Artikel

Vissenbescherming


Gevoel voor vissen



De meeste berichten over vissen zijn slechte berichten. De grote wereldzeeën raken steeds leger, walvissen worden met speciale schepen voor wetenschappelijke doeleinden achtervolgt, waarna een ieder die het maar wil zien daarvan de lichaamsresten in Japanse en Noorse supermarkten in de vrieskasten kan terugvinden. De eens zo talrijke dolfijnen verdwijnen massaal als bijvangsten in de netten van grote vissersschepen. Van hoe verder weg er over vissen wordt bericht, hoe sympathieker, zo lijkt het wel, staat het Nederlandse publiek tegenover dat nieuws en gruwelt ervan, maar voelt dat je als eenling maar weinig tegenover deze vorm van roofbouw kunt uitrichten.

Toch zwermen ook Nederlandse vissersschepen uit over de aardbol en halen op industriële wijze heel veel vissen boven water, onder andere langs de kusten van Somalië, waardoor de lokale vissers met hun betrekkelijk primitieve bootjes die daar vanouds van visvangst leven, met lege handen achterblijven. De bevolking voert dit als belangrijke reden aan waarom zij zijn overgegaan op het kapen van voor hun kust voorbij varende grote westerse met kapitaalgoederen beladen vrachtschepen, die van Azië onderweg zijn naar Europa en vice versa.

Maar ook in eigen land hangt het leven van vissen niet zelden aan zijden draadjes. De zalm en steur zijn al heel lang geleden door overbevissing uit onze wateren verdwenen, binnenkort zo vrezen sommigen, volgt ook de paling.

Natuurlijk kan elke individuele burger wel degelijk wat doen om onze relatie met vissen te verbeteren. Kritisch en terughoudend zijn ten aanzien van visconsumptie bijvoorbeeld. Misschien biedt het kweken van vissen een uitweg. Zo eenvoudig is dat echter niet omdat gehouden vissen zeer gevoelig zijn voor schimmels en ziekten, die weer met medicijnen bestreden moeten worden. Een groot nadeel is tevens dat de in de kwekerijen gehouden vissen altijd weer weten te ontsnappen en zich vermengen, voor zover die er nog zijn, met hun wilde soortgenoten. Dit zien we al op grote schaal in Schotland en Noorwegen gebeuren, waar de overheid met succes de industriele kweek van van wilde vissen ondersteunt.

De particuliere visserij is meer een recreatieve sport dan dat zij waarschijnlijk de visstanden waarop gevist bedreigt. Maar helemaal zonder invloed zal ook die activiteit niet zijn. We zouden er toch wat meer kritisch naar mogen kijken en ons afvragen of veel van wat wordt aangenomen wel juist is. Met name de vele discussies in kringen van de sportvisserij waar men zich afvraagt of vissen niet zo meelevend en -voelend in het leven staan als warmbloedige dieren en ons mensen. Wij vinden in zo’n geval dat de vissers zelf maar met argumenten en bewijzen moeten komen om aan te tonen dat wat zij beweren wel juist is en niet andersom. Waarom zou een vis niet kunnen voelen en allerlei dingen om zich heen kunnen ervaren als andere organismen? Aan het eind van dit berichtje plaatsen we een link naar een filmpje over een pad, die zich met zichtbaar genoegen laat aaien. Dat had u waarschijnlijk toch niet gedacht: dat een zo ‘onaantrekkelijk’ koudbloedig beest zich zoveel warmbloedige liefkozingen laat aanleunen?

Zojuist is het „Mededelingenblad 2008-2009” van de Stichting Visserijbescherming verschenen. Deze stichting verzamelt gegevens en initieert onderzoek naar allerlei activiteiten rond vissen. De moeite waard om kennis van te nemen.




Liefde met gevoel van de pad





We vangen te veel vis en we eten te veel vis, kortom: overbevissing