3e keuze
Artikel

Tropisch regenwoud


Alleen maar verliezers...



Dit artikel is op 20-01-2010 geplaatst
Dit artikel is op 09-07-2011 bijgewerkt



Het verhaal over het tropisch regenwoud is een triest verhaal. De areaalverliezen blijken zo enorm dat praktisch bijna alleen nog het Zuid-Amerikaanse deel is overgebleven.




De mondiale tropisch regenwoudgordel (naar WikiPedia).




Zuidoost-Azië
Het deel in Zuidoost-Azië - Laos, Maleisië en de Indonesische archipel - is als tropisch regenwoud-systeem het oudste regenwoud op aarde. Het ontstaan dateert uit het Pleistoceen, nu 70 miljoen jaar geleden. Dit deel in Zuidoost-Azië is reeds getroffen door de verdwijning in een ongehoord tempo. Men verwacht dat reeds in tien jaar ook de laatste resten van het primair regenwoud aldaar verdwenen zullen zijn. De verliezen zijn en worden vooral door de kap om er palmolieplantages aan te leggen veroorzaakt. De palmolie die daaruit gemaakt wordt is in mondiale productie gezien de snelstgroeiende eetbare olie. Je vind het in margarine’s, zeep, make-up, kaarsen, bakwaren, sinds kort zelfs in pindakaas en in nog heel veel andere producten. Palmolie is in Nederland ook een gewilde brandstof in elektriciteitscentrales. Lang gold het daar als een duurzame brandstof, wat een kind al zal weten te ontmaskeren als een helemaal niet zo’n groene truc. Misschien krijgen we binnenkort wel ‘duurzaam’ geproduceerde palmolie: ja zo cynisch zit de wereld van geld en handel in elkaar… Terzijde: om te laten zien hoe op het gebied van ‘duurzaam’ op te wekken energie wordt omgegaan het voorbeeld van het massaal doden van (tienduizenden) gezonde geiten, waarvan de lijken als ‘biomassabijstook’ in elektriciteitscentrale worden aangewend als ‘duurzame energie”: zie hier de casus geitenlijkenstroom.

Maleisië en Indonesië zijn de grootste exporteurs van palmolie. Samen leveren ze 85% van de wereldproductie. Palmolie is een van de belangrijkste oorzaken waardoor de oerwouden aldaar al grotendeels zijn verdwenen. Met al ons technisch vernuft kan dit nooit meer hersteld worden. Tot overmaat van ramp zijn de overlevingskansen voor de nog wel aanwezige oerwoudresten bijzonder klein. De versnippering en isolatie maakt ze uiterst kwetsbaar voor verdere aftakeling, met als resultaat nog meer biodiversiteitsverlies.


West-Afrika
De in West-Afrika gelegen regenwouden staan eveneens zeer onder druk. Niet op de laatste plaats vanwege grootschalige houtkap ten behoeve van toepassingen in westerse landen (bosbouw). Na de kap van de waardevolste bomen blijft een zogenaamd secundair bos over, dat qua levensvormen en diversiteit belangrijk afwijkt van het oorspronkelijke (primaire) oerbos. Ook dit verlies is door de relatieve grootschaligheid en de herhaling van de ingrepen niet meer te herstellen en dus onomkeerbaar.




Dooie bomen aan de Veluwezoom, niet afkomstig van de Grote Stille Heide, maar uit een tropisch bos. Gewoon in een Nederlandse winkel te koop. Milieudefensie heeft al eens bij dit winkeltje in het oosten des lands actie gevoerd. Wat doen deze boomlijken van de andere kant van de wereld hier? Gewoon: onze bedrijvigheid legitimeert ons om de aarde aan alle kanten stuk te maken. In sommige kringen heet dat: „rentmeesterschap”. Namelijk het gebruik van de natuur door de mens is aan hem gegeven, waarbij verantwoordelijkheid en rekenschap later wel komt. Er staat zelfs geschreven dat je door Hem veroordeelt kunt worden als je niet van je talent als rentmeester gebruik maakt.

Lees hier meer over ‘rentmeesterschap’

In andere kringen gaat het zo: (…) „Hier vind je het! Bossé, Nyatoh, Cedrorana, Kosipo, Mukulungu, Muirapiranga, Khaya, Louro preto... Volgt u het nog?” (Citaat uit: ProBos Bosberichten 2009-04). Nee, dit volgen we niet meer: niets aan de hand, iedereen doet mee aan de uitverkoop van het mooiste en meest bijzondere dat de evolutie heeft voortgebracht. It’s a shame!


