Artikel

Begrazing - vragen over

Door Stichting Werk Aan De Linie ben ik gevraagd om een themadag over begrazing te organiseren. Ik zal dan voornamelijk ingaan op koeien, paarden en schapen als begrazers. In dit licht ben ik geïnteresseerd in uw kennis inzake begrazing.




Vragen van de heer E.L.W. van Barneveld


Beste heer Van Barneveld. Hartelijk dank voor uw vragen over begrazing. Omdat gelijkaardige vragen ons vaker bereiken, beantwoorden we deze tevens in ons tijdschrift Nieuwe Wildernis nummer 35 (2004)




1 Wat zijn de voor- en nadelen van begrazing?
Er zijn geweldig veel diersoorten die levend plantaardig materiaal als hoofdvoedselbron gebruiken. Daaronder zijn soorten die zich in de evolutie hebben aangepast aan het begrazen van het plantendek terwijl ze oorspronkelijk tenminste deels eiwitrijke voedselbronnen van dierlijke herkomst gebruikten. Soms heeft dat tot merkwaardige aanpassingen geleidt. Denk aan de pandabeer. Deze eet tegenwoordig uitsluitend plantaardig materiaal. Sterker nog, deze soort heeft zich gespecialiseerd op bepaalde bamboesoorten. Ondanks zijn aanpassing verteerd hij dit materiaal zo slecht dat hij bijna ononderbroken moet dooreten om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen om te overleven. Zijn bestaan is in hoofdzaak gevuld met eten en slecht verteerd weer uitpoepen. Als wij over begrazing spreken dan denken wij niet zo snel aan de panda, maar juist aan soorten als paarden, runderen, elanden, edelherten en bevers. Omdat dit wilde soorten zijn en zelf bepalen hoe ze hun leefgebied gebruiken, spreken wij dan van natuurlijke begrazing. Een kameel in Burgers Zoo graast weliswaar, maar dat is geen natuurlijke begrazing. Een schaap op een weiland en een kangoeroe op de heide is dat evenmin. De diverse gradaties tussen natuurlijke begrazing en door de mens meer of minder gestuurde vormen van begrazing is, hoewel meer dan interessant, door de complexheid ervan kan niet het thema zijn van dit stukje.

De voordelen van natuurlijke begrazing zijn derhalve eenvoudig dat je daarmee natuurlijke (evolutionaire) processen, waaruit onze natuur zich heeft ontwikkeld tot wat ze nu is, weer zoveel als mogelijk zo laat functioneren. Ook al gebeurt dat gebrekkig of onvolledig, door in een natuurgebied alleen het rund weer toe te laten, maar bijvoorbeeld (nog) niet de eland of het paard, het doet aan het principe niet af. Elke ecoloog zal bevestigen dat de natuur het beste op eigen benen kan staan als zij weer zo compleet en zo volledig mogelijk kan functioneren. Heel veel soorten, plantaardige soorten als bomen en struiken, zowel dierlijke als vlinders, insecten of vogels, zijn evolutionair gebonden aan natuurlijke begrazing. De echte grazers, met name de grote grazers, blijken een fundamentele invloed te hebben op hun leefgebied. Onze natuur kan niet zonder natuurlijke begrazing. Ze zal bij afwezigheid ervan verkommeren door verlies aan dynamiek en het stagneren van natuurlijke processen. Soortenverlies en eenvormigheid is dan veelal het resultaat.

De mens kan het wegvallen van natuurlijke begrazing niet bij benadering imiteren door te kappen en te maaien. Natuurlijke begrazing is oneindig veelzijdiger door de gedifferentieerdheid ervan met allerlei overgangen en interacties tussen de diverse typen grazers. Een grazer is dus geen maaimachine. Natuurbeheerders die wel geneigd zijn om zo te denken, zitten op het verkeerde spoor. Dan blijkt het toch vaak te gaan om oude beheersdoelstellingen met nieuwe middelen.

