de grond toe afgebrand. Met deze nachtmerrie voor ogen is het bedrijf MIL Madeireiro nu naarstig op zoek naar nieuwe door de overheid voor dit initiatief beschikbaar gesteld primair regenwoud, nu zoekt men in de deelstaat Pará. In de nabije toekomst willen ze de met dit lot bedreigde bospercelen bij Itacoatiara verkopen en willen ze in Pará van voren af aan beginnen. De nieuwe eigenaar van deze in ecologisch opzicht gehavende percelen is niet verplicht met FSC-certificering door te gaan. Ook hier is dus geen sprake van duurzame exploitatie van primaire regenwouden. Reeds na de eerste ‘duurzame’ FSC-ingreep zet het verval duurzaam in!


Praktische aspecten
1] Grote partijen illegaal, op andere locaties gekapte boomstammen worden, veelal ’s nachts, met volle vrachtwagens met gedoofde koplampen van en naar MIL Madereiro bij Itacoatiara vervoerd en daar met het FSC-keurmerk ‘groen’ gewassen. Daarbij moet worden opgemerkt dat er geen internationale waarnemers betrokken zijn bij de afgifte van het keurmerk. Het is veelal het federale instituut IBAMA dat de keurmerken verleent. Dat kunnen lagere ambtenaren zijn in de deelstaten, maar ook is het herhaaldelijk gebeurd dat grote partijen van bijvoorbeeld de Braziliaanse mahonie (business - Swietenia marcophylla) ergens op de wereld opduiken, zoals in de haven van Rotterdam. Het FSC-keurmerk of in het geval van de mogno – een hoogst met uitsterven bedreigde endemische hardhoutsoort uit de Braziliaanse Amazone.

2] Een CITES-verklaring, blijkt dan bij nader onderzoek door een lagere ambtenaar van IBAMA-DF (het landelijk kantoor in Brasilia) afgegeven te zijn. Vaak worden de bomen gekapt binnen Indianenreservaten waar de cacique (opperhoofd) met steekpenningen wordt omgekocht en zijn fiat geeft. Dat is ook een vorm van witwassen van illegaal gekapt hardhout. Ook hier kan men constateren dat overheidsfunctionarissen aan het hoofd staan van grootschalige ‘scams’, corruptieschema’s die gesanctioneerd worden door de grote internationale natuurbeschermingsorganisaties als WNF, Greenpeace en het Rainforest Action Network (RAN). En zo komt het dus dat de miljoenen treinkaartjes van de Nederlandse Spoorwegen een groen duurzaam FSC-keurmerkje hebben. De burger moet het gevoel krijgen dat hij twee vliegen in één klap slaat door in plaats van de auto met de trein te reizen, dat hij zo bijdraagt aan het terugdringen van het CO₂-gehalte in de atmosfeer en ook nog bijdraagt aan het behoud van de laatste tropische oerwouden op Aarde. “Red het tropisch regenwoud, koop FSC-hout…”” Het is een scam…

3] Tenslotte blijkt het uitgebreide netwerk van sleep- en transportwegen ook secundair te leiden tot vernietiging van het bos. De ontsluiting van de FSC-concessie maakt het mogelijk dat derden het gebied binnentrekken. Dit leidt tot illegale kap, jacht en stroperij. Er ontstaan branden en er vestigt zich een nieuwe bevolking. Het resultaat laat zich raden.


*] Het begrip ‘Endozoochore zaadverspreiding’ omvat het zeer fundamentele veelomvattende mechanisme in natuurlijke ecosystemen van zaadverspreiding door insecten, vogels, zoogdieren, enzovoort.