In bosbouwkringen gaat het soms zo: „Een Nederlandse bosbouwer kocht een kapbedrijf in Kameroen. (…) Zo breidden” ze „het familiebedrijf gestaag uit tot multinational met kapvergunningen voor bossen in Kameroen, houtimport uit Brazilië, Guyana, Zuid-Afrika en Hongarije en klanten op bijna alle continenten. De omzet groeide van 2,3 miljoen gulden naar 100 miljoen euro. (…) Greenpeace maakte kabaal over de manier waarop" het bedrijf "in Kameroen bomen kapte. (…) Ze gingen met Greenpeace in gesprek en veranderden hun bedrijfsvoering: alles was erop gericht een FSC-certificaat te krijgen voor verantwoord bosbeheer. (…) Velen denken: daar verdwijnt een voetbalveld aan bos per dag. Maar kap één woudreus, en je krijgt er tien voor terug. Ze nemen het licht weg van de tien stammen die eronder staan."

Einde van dit citaat uit de Volkskrant



Zo gaat dat dus: een tragisch ‘misverstandje’ om bestwil over een oude „woudreus die wel weg kan omdat daaronder wel tien andere klaar staan” om door te groeien, die dan natuurlijk ook eerder klaar zijn om óók gekapt te worden… Het houtkapbedrijf krijgt dan voor de korte termijn wel méér bomen, die zelfs ook nog sneller doorgroeien omdat ze niet meer door de oude woudreus gehinderd worden, tot ook zij weer kaprijp zijn. Voor de oppervlakkige beschouwer blijft het bosareaal even groot en lijkt de kap verantwoord. Dat wordt ook wel ‘duurzaam bosbeheer’ genoemd. Maar deze term is korte termijn en economisch gestuurd. Kenmerkend van tropische regenwoud-systemen is dat er geen im- en exporten plaatsvinden van levensnoodzakelijke nutriënten en mineralen. Alles draait er in een gesloten kringloop op een enkele centimeters dun bovenlaagje humus op zeer voedselarme bodems. Het hier geciteerde kapbedrijf kan daarmee dus niet in lengte van jaren mee doorgaan, het bos zal bij elke houtafvoer armer worden omdat bouw- en voedingsstoffen definitief aan die kringloop worden onttrokken. Daarmee is hier strikt genomen het begrip ‘duurzaam’, zelfs in een economische context, onjuist en misleidend.

Veel erger nog is het verlies aan ecologische processen: planten en dieren die gebonden zijn aan oude bomen (dat kunnen honderden soorten zijn), raken met deze brute ingreep hun habitat kwijt. Planten en dieren die gebonden zijn aan de aftakeling en omzetting van een aan zijn einde komende oude boom of delen daarvan, raken eveneens hun leefgebied kwijt. De natuur in dit bos wordt daarmee ernstig door dit hakbedrijf gehinderd. Dan praten we nog niet eens over de vernielingen die door de grote machines worden aangericht om net die ene oude woudreus het bos uit te werken. Als ons, beleidsmakers en consumenten, de natuur in dat bos echt aangaan, dan dient dit bedrijf zijn activiteiten om de natuur nog verder stuk te maken onmiddellijk te staken. De afnemers van de producten van dit dubieuze hakbedrijf zijn helers. Het begrip ‘duurzaam’ of de in het citaat gebruikte term „verantwoord bosbeheer”,welke inderdaad vaak in hun brochures en op hun producten geplakt staat, is eveneens misleidend en heet bij ons gewoon greenwashing. Het FSC-keurmerk waarover door het bedrijf wordt gesproken is natuur-ecologisch gezien nog minder waard. Wie zich de natuur in het bos aantrekt heeft niets aan het FSC-keurmerk.


Gisteren gesproken met een medewerker van Natuurmonumenten. Dan praat je natuurlijk ook even over FSC-tropisch hardhout. Blijkt dat Natuurmonumenten tropisch hardhout gebruikt in stuwtjes in het Fochteloërveen!!! Als wij het water in onze natuurgebieden maar duurzaam vasthouden!!!! Wat er daar in Brazilië gebeurt is niet van belang. Let op het verschil in biodiversiteit: het eerst leeggeroofde hoogveen (turf) en het huidige opnieuw opstartende hoogveen in het Fochteloërveen, tegenover een miljoenen jaar oude en ontwikkelde situatie.