Dit leidt dan soms weer tot een een nadeel van begrazing, namelijk dat het verkeerd kan worden toegepast. Als beheerders zich op een bepaald doel richten, bijvoorbeeld als men wenst dat bepaalde plekken in een gebied open moeten blijven, dan is men geneigd daar de begrazing op te willen afstemmen of bij te sturen. De aantallen grazers kunnen te hoog zijn of men voert de dieren bij, waardoor je niet meer kunt spreken van natuurlijke begrazing, die per definitie gedifferentieerd is en een relatie heeft met de productiviteit van de voedselplanten. Ook, misschien wel juist ook, indien daar een gebrek aan is, denk aan de winterperiode. Dan kunnen de effecten ook ongewenst zijn, zoals dat door te lange intensieve begrazing plantensoorten onvoldoende zaad kunnen zetten waardoor ze uit het gebied kunnen verdwijnen. Dit is ook een reden waarom begrazingsbeheer uitgevoerd door boeren vaak geen goed idee is. Boeren zijn al eeuwen geneigd omwille van het bedrijfsresultaat grotere aantallen grazers of economisch interessante grazers te willen inzetten en deze in dat licht willen sturen. Om het verlies aan dieren of productiviteit te verminderen gaan ze bijvoeren. De dieren moeten ook handelbaar zijn en in de bedrijfsvoering passen. Daardoor veranderen de dieren zelfs ingrijpend door selectie van hun wilde voorouder. We spreken dan bij dergelijke gehouden dieren ook zelden over de natuurlijke gewenste sociale kuddeverbanden en geslachtsverhoudingen, aspecten die vanzelfsprekend ook bij natuurlijke begrazing horen. Iedereen die met open ogen om zich heen kijkt kan zien dat we dit soort verbanden en processen niet bij boeren zullen aantreffen. Soms gaan dit soort beperkingen ook op voor in natuurgebieden grazende huisdieren. Er mankeert wel een wat aan dergelijke vormen van ‘natuurlijke’ begrazing. Maar het is dan toch vaak zinvoller dan helemaal niets.


2 Wat is uw standpunt m.b.t. het laten liggen van kadavers?
Het is verbazingwekkend hoeveel soorten insecten, vogels en zoogdiersoorten graag willen meewerken aan het afbreken van kadavers. Ontbreken de kadavers, dan zijn al deze soorten werkloos. Gespecialiseerde soorten overleven dat natuurlijk niet. De laatste jaren bereiken ons gegevens van waarnemingen aan kadavers die in natuurgebieden blijven liggen. Sinds kort blijven vooral in de Oostvaardersplassen en op de zuidelijke Veluwe grote zoogdieren als ze zijn gestorven in de natuur achter. Sinds een eeuw in ons land uitgestorven gewaande aas etenden insectensoorten blijken plots weer te worden gesignaleerd. Raven, zeearenden en zelfs gieren laten zich weer vaker zien. Overigens werken we aan een rijk geïllustreerd boek dat uitsluitend over kadavers in natuurgebieden zal handelen. Het boek zal binnenkort verschijnen. Houd Nieuwe Wildernis in de gaten!


3 Heeft begrazing nut?
Ons interesseert een veelzijdige en liefst op eigen benen staande natuur het meest. Dergelijke natuur is dynamisch en veranderd en vernieuwd zich voortdurend. Het nut van dit alles voor de mens is een natuur die weinig inspanningen en geld kosten, voorts leefruimte biedt aan natuurlijke organismen en ons boeit. Het is toch veel leuker om dieren te ontmoeten die zich vermaken en volledig natuurlijk gedrag kunnen ontwikkelen? Vrij levende runderen, of dassen die de rundermest afzoeken op mestkevers, blijken door bezoekers van natuurgebieden zeer gewaardeerd te worden. Voor het welbevinden van de moderne aan beton en computers gebonden mens is dergelijke natuur ontspannend, leerzaam en relativerend. Het nut in economische zin is dan dat dergelijke gebieden graag door mensen worden opgezocht. Dat genereert door indirecte activiteiten als restaurantjes, hotelletjes en dergelijke, economisch voordeel. Dat dat inderdaad ook zo werkt blijkt uit Europese voorbeelden waarbij economische sterk achtergebleven gebieden als het Beierse Woud in Duitsland en de Abruzzen in Italië, florerende gemeenschappen zijn geworden, waarbij de lokale bevolking trots is op wat ze op eigen kracht en met lokale middelen heeft bereikt. Het gaat dan wel om ver doorgevoerd natuurlijk herstel, waarbij bijvoorbeeld een belangrijk deel van de (faunistische) top er weer voorkomt zoals wolf, bruine beer, lynx, wilde kat, enzovoort. Het publiek heeft heel goed begrepen dat zij op beide plekken echte natuur kan aantreffen! Er is geen mens die het Beierse Woud zal bezoeken voor het zien van lege en saaie dennenakkers. Natuurlijk is de grootte van zo'n natuurgebied ook belangrijk. Hoe groter, hoe completer het natuurlijke (oorspronkelijke) soortenspectrum kan worden. Wij lijden hier te lande aan een kleinheidssyndroom door vaak te zeggen dat ons land voor dergelijke herstelde ontwikkelingen te klein is. Onzin. Het Beierse Woud heeft na het instellen van de beschermde status haar biologische top bereikt op 9000 hectare. Onze Veluwe is honderdduizend hectare groot!


