3e keuze
Artikel

Ecologie

De basisbegrippen en -processen in de ecologie


Dit artikel is op 12-11-2009 geplaatst
Dit artikel is op 22-01-2010 bijgewerkt




De plantjes, de beestjes, de A-biotische processen, alle hebben hun effecten, alle profiteren van die effecten, of ontwijken ze, verweren zich, gebruiken ze, liften er op mee, worden er door gedwongen, aangezet of geïnspireerd om hun gedrag en leefwijze aan te passen of zelfs te wijzigen.


- Ecologie leidt tot evolutie -



Het woord ecologie is afgeleid van het Griekse woord oikos, wat huis of huishouding betekent. Duits geschreven, Ökologie, werd het begrip in 1866 door de Duitse bioloog Ernst Haeckel geïntroduceerd als samentrekking van de Griekse woorden oikos (huishouding) en logos (wetenschap). Het is een verzamelnaam voor alle interacties en relaties tussen de bewoners van een ecosysteem en hun natuurlijke omgeving, kortom: tussen de daar wonende planten èn dieren.


Tegengesteld voorbeeld
Het bovenstaande, zo simpel en bondig geformuleerd stukje tekst, klinkt ons heel vanzelfsprekend en aannemelijk in de oren. Is evolutie in natuurgebieden om ons heen ook werkzaam?

In onze streken is een natuurbeeld, als op de langgerekte foto hierboven, in al zijn varianten, heel gangbaar. Het is een bos met aangeplante bomen dat groeit (rechts) totdat het economisch interessant is om die bomen te kappen en af te voeren en in de houthandel te brengen. Middenvoor een opengemaakt bos, het bos is ‘gedund’, zoals dat heet in bosbouwkundige termen, wat betekent dat alleen de zogenaamde “toekomstbomen” mogen blijven staan om uit het zaad van die overgebleven moederbomen weer jonge zaailingen te krijgen, die op hun beurt weer mogen groeien tot het moment dat ook zij weer kaprijp zijn. Maar op het moment dat deze foto is genomen, is het gedunde bos óók een plek, vanwege de relatieve openheid, om als voederplaats te dienen en daar wild te schieten als ree, wild zwijn, edelhert en moeflon. Om de dieren ook daadwerkelijk daar te krijgen worden de dieren vrijwel altijd gelokt door er aantrekkelijk voer aan te bieden. Om er ongezien te kunnen jagen, de dieren laten zich echt niet zó maar om het leven brengen, dient het primitieve houten palenhuisje (”hoogzit” in jagerstermen) rechts op de foto, waarin de jager zich verstopt om niet bij de dieren waarop hij wil schieten op te vallen.

Van dergelijke bossen met jachthutten als op de foto zijn er vele vele honderden, misschien wel enkele duizenden in Nederland. In zulke natuurgebieden bepaald de mens vrijwel volledig het natuurbeeld, de samenstelling en structuur van het bos, en zo tot op vrij grote hoogte ook de daar voorkomende plant- en diersoorten. Hier is er dus weinig ecologie, weinig natuurlijk verlopende processen en nagenoeg geen evolutie werkzaam. En als die al plaatsvindt, de jager schiet op door hem gevoederde dieren, dat is óók een invloedrijke interactie tussen soorten, dan is die zelfs evolutionair gezien negatief. Voor de natuur als een natuurlijk en duurzaam ecosysteem, is het omschreven tafereel ecosysteemtechnisch en evolutionair gezien van weinig of generlei en misschien wel negatieve betekenis. Door het ontbreken - of onderbreken - van de meest essentiële natuurlijke processen is het ‘natuurgebied’ op de foto daarom ook geen natuurgebied. Heel bijzonder is dat dit gebied zich zelfs bevind in een nationaalpark: zijnde de hoogste graad van beschermde natuur die wij in ons land kennen. Natuurbescherming lijkt soms wel politiek.