Zuid-Amerika
De feitelijk grootste restant wereldwijd van oorspronkelijk (primair) tropisch regenwoud is het regenwoud in Zuid-Amerika, met name gelegen in het enorme Amazonebekken. Het hele woud daar omvat een areaal zo groot als half Europa. Verspreid over tien landen ligt het grootste deel van 60% in Brazilië. De tropische wouden in het Amazone-bekken bevatten 50% van de mondiale biodiversiteit.

Het Amazone-gebied is voorts nog steeds het leefgebied van een reeks van inheemse bevolkingsgroepen welke voor hun voortbestaan van het woud afhankelijk is. Deze inheemse bevolkingsgroepen zijn overigens op geen enkele manier financieel deelgenoot in de winsten voortvloeiende uit de kap en houtafvoer, al dan niet FSC-gekeurmerkt, noch in de teelt van soja en runderen op eerder ontbost primair tropisch regenwoud.

Veel oorspronkelijk tropisch regenwoud in Zuid-Amerika wordt geveld om er vee te weiden en om er grootschalig soja te verbouwen. De sojateelt in Zuid-Amerika is vooral sinds 1995 opgekomen. De Braziliaanse soja-industrie vertegenwoordigd nu een jaarlijkse exportwaarde van rond 20 miljard dollar. Brazilië is nu de tweede soja-exporteur ter wereld. De gevolgen zijn enorm: de soja-teelt veroorzaakt ernstige sociale en milieuproblemen als werkloosheid en verminderde voedselzekerheid omdat daardoor kleinschalige lokale landbouwstructuren verloren gaan. Door de sojateelt zijn landonteigeningen, aantastingen van natuurreservaten, ontbossingen, erosie en watervervuiling door landbouwchemicaliën aan de orde van de dag. Het kleine Nederland is de grootste importeur van Braziliaanse soja ter wereld. De totale Nederlandse soja-invoer wordt voor meer dan 90% verwerkt tot veevoer. Nederland heeft voor de productie van veevoer voor haar eigen veestapel elders in de wereld viermaal haar eigen landbouwareaal nodig. Met dit alles draagt de Nederlandse landbouw sterk bij aan de teloorgang van het tropisch regenwoud. De Nederlandse landbouw is voorts uiterst verkwistend, dieronvriendelijk en vervuilend. Miljoenen dieren leven er zeer dicht opeen in stallen die eerder doen denken aan fabriekshallen, terwijl de uitstoot aan fosfaten, ammoniak en fijnstof tot de hoogste in Europa behoren. In de Nederlandse vee-industrie wordt aan de dieren preventief vijf maal meer antibiotica toegediend dan waar ook elders in Europa. De vee-industrie - melkveehouderij en vleesproductie - is één van de grootste veroorzakers van broeikasgassen.

De rundvleesproductie op ontboste weidegronden heeft zich ontwikkeld tot de belangrijkste ontbosser in het Amazone-gebied. Brazilië is ’s werelds grootste rundvleesexporteur.



Een weiland met zoveel koeien is in één ochtend leeggegeten. Einde bedrijf zou je zeggen. De bulk van het veervoer wordt tegenwoordig echter uit soja vervaardigt. Daarom ziet u steeds minder koeien in Nederlandse weilanden. Soja groeit niet in Nederland. Brazilië is een van de grootste exporteurs. Om de Nederlandse veestapel in leven te houden is voor het telen van die veevoedergewassen viermaal zoveel landbouwgrond in het buitenland nodig. De weilanden zelf zijn overigens ook geheel anders dan twintig jaar en verder geleden. Om de grasproductie op te voeren worden er zeer grote hoeveelheden drijfmest en synthetische fosfaten op uitgereden. Alleen speciaal in de industrie geselecteerde grasrassen kunnen dergelijke grote hoeveelheden mest aan. Andere grassoorten en kruidachtige planten kunnen een dergelijk onnatuurlijk regiem niet overleven. Het gevolg is een zeer eiwitrijke maar structuurloze grasmat waar andere grassen en kruiden nagenoeg afwezig zijn.





Areaalverlies tropisch regenwoud
Van het in 1950 vastgestelde oorspronkelijke tropisch regenwoud van 16-17 miljoen vierkante kilometer, dit is zo’n 11% van het aardoppervlak, bleek al in 1985 ongeveer de helft te zijn verdwenen tot rond 8,5 miljoen vierkante kilometer.