4 Wat is uw standpunt m.b.t. begrazing in natuurterreinen?
Natuurgebieden die het zonder natuurlijke begrazing moeten stellen stagneren in hun ontwikkeling, vervilten en groeien zich dood. De ontbrekende dynamiek door grazende dieren betekend doorgaans een enorm verlies aan niches met soortenarmoede en eenvormigheid in de vegetatiestructuur als gevolg. Zaden van eiken ontkiemen wel maar sterven binnen drie jaar. Bosrandsoorten als vogels, vlinders en insecten gaan er sterk achteruit. Natuurgebieden moeten bij ons altijd en liefst met wilde soorten en in natuurlijke dichtheden en natuurlijke (sociale) structuren worden begraasd.


5 Moeten halfwilde grazers jaarlijks gecontroleerd worden?
De wet bepaald dat huisdieren ook in natuurgebieden inderdaad veterinair gecontroleerd moeten worden. Dat gebeurd dan ook. Bij wilde soorten hoeft dat niet. Nadeel van die controles is dat de grazers regelmatig bijeengedreven moeten worden. Dat veroorzaakt onrust en stress en leidt soms door opwinding en oververhitting tot de dood van individuele dieren. Aan BSE of Mond en Klauwzeer, of andere enge ziekten waarin onze landbouwers en veetelers steeds meer lijken te grossieren, is in onze natuurgebieden echter nog nooit een dier bezweken.


6 Is begrazing een goed instrument om zeldzame huisdierrassen te behouden?
Nee. Wie huisdierrassen wil behouden, moet vooral doorgaan met dat doen waardoor deze rassen zijn ontstaan. Namelijk selecteren op (lichaams)kenmerken, bijvoorbeeld een vlekkenpatroon op de vacht. Wie een lakenvelderkoe wenst moet deze vooral niet mee laten doen aan natuurlijke begrazing in natuurlijke sociale kuddeverbanden. De natuur zal dan die lakenvelderkoe heel andere eigenschappen gaan meegegeven. Eigenschappen die leiden tot aanpassing aan het leefgebied bijvoorbeeld in de vorm van verhoogde levenskansen. Neem het krijgen van een kalf. Veel huisdieren zijn zodanig geselecteerd dat ze niet meer op natuurlijke wijze kunnen afkalven. Doodgaan als je een kalf krijgt is in de natuur niet zo’n handige eigenschap. Grazen doen lakenvelders natuurlijk ook. Maar dat kan ook op een weiland of op stal. Natuurgebieden zijn het meest gebaat bij zo natuurlijk mogelijk levende grazers, dus dáár graag liefst zoveel mogelijk wilde grazers.


7 Is, bij overbevolking, afschieten voor scharrelvlees een oplossing?
Aan een oplossing gaat een probleem vooraf. Het probleem overbevolking kent de natuur niet. Als er meer dieren leven dan de vegetatie toelaat, dan verminderd de vruchtbaarheid van de daar levende dieren. Zij krijgen minder kalveren en meer kalveren gaan dood. Het vergroten van dat leefgebied, of predatie door wolven en beren, veranderd aan dit principe helemaal niets. Wolven en beren eten dan ook doorgaans die dieren die niet goed kunnen meekomen en verzwakt zijn en daarom toch al zouden sterven. Zo vergaat het de tweemaal twaalf koolmeesjes die in onze tuin worden grootgebracht ook, eenvoudig omdat er het volgend voorjaar toch maar plaats is voor één paartje koolmezen. Koolmeesjes dan bij AH in de schappen als scharrelvlees? De natuur zelf weet heel goed raad met dergelijke processen. Haar hoor je niet klagen over een ‘overbevolkingsprobleem’. Het is óns probleem, wij komen dan vaak met natuurvreemde ‘oplossingen’.


8 Zijn exoten welkom als begrazers?
Liever niet, want exoten, als het wilde soorten betreft, zijn geëvolueerd in samenhang met andere (grazende) soorten en de daar voorkomende vegetatie. Van die bepaalde kenmerkende interacties tussen grazer en plant profiteren beide groepen organismen. Een exoot zal die kenmerkende in evolutie ontwikkelde eigenschappen missen, waardoor vreemde effecten kunnen ontstaan. Zo'n exoot zal bijvoorbeeld niet kunnen overleven in die vreemde natuur. Of de exotische grazers doen het misschien juist buitengewoon goed, maar de vegetatie gaat stuk of verarmd misschien omdat deze niet adequaat reageert. Exotische grazers bij ons zijn bijvoorbeeld muskusrat, geiten, schapen, moeflons en kangoeroes. In geen van deze gevallen is er sprake van duurzame ecologische natuurwinst. Zoals altijd zijn er ook hier grensgevallen. In dit geval is door menselijk toedoen de loop van de geschiedenis bepalend gewijzigd. We denken dan bijvoorbeeld aan het damhert en het konijn. Strikt genomen zijn het exoten. Deze soorten hebben ons land immers na het laatste glaciaal niet op natuurlijke wijze herbezet. Zij zijn er door de mens overigens al eeuwen geleden teruggebracht. Maar er zijn sterke aanwijzingen dat beide soorten bij afwezigheid van mensen onze streken wél vanzelf zouden hebben bereikt. Bestudeer je de ecologie van beide soorten dan blijken ze inderdaad voor zover wij dat kunnen waarnemen naadloos te passen tussen het overige inheemse herbivorenspectrum.


9 Wat is de beste oplossing voor duinbegrazing nu het konijn onder druk staat?
U vraagt een oplossing zonder het kennelijke probleem te definiëren. Het konijn lijkt het inderdaad steeds meer te laten afweten. De ziekten Myxomatose en VHS, waaraan veel konijnen te gronde gaan, zijn vermoedelijk een gevolg van een ander proces. Wat er precies aan de hand is weten we niet. Het is opvallend dat u juist de konijnen in de duinen noemt. De konijnen nemen echter ook in andere gebieden sterk af. Het verschil is dat in de meeste duingebieden andere herbivoren al eerder door toedoen van de mens zijn verdwenen. Als dan de laatste grazende schakel wegvalt, dan blijkt het gebied door ontbrekende dynamiek heel snel te verarmen. Grote delen van de duinen zijn inderdaad de laatste tien jaren verontrustend snel in diversiteit achteruitgegaan. In de andere gebieden waar ook de konijnen sterk zijn afgenomen, leven doorgaans wél nog oorspronkelijke grazers. Ook zijn daar vaak runderen of paarden ingezet. Dáár hoor je veel minder over het 'probleem' konijn. Je ziet er wel verschuivingen, bijvoorbeeld predatoren die van konijnen overschakelen op duiven bijvoorbeeld, maar vooral door de betrekkelijk nieuwe inzichten dat natuurlijke begrazing van groot belang is en waardoor runderen en paarden zijn ingezet op steeds grotere arealen, zijn de meeste gebieden er daar juist op vooruitgegaan. Kortom: natuurlijke begrazing is geen oplossing voor alles. Het is daarentegen een volstrekt natuurlijk onderdeel van natuurgebieden in ons land en hoort er gewoon bij.