3e keuze
Artikel

Habitat


De term ‘habitat’ is afgeleid van het Latijnse begrip dat staat voor “het bewoont”. Elk levend organisme op deze planeet stelt bepaalde eisen aan zijn leefgebied voor bewoning, voedsel, ruimte, rust en veiligheid. Een Nederlands synoniem begrip is ‘leefgebied’. Ook mensen stellen eisen aan hun leefomgeving, zoals de foto hierboven meteen laat zien.





Dit artikel is op 12-11-2009 geplaatst
Dit artikel is op 20-03-2010 bijgewerkt




Elke soort is in de loop der tijd aangepast aan een specifiek gebied dat voorziet in de behoeften van deze soort. Bij deze behoeften moet men denken aan de aanwezigheid van voedsel, water, en voortplantingsgelegenheden. Een gebied waarin een soort kan voortbestaan wordt wel gedefinieerd als een habitat. Individuen van een soort kunnen in dat gebied overleven en zich voortplanten. Overigens wordt het begrip ‘habitat’ wel verward met ‘biotoop’. Een biotoop beschrijft echter in geografische termen waar het organisme leeft. ‘Habitat’ beschrijft daarentegen het leefgebied in termen van biotische en abiotische eisen van een organisme. Zo is in het biotoop bos de bodem met poel of plas en de holten onder bijvoorbeeld een ontwortelde boom het habitat van de ringslang. Voor bijvoorbeeld plantenetende insecten wordt het gebied waar de voedselplant voorkomt beschouwd als het habitat van die soort. Habitatten kunnen van nature gefragmenteerd zijn door bijvoorbeeld bergketens of rivieren, of doordat het habitat een eiland is.


Versnipperd habitat
Vanaf de ontwikkeling van de moderne mens zijn steeds meer habitatten in stukken gedeeld door bijvoorbeeld de aanleg van wegen, steden en landbouwgronden. Het gevolg daarvan is dat tegenwoordig veel gebieden te klein zijn geworden voor een soort om te overleven omdat er te weinig voedsel en voortplantingsgelegenheden aanwezig zijn. In dit geval treedt vaak genetische erosie op. Naar aanleiding van deze constatering is veel onderzoek gedaan naar wat de overlevingskans is van de verschillende soorten organismen die om ons heen leven. Een trieste opsomming drukt ons met de neus op de feiten: als gevolg van habitatfragmentatie zijn wereldwijd grote aantallen soorten zoogdieren (56%), vogels (53%), reptielen (62%), amfibieën (64%), vissen (56%) en planten (20%) bedreigd. Gelukkig betekent dat absoluut niet dat zij niet meer te redden zijn. 


Van minimale grootte tot grootschaligheid
Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat er tussen de 500 en 5000 voortplantende individuen (ook wel effectieve populatiegrootte genoemd) binnen een populatie aanwezig moeten zijn om de soort te laten voortbestaan. Door vast te stellen hoeveel habitat er per individu nodig is, kan men simpel berekenen hoe groot een beschermd gebied ten minste moet zijn om die specifieke soort voor de toekomst te behouden. Aangezien er aanzienlijke verschillen bestaan tussen soorten wat betreft minimale habitatgrootte, hanteert men het principe Grootschaligheid. Dit houdt in dat er rekening gehouden wordt met het organisme dat het grootste habitat nodig heeft.  Nieuw aan te kopen gebieden komen pas in aanmerking als zij tenminste voldoen aan de minimale habitatgrootte. Kortom, geen kleine postzegels, maar weids uitgestrekte gebieden waarin alle organismen naar hartenlust kunnen evolueren.





Een kijkje in een Europees oerbos. © Ruud Lardinois