Het tropisch regenwoud, samen met de noordelijke (boreale) naaldwoudgordel en de oceanen, zijn de belangrijkste ecosystemen op aarde waar de natuur, door fotosynthese, de grootste hoeveelheden CO₂ in zich opneemt en voor langere tijd vastlegt. Dit wordt ook wel Carbon Sink genoemd.


Ecosysteem tropisch regenwoud
Onder tropisch regenwoud verstaat men een altijd groene vegetatievorm, die uitsluitend in het gehele jaar durende, vochtige, tropische klimaatzone, voorkomt. De neerslaghoeveelheden zijn het hele jaar groot, in voorjaar en herfst tijdens de zogenaamde regentijd (moesson), zelfs bijzonder intensief. De regenhoeveelheden variëren tussen 2000 en 4000 mm per jaar, lokaal bijvoorbeeld op de regenzijde geëxposeerde berghellingen, zelfs tot 6000 mm per jaar. Een grote hoeveelheid water verdampt weer zodanig snel en sterk in en op het bladerdek, dat het regenwoud zelf weer bijdraagt aan de vorming van nieuwe neerslag. Kenmerkend echter is dat de hoeveelheid neerslag beduidend hoger ligt dan de hoeveelheid water die verdampt. Deze meerhoeveelheid water wordt weer via een vaak enorm fijnmazig netwerk van beken en rivieren naar zee afgevoerd. Een ander kenmerk van het regenwoud zijn de betrekkelijk geringe temperatuurschommelingen, vanwege het ontbreken van duidelijk thermisch te onderscheiden seizoenen. De variatie’s tussen nacht- en dagtemperaturen zijn groter, tussen vijf en tien graden Celsius.

Men onderscheidt in hoofdlijnen drie subtypen (gemakkelijk is een zinvolle veel verfijndere onderverdeling te maken):

• laaglandregenwoud tot ongeveer 800 meter hoogte;
• bergregenwoud tot 2100 meter hoogte;
• bergnevelwoud tot 3200 meter hoogte.




Externe bronnen
Vijf landbouwmythen ontzenuwd - PDF van Stichting Natuur en Milieu

Palmolie is oliedom.

Palmolieproductie breidt zich razendsnel uit.

Palmolieprijs in één jaar verdubbeld…

Het omhakken van bos ten behoeve van aanplant oliepalmplantages niet meer zien als ontbossing.

Palmolie in je CV-ketel?

Er zijn met ingang van 2010 nieuwe afspraken over de productie van palmolie van kracht om verdere ontbossingen te voorkomen. Greenpeace heeft aan de hand van luchtfoto’s zijn bedenkingen.

Duurzaam hout uit primair tropisch regenwoud?

Nederlands beleid weinig succesvol voor behoud tropische bossen

Ondanks de FSC-certificering schrijdt de ontbossing met dertien miljoen hectare per jaar ongebreideld voort.

Ondanks het FSC-keurmerk voor duurzaam hout gaat de ontbossing in de tropen met grote snelheid door. „Keurmerken zijn een façade”

Helft van tropisch hout in Nederland „fout” (Volkskrant)

Duurzame energie uit dierenlijken? (polderpv).

Een studie van Carnegie Institution for Science verwacht dat door een combinatie van klimaatverandering en houtkap het overgrote deel van de planten en dieren in de regenwouden niet zal overleven. Slechts 18 tot 45 procent van de huidige soorten zal mogelijk wel overleven. De Vlaamse krant De Morgen maakte op 06-08-2010 een samenvatting van deze studie met de titel: „Meeste dieren en planten in regenwoud eind 2100 dood”.

Onder de prozaïsche titel: „Economie wint het van oerbos” en een citaat "Nog geen vijftien jaar geleden joeg mijn vader op dieren in het regenwoud, nu is al dat bos verdwenen, er is niets meer van over" een artikeltje in Trouw dat de lezer wil verduidelijken dat: Indonesië op een keerpunt in zijn natuurbeleid staat”. (…) „Van de 21 allerrijkste Indonesiërs is de helft groot geworden van de opbrengst van plantages en mijnen. En daarmee hebben ze een groot deel van het oerbos vernietigd.”


Vlaanderen beschikt ook over groene energie-installaties die op biomassa uit de land- en tuinbouw draaien. Donkergroene energie dus. Maar wat blijkt? Ruim de helft daarvan draait op… palmolie. Het betreft 18 installaties, binnenkort komen er nog vier bij… zoals blijkt uit bijgaande